Inmenging van ministers en hun kabinetsleden is legio. Het is een van de grootste frustraties van overheidsmanagers.

If I am to stay, I want you to pray, Not for me, For the souls who have stayed like me before. ‘A Day For The Hunter, A Day For The Prey’, Leyla McCalla, 2016

Dominique Leroy is een topmanager. Alleen een topmanager kan een bedrijf dat al tien jaar kromp omturnen tot een groeimachine, een unicum in de Europese telecomsector. En alleen een topmanager kan een bedrijf waar angst en controledrift heerste omvormen tot een plek met een voorbeeldige bedrijfscultuur.

Maar Dominique Leroy is ook een topmens. Iedereen die haar al eens ontmoette, zal dat bevestigen. Zelf bevestigde ze het door niet na te trappen toen ze haar vertrek bij Proximus aankondigde. Dat ze de vakbonden niet op de korrel nam, valt als voorzichtig te omschrijven: ze blijft tot 1 december en voor die datum wil ze een akkoord sluiten over het transformatieplan.

Maar voor de politiek hoefde ze niet voorzichtig te zijn. Toch sprak ze er goedmoedig over, terwijl ze nochtans geregeld publiekelijk is aan- of afgevallen door haar voogdijminister. Alexander De Croo moedigde de Proximus-klanten aan een andere operator te kiezen toen ze de tarieven verhoogde, had kritiek op haar strategisch personeelsplan en was woedend over haar weerstand tegen de komst van een vierde telecomspeler. Als Leroy zegt dat de staat nooit in de dagelijkse werking van Proximus is tussengekomen, is ze dus iets te galant.

Niet de enige

Leroy is niet de enige die door De Croo werd aan- of afgevallen. Bpost-topman Koen Van Gerven, nog een vertrekkende overheidsmanager, kreeg kritiek op zijn idee voor duurdere postzegels op snelle brieven. Sophie Dutordoir kreeg de wind van voren toen ze aankondigde dat de NMBS geen wifi op de treinen zal aanbieden. Het toont aan dat geen enkele premier en geen enkele minister zich kan onthouden van inmenging in overheidsbedrijven en -diensten. Ze noemen zich voorstanders van governance, maar niemand - zelfs niet de donkerblauwste - houdt zich aan de gouden regels van behoorlijk bestuur.

Dominique Leroy was iets te galant voor de politiek toen ze haar vertrek aankondigde.

Wat je over inbreuken op governance in de media leest, is het topje van de ijsberg. Inmenging van ministers en hun kabinetsleden is legio. Het is een van de grootste frustraties van overheidsmanagers. Als ze weggaan, is het niet vanwege het geplafonneerde loon maar uit onvrede met de constante bemoeienissen van de kabinetten en de onmogelijkheid een structureel beleid te voeren.

Leroy en Van Gerven zijn opvallende vertrekkers. Maar er vertrekken bij de (federale) overheid wel meer topmensen dan diegenen die de krantenpagina’s halen. Net voor de zomer koos Isabelle Mazzara, de voorzitter van de federale overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken, voor een job als secretaris-generaal bij de ULB. Het toptalent dat door haar collega’s onmiddellijk na haar aanstelling werd verkozen tot voorzitter van de FOD-voorzitters, deed niet eens haar eerste mandaat uit. Geregeld vragen directeurs-generaal, personeelschefs of IT-topmensen me of ik weet heb van vacante plaatsen buiten de (federale) overheid. Telkens is de onderliggende reden: ‘Ik heb het gehad met de bemoeienissen van onbevoegde en vaak hautaine mensen op de kabinetten.’

Vertrouwen

Die werkelijkheid ontgaat potentiële kandidaten voor topjobs bij de overheid niet. Mensen bij Selor vertellen me dat het aantal echt goede kandidaten sterk is gedaald. Bij het assessment voor mijn opvolger is niemand geslaagd. Het vergde twee selecties om een voorzitter van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg te vinden. Voor de topman van de FOD Financiën moest de selectie zelfs drie keer worden uitgeschreven.

Misschien moeten mijn ex-collega’s, mocht er ooit nog een federale regering komen, hun nieuwe minister het interview van AB InBev-baas Carlos Brito in The Wall Street Journal sturen waarin hij vertelt dat hij niet meer aan micromanagement doet. ‘Ik ben gestopt vragen te stellen over resultaten die toevallig mijn interesse prikkelen, maar waar ik het eigenlijk nooit over had moeten hebben. Ik hou van details, maar nu denk ik: ‘Ik heb geweldige mensen en een team dat ik kan vertrouwen.’ Brito houdt zich nu minder bezig met vergaderen en meer met de toekomst, luidt het (De Tijd 22/4). Zou geen slecht idee zijn voor een regering, lijkt me.

Lees verder

Tijd Connect