De voorbije jaren kwam politiegeweld tegen Afro-Amerikanen geregeld in het nieuws. Denk maar aan de dood van Michael Brown, Eric Garner, Tamir Rice en Freddie Gray. De lijst is ellenlang en gaat ver terug, van voor het presidentschap van Donald Trump.

Racisme is een berekend gif. De kans op politiegeweld is voor gekleurden onmiskenbaar groot. Een op de 1.000 Afro-Amerikaanse mannen wordt doodgeschoten door de politie. Dat is 2,5 keer meer dan blanke mannen in de Verenigde Staten, besluit een Amerikaanse studie op basis van de journalistieke database Fatal Encounters en statistieken van de Amerikaanse overheid.

De protestbeweging Black Lives Matter wijt het buitenproportionele geweld aan aanhoudend racisme bij de Amerikaanse politie. Racisme bij de politie is een feit, ook hier in België. En nieuw is het niet. Mensenrechtenorganisaties, ngo’s en het Interfederaal Gelijkekansencentrum kaarten al jaren racisme en discriminatie bij politiekorpsen aan, zowel intern (tussen politiemensen onderling) als extern (politie tegen burgers).

Ook bij gekleurde burgers wordt gretig gediscrimineerd. Iemand van vreemde afkomst bij de politie wordt in de ‘eigen’ gemeenschap vaak gezien als een verrader. Een overgelopen klikspaan. Wantrouwen is niet zelden wat beide polen verbindt. 

Te lang ontbrak beroepsernst om een ernstige zaak als racisme aan te pakken.

Voor sommigen, vaak uit progressieve hoek, wekt het uniform op zich al een allergie op. Het is een overwegend bij links terug te vinden afkeer van het hele veiligheidsapparaat. Dat wordt gezien als te onderdrukkend, te autoritair en patriarchaal. Links heeft liever een fetisj voor kwetsbaarheid, ook in de strijd tegen racisme. Samen Kumbaya zingen zal ons dichter bij elkaar brengen. De wereldkeuken serveren voor leerlingen als symbool voor school zonder racisme, hennabeschilderingen plaatsen als uiting van interculturele solidariteit. Samen aan de muntthee nippen op de jaarlijkse Dag tegen Racisme en Discriminatie. Het zijn povere pogingen tot racismebestrijding door ons rijke verenigingsleven, dat vaak blank bestuurd wordt. Te lang ontbrak beroepsernst om een ernstige zaak als racisme aan te pakken. Het moet plezant blijven.

Gezelligheid

Die doezelige gezelligheid, daar ben ik pas allergisch voor. Het maakt van racismebestrijding een zelfbevredigend kermisgebeuren. Pluizig links klopt zich zo met wat te veel gemak op de borst en wentelt zich verder in een grote voorliefde voor sociaal-culturele projecten. Die voorliefde deel ik, maar niet in racismebestrijding. Met sociaal-culturele gezelligheid winnen we geen levens. Het bevestigt net de kracht van racisten. Zij zijn niet voor joligheid.

Racisme is asociaal en moet als zodanig bestreden worden. Zo mag een campagne als Boycot, Desinvestering en Sancties (BDS) gerust ingang vinden in discriminerende organisaties in de woningmarkt en het nachtleven. Critici zullen een heksenjacht vrezen. Maar antiracisten moeten beseffen dat ophitsing geen soelaas brengt. En wel omdat racisme een berekend gif is. De tegenaanval moet minstens even berekend zijn.

Antiracisten moeten beseffen dat ophitsing geen soelaas brengt.

In eerste instantie met strakke wetgevende kaders. Dat bijvoorbeeld online racisme in deze uiterst digitale tijden veelal ongemoeid blijft, is ronduit stuitend. Veel te lang hebben we getalmd met wetgeving tegen discriminatie zoals in de woningmarkt of bij het solliciteren. Of bij de politie. Het geduld is op, en dat toont Black Lives Matter. Dat neemt het heft in eigen handen, met de nodige ernst die ontbrak aan een linkerflank die zichzelf vernevelde in doezeldenken om dan prompt over te schakelen op een ondergangsdenken. Aan de bron van dat laatste zit het feit dat ze zelf minder aan de macht zitten. Dan lijkt de verdoemenis nabij.

Datzelfde ondergangsdenken zie je bij de rechterzijde die nu White Lives Matter schreeuwt, want ook witten worden belaagd door zwarten. Zo blijven we rondjes polariseren. Nochtans is het eenvoudig: all lives matter. En laat een opgangsdenken snel opgang maken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud