Balletje trappen?

©Photo News

In december 2010 beslist de voetbalbond FIFA wie in 2018 het WK voetbal mag organiseren. Het Verenigd Koninkrijk, Rusland en Spanje/Portugal zijn de belangrijkste concurrenten voor het Belgisch-Nederlandse project. Het VK kan de infrastructuur van de Olympische Spelen van 2012 uitspelen en ligt voor vele insiders dan ook in poleposition. Intussen halen vooral de ‘tax-free bubbles’ van de FIFA de Belgische media. ‘Voor de FIFA de lusten, voor de Belgische belastingbetaler de kosten’, lijkt dan ook de logische Calimero-conclusie waar de geveinsde verontwaardiging van afdruipt.

De kosten van het WK hangen af van de investeringskeuzes en het is nog altijd niet verboden om slimme keuzes te maken. Voor België raamt het Planbureau de noodzakelijke investeringskosten voor het WK tegen 2018 tussen 290 en 690 miljoen euro. Dat zijn forse bedragen maar een deel ervan kan door de privésector gedragen worden.

Nederland wil voor het WK een nieuw stadion bouwen van 600 miljoen euro en verwacht dat de helft ervan met privaat geld gefinancierd zal worden. De saga rond het nieuwe Club Brugge-stadion toont dat de private sector ook in ons land wel wil investeren in voetbalstadions, maar dat dat niet zo vanzelfsprekend is. Zeker in tijden van noodzakelijke besparingen zouden overheden veel beter moeten inspelen op de investeringsbereidheid van private groepen. Net daardoor kunnen de kosten en risico’s voor de overheid beperkt worden.

Investeringskosten zijn tevens geen netto-kosten voor de maatschappij, want de bouwbedrijven en bouwvakkers betalen hoge belastingen. En de stadions kunnen na het WK diverse opbrengsten genereren. Als een WK-stadion later optimaal gebruikt wordt door een grote club, en de club betaalt daarvoor een faire vergoeding, dan kunnen de investeringskosten niet zomaar exclusief toegeschreven worden aan de organisatie van het WK. De WK-factuur hangt dus af van de finale benutting van de activa. Hoe hoger de benutting of capaciteitsfactor, hoe hoger het rendement. Slim investeren is dus de boodschap, zeker in een land met weinig grote ploegen. In Portugal worden binnenkort enkele van de stadions met 30.000 plaatsen van het EK in 2004 afgebroken. In zo’n rampscenario wordt elke gecreëerde WK-job extreem duur betaald.

Het economische verhaal wordt in elk geval rooskleuriger als in ons land slechts drie tot vier stadions gebruikt zouden worden voor het WK. Daardoor verkleint het risico op overinvesteringen in stadioncapaciteit. Dat zou natuurlijk betekenen dat Nederland meer wedstrijden van het WK mag organiseren dan België. Mits overleg met Nederland en de FIFA kan België het WK aangrijpen als een slim investeringsproject dat eindelijk de noodzakelijke dynamiek brengt in enkele vastgeroeste stadiondossiers.

Johan Albrecht, Universiteit Gent en Itinera Institute

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud