België bij minst ongelijke landen van Europa

De tweewekelijkse grafiek van Bart Van Craeynest

De verkiezingscampagne werd de voorbije weken op gang geschoten - voor zover die niet al langer bezig was. De oppositiepartijen schuiven het ‘harde annex kille beleid’ van de regering als verkiezingsthema naar voren. Volgens hen moet dat dringend gecorrigeerd worden. De voorbije jaren zou een sociaal afbraakbeleid gevoerd zijn, waarbij de ongelijkheid fors toeneemt en meer en meer mensen financieel niet meer meekunnen. Dat verhaal blijkt evenwel niet uit de beschikbare statistieken.

©Frank Toussaint

Sowieso blijft het bizar dat gesproken wordt over sociale afbraak in een land waar de sociale uitgaven volgens de OESO 28,9 procent van het bruto binnenlands product (bbp) bedragen. Dat is goed voor 130 miljard euro, en van de industrielanden komt België daarmee op de tweede plaats.

Daarnaast ligt ook de retoriek over toenemende ongelijkheid moeilijk. De meest gebruikte maatstaf voor inkomensongelijkheid is de ginicoëfficiënt, die varieert van 0 voor absolute gelijkheid tot 1 voor absolute ongelijkheid (één iemand heeft al het inkomen en al de rest heeft niets). Voor 2017 kwam die indicator voor België uit op 0,26. Daarmee zit ons land bij de minst ongelijke landen van Europa.

©Mediafin

Bovendien is die ongelijkheid ook niet aan het toenemen. Sinds 2013 bleef die stabiel, na een eerdere daling. Daarmee doet België beter dan gemiddeld in de buurlanden of in de Scandinavische landen. In die laatste nam de inkomensongelijkheid de voorbije jaren wel toe.

Ook het door de gele hesjes geïnspireerde beeld van hardwerkende mensen die de eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen, komt niet overeen met de cijfers. Volgens Eurostat loopt 3,8 procent van de Belgische werknemers een risico op armoede. Dat kan nog altijd 3,8 procent te veel zijn, maar het is wel op Finland en Tsjechië na het laagste in Europa. Ter vergelijking, het gemiddelde in de eurozone ligt op 7,8 procent. Het fenomeen van werkende armen komt in België relatief zelden voor. De armoedecijfers liggen vooral voor niet-werkenden vrij hoog (33%).

Als beleidsmakers vertrekken van verkeerde feiten, dreigen ze ook met verkeerde oplossingen te komen.

Die cijfers betekenen helemaal niet dat er België geen ruimte is om beter te doen op het vlak van sociale bescherming. Maar als beleidsmakers vertrekken van verkeerde feiten, dreigen ze ook met verkeerde oplossingen te komen. Zo vormen hogere minimumlonen in België geen goed antwoord op de armoedecijfers. Integendeel, dat dreigt zelfs meer kwetsbare groepen uit de arbeidsmarkt te duwen. Om het armoederisico te verlagen, moet het Belgische beleid net meer doen om die kwetsbare groepen aan het werk te krijgen.

Lees verder

Tijd Connect