Als senatoren een Wilmotske doen

©rv

Boeiend vind ik het allemaal wel hoor, heel die Duivels-gekte. Nationale identiteit is immers één van mijn onderzoeksthema's is. En sowieso is de maatschappelijke verbondenheid die onze ploeg teweeg brengt fascinerend.

Door Dave Sinardet, professor politieke wetenschappen an de VUB en aan de Université Saint-Louis. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Het enige in heel dit verhaal dat mij iets minder weet te boeien is het aspect 'voetbal'. Als student was ik altijd blij als er een WK tijdens een examenperiode viel, want veel andere tv-programma's die mij doorgaans wél afleidden vielen dan weg.

Ook nu durven mijn gedachten wel eens afdwalen als ik een dosis WK tot mij neem. Tijdens een nukkige persconferentie van Marc Wilmots moest ik plots denken aan het avontuur van onze bondscoach in de Senaat tien jaar geleden.

Op vraag van zijn goede vriend en dorpsgenoot Louis Michel prijkte de populaire stervoetballer in 2003 op de Senaatslijst van de MR, waar hij een puik aantal voorkeurstemmen verzamelde. Maar twee jaar later wou Wilmots gefrustreerd de deur van de Hoge Vergadering alweer achter zich dicht trekken. Dat bleek helaas onmogelijk omdat zijn partij geen enkele opvolger meer op overschot had. Zelfs zijn voorstel om dan maar aan zijn wedde te verzaken werd niet aanvaard zodat hij tegen zijn zin nog twee jaar spooksenator bleef. De reden voor zijn ontgoocheling was niet ver te zoeken. Vol overtuiging had Wilmots aangekondigd zich te zullen toeleggen op twee thema's die hem na aan het hart liggen: sport en jeugd. Kennelijk had zijn buddy Louis er niet bij verteld dat de Senaat daar niet voor bevoegd is.

Maar tien jaar later lijkt Wilmots toch school te hebben gemaakt. Want afgelopen week deden alle nieuwe gecoöpteerde senatoren plots een Wilmotske. Zo kondigde de kersverse Groen-senatrice Petra De Sutter aan dat ze zich wil toeleggen op gezondheidszorg en bio-ethische thema's, werd Lode Vereeck door zijn partij Open VLD geknipt voor de Senaat genoemd vanwege zijn economische expertise, kondigde sp.a'er Bert Anciaux aan te willen nadenken over 'grote maatschappelijke uitdagingen' terwijl nieuwbakken N-VA'er Jan Becaus dan weer aankondigde via de Senaat het confederalisme te willen invoeren. Zijn partijgenoot Pol Van Den Driessche was wellicht het meest oprecht door blijk te geven van geen enkele inhoudelijke ambitie als nieuwe senator, behalve dan om in 2018 de derde grootste stad van Vlaanderen te besturen (zo staat het letterlijk in het N-VA-persbericht).

Allemaal deden ze een Wilmotske, want sinds deze legislatuur is de Senaat enkel nog ten volle bevoegd voor staatshervorming. En dat thema staat deze legislatuur niet op de agenda, zo blijkt onder meer uit de informateursnota van Bart De Wever. Misschien belast men de Senaat met een reflectie hierover, om de Vlaams-nationalistische achterban te sussen, maar iedereen weet dat staatshervormingen niet onderhandeld worden, zelfs niet voorbereid, in parlementaire commissies of werkgroepen. En te zien aan de profielen van wie ze gecoöpteerd hebben, is het ook niet de bedoeling van de partijen om het inhoudelijke denkwerk daarover in het rode pluche te gaan verrichten.

Nee, als we afgaan op de vele politici die de Hoge Vergadering de voorbije jaren al een sterfhuis noemden toen ze nog een pak meer bevoegdheden had, kan het nu enkel nog maar een mortuarium zijn.

Zijn de nieuwe senatoren dan opportunisten of zakenvullers, zoals het in de volksmond zo gemakkelijk klinkt? Niet noodzakelijk. Een zitje in een parlement kan ook interessant zijn als hefboom om als politicus zichtbaar te zijn en een plaats op te eisen in het publieke debat. Groen-senatrice Petra De Sutter was daar eerlijk in: 'Ik ben nieuw in de politiek, dus voor mij is alles wat komt oké'. Voor een stuk geldt dat ook voor de andere parlementen die officieel nog wel beslissingsbevoegdheid hebben maar waar in onze particratie al evenmin het machtscentrum ligt. Als expert rond een bepaald thema is het belangrijker dat je in de besluitvorming van je partij aanwezig bent.

De vraag is wel hoezeer je nog zichtbaar bent en au sérieux wordt genomen als senator. En zeker als gecoöpteerd senator, want wat doen die eigenlijk in een assemblée die wordt voorgesteld als een vertegenwoordiging van de deelgebieden? Want dat was de officiële verantwoording voor deze nieuwe Senaat: de gemeenschappen moesten ook federaal vertegenwoordigd zijn en zo kunnen meebeslissen over staatshervormingen. Zo zou onze Senaat vergelijkbaar worden met die in andere federale landen.

Kletskoek natuurlijk, want staatshervormingen worden door partijen afgesloten, niet door parlementen. Gaan pakweg Rik Daems of Martine Taelman, die als Vlaams parlementslid nu ook senator worden, werkelijk een heel ander geluid laten horen dan enkele maanden geleden, toen ze nog rechtstreeks verkozen senatoren waren?

Bovendien zijn de gemeenschappen al vertegenwoordigd in de Kamer, want die is sinds 1970 ingedeeld in taalgroepen. Als er iets ontbreekt in vergelijking met andere federale landen, zijn het veeleer parlementsleden die het hele land vertegenwoordigen.

In de Belgische constructie is een Senaat van de deelgebieden dus volstrekt onnodig, al zullen er altijd wel enkelen een soort confederale logica in ontwaren.

Het enige concrete gevolg dat de nieuwe Senaat kan hebben - en raar genoeg werd dat naar mijn weten nog door niemand opgemerkt - is het bemoeilijken van toekomstige staatshervormingen.

De Senaat wordt namelijk samengesteld op basis van de verkiezingen van de deelgebieden. Zeker als die in de toekomst niet meer samenvallen met de federale verkiezingen, wat niet denkbeeldig is, kan de samenstelling wel eens sterk verschillen met die van de Kamer. Partijen met in de ene assemblee de benodigde meerderheid voor een staatshervorming, raken daar in de andere misschien niet aan. Waardoor nog meer partijen dan vroeger nodig zijn voor een staatshervorming. Misschien kunnen de nieuwe senatoren daar eens over reflecteren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud