Belasten of besparen?

Hoofdeconoom Voka en auteur van het boek 'Superstaat'

De tweewekelijkse grafiek van Bart Van Craeynest

Vorige week bleek dat de regering 2018 afsloot met een begrotingstekort van 0,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp), het kleinste tekort sinds 2007. Verschillende leden van de regering-Michel waren er snel bij om uit te pakken met deze ‘prestatie’. Dat is misplaatst.

Van 2014 tot 2018 daalde het tekort van 3,1 procent naar 0,8 procent, maar die daling was vooral te danken aan omstandigheden waaraan de regering weinig of geen verdienste heeft. Zo namen de rentelasten af met 1 procent en was de degelijke conjunctuur goed voor 0,6 procent. Volgens ramingen van de Europese Commissie droeg het effectieve begrotingsbeleid maar voor 0,7 procent van het bbp bij tot de verbetering van het tekort. Ter vergelijking: in de periode 2011-2014 zorgde de regering-Di Rupo voor een structurele begrotingsinspanning van 0,9 procent.

De regering-Michel kan verschillende beleidsrealisaties voorleggen. Ze deed onder meer duidelijke inspanningen om meer mensen aan het werk te krijgen en te houden, maar de begroting was niet haar sterkste punt.

©Mediafin

Belangrijker dan die totale begrotingsinspanning van Michel en Di Rupo is de manier waarop ze die realiseerden. Di Rupo ging volop voor belastingverhogingen. De structurele overheidsontvangsten, gezuiverd voor conjunctuurimpact en eenmalige ingrepen, namen van 2011 tot 2014 toe met 1,3 procent van het bbp. De regering-Michel verlaagde die structurele ontvangsten met 1 procent. Dat financierde ze met structurele besparingen van 1,7 procent van het bbp, de grootste besparingsinspanning sinds het midden van de jaren 80. De budgettaire ruimte die daardoor vrijkwam werd vooral gebruikt om de belastingen te verlagen, minder om de overheidsfinanciën op te kuisen.

Ook de volgende regering zal de cruciale keuze moeten maken hoe ze dit aanpakt. Nog los van de eindeloze verkiezingsbeloftes moet ze op zoek naar geld, op z’n minst al ruim 5 miljard aan extra uitgaven voor pensioenen en zorg. Hoe de partijen dat willen financieren komt in de campagne te weinig aan bod, maar wordt voor onze economie wel een essentiële vraag.

Sommigen willen het geld gaan zoeken bij belastingen die gemakkelijkheidshalve door ‘anderen’ (lees: rijken, bedrijven of vervuilers) betaald worden, anderen pleiten vooral voor pijnloze besparingen. Geen van beiden is een realistische piste.

Nog een opmerking voor het startpunt voor die keuze: zowel de uitgaven als de ontvangsten van de overheid bedragen nog altijd meer dan 50 procent van het bbp, en behoren daarmee tot de hoogste ter wereld.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud