Hoofdeconoom Itinera Institute en executive professor Antwerp Management School

Allerlei indicatoren tonen dat ons land vooral tekortschiet in de vernieuwing van het economisch weefsel. Toch gaan veel beleidsdiscussies over het ondersteunen van de huidige economie. Dat uit zich ook in de vele energie die maatschappelijke groepen steken in het elkaar vliegen afvangen. Zoals in veel wapenwedlopen leidt dat niet alleen tot verspilling van middelen, maar ook tot een behoorlijk instabiel beleid. De ene keer stimuleert het vooral grote bedrijven, de andere keer zet het ‘small is beautiful’ uit als koers.

Het zijn snelgroeiende bedrijven en vooral zogenaamde hoge-impactbedrijven die de economie transformeren.

Academisch onderzoek vandaag levert de richtlijn op dat het beleid zich niet moet richten op de grootte van ondernemingen. Het zijn snelgroeiende bedrijven en vooral zogenaamde hoge-impactbedrijven die de economie transformeren. Het is ook in dié levenscyclus van bedrijven dat het kaf van het koren wordt gescheiden en echte winnaars het halen. Met gunstige gevolgen voor de productiviteit en uiteindelijk het welvaartsniveau van de hele maatschappij. Als het er echter alleen toe leidt dat de politiek zijn geld inzet op een ander paard in de wedren, blijven we ook hier bezig met een processie van Echternach.

©BELGAPLUS

Een dynamische maatschappij staat niet in de eerste plaats ten dienste van gevestigde belangen, maar beseft hoe belangrijk die voortdurende economische vernieuwing is. Zo’n maatschappij is op haar hoede voor te grote toetredingsbelemmeringen. Het zijn barrières die gevestigde belangen maar al te graag oprichten om de markt af te schermen.

Zwemmer in een draaikolk

Ons land is erg vatbaar voor de lokroep van het corporatisme. Hoe groter de rol van de overheid, bijvoorbeeld voor financiering, hoe meer beslist wordt met politieke criteria in plaats van met rationele economische maatstaven. Er moet democratische legitimiteit zijn, maar stop ermee expertise en politieke logica als inwisselbaar te behandelen, onder meer door spelers van maatschappelijke overleg te verwarren met experts.

Sommige landen zijn ontvankelijker dan andere voor lobbykrachten die muren optrekken. Vaak zijn er aanlokkelijke redenen om allerlei vereisten te decreteren waaraan nieuwe deelnemers moeten voldoen, maar zo geraakt de markt wel heel snel volledig dichtgetimmerd. De spontane neiging om ‘goedbedoelde’ maatregelen te nemen leidt voor menig ondernemer tot het gevoel een zwemmer te zijn die in een draaikolk terechtkomt waaruit geen ontsnappen mogelijk is.

Als de overheid vanuit haar machtspositie bepaalde bedrijven voortrekt of zelf via eigen diensten private bedrijven voluit concurrentie aandoet, dan zijn we ver van huis.

En het gaat niet alleen om administratieve lasten. Er is de onduidelijke wetgeving en er zijn de al te frequente aanpassingen en uitzonderingen die vloeken met de rechtszekerheid.

De overheid moet vooral zelf geen monopolies in stand houden. Dat betekent niet dat de overheid geen enkele rol heeft te spelen. Wel dat ze zich bijvoorbeeld concentreert op de randvoorwaarden waaronder diensten worden geleverd. De verstrengeling van de politiek met het bedrijfsleven is blijkbaar geen relikwie uit het verleden. Om de Waalse kabelgroep VOO voor zich te winnen stelde Telenet onlangs voor een politieke adviesraad bij te creëren.

Velen ervaren dat overheidsagentschappen weinig evalueren hoe marktverstorend ze werken. Als de overheid vanuit haar machtspositie bepaalde bedrijven voortrekt of zelf via eigen diensten private bedrijven voluit concurrentie aandoet, dan zijn we ver van huis. In plaats van een marktfaling te corrigeren, brengt ze dan zelfs normale bedrijven in de problemen met haar stevige hefboom van belastinggeld.

Lees verder

Gesponsorde inhoud