I'm living in a future

A future of law I want to know

Whose law can it be?

A future for you and I

‘Whose Law (Is It Anyway)’, Guru Josh, Infinity, 1990

Bo Coolsaet werd dinsdag schuldig bevonden aan verkrachting en Wout van Aert werd vrijgesproken van contractbreuk. Dat was verrassend, want alle kranten hadden op voorhand de vrijspraak voor de uroloog en de straf voor de wielrenner voorspeld. Procesjournalisten komen stilaan terecht in hetzelfde vaarwater als hun voetbalkompanen: eerst wordt lang en overtuigend de uitslag voorspeld en achteraf wordt zonder gêne met totaal tegengestelde argumentatie het anders uitgedraaide resultaat verklaard.

©Dieter Telemans

De Antwerpse rechter velt niet alleen een vernietigend vonnis, maar velt tegelijk de faam van Coolsaet en de ernst van het Antwerpse parket. De uroloog overtuigde substituut-procureur Kim De Laet dat het instrument waarmee hij een minderjarig meisje behandelde geen seksspeeltje was, maar een medisch instrument. De parketmagistrate etaleerde daarop haar gebrek aan kennis over penselen der liefde en vroeg prompt de vrijspraak. Ze veranderde haar mening ook niet wanneer nieuwe klachten tegen de uroloog binnenliepen. Begrijpelijk, want ze deed niet eens de moeite om ze deftig te onderzoeken. De Laet is geen onbekende in de procesjournalistiek: negen jaar geleden gaf dezelfde magistrate de ‘bottinekes’ de opdracht Jonathan Jacob te kalmeren, met zijn dood tot gevolg.

Zo verrassend de vonnissen, zo voorspelbaar de reacties van de verliezende partijen. Geen tien minuten na de uitspraak lieten hun advocaten al weten in hoger beroep te gaan. Blijkbaar staan niemand erbij stil hoe boertig dat soort gedrag is. Een rechter leest en herleest argumenten en tegenargumenten, gaat graven in de rechtsleer en de rechtspraak, is zich bewust van het effect van zijn uitspraak, wikt en weegt zijn woorden en komt tot een goed onderbouwd oordeel. Om minuten na zijn uitspraak al te horen dat zijn vonnis brolwerk is dat door een hogere rechter node moet worden rechtgezet.

Ook in de 21ste eeuw kan hoger beroep een vorm van klassenjustitie zijn.

In vervlogen tijden zeiden advocaten eerst het vonnis zorgvuldig te zullen onderzoeken. Toegegeven, soms was het slecht theater, maar niet zelden konden serieuze pleiters hun klanten overtuigen niet in beroep te gaan. Toen ik rechten studeerde, kreeg ik tot in den treure te horen dat een advocaat de eerste rechter moet zijn. Dat hield in dat ze hun klanten correct over het sérieux van de argumenten van de tegenpartij moesten informeren. Blijkbaar behoort die regel niet meer tot de verplichte kennis. Advocaten zijn geen eerste rechters meer, maar eerste supporters die zich meteen na de uitspraak niet naar hun studiekamer maar naar ‘De afspraak’ spoeden.

Uit mijn wetswinkeltijd herinner ik me de vele verhalen van arme huurders die, na lang aarzelen, rijke huisjesmelkers voor de rechter daagden, hopend op een rechtvaardige uitspraak. Als ze die al kregen, gingen de verhuurders prompt in hoger beroep en soms zelfs in cassatie. Niet met de bedoeling de rechtszaak te winnen, maar om de huurders financieel te dwingen af te zien van hun terechte rechtseis. Te weinig wordt erbij stilgestaan dat hoger beroep een geniepige zet kan zijn van een tegenpartij die zich financieel veel meer kan veroorloven. Ook in de 21ste eeuw kan hoger beroep een vorm van klassenjustitie zijn.

Advocaten zijn geen eerste rechters meer, maar eerste supporters die zich meteen na de uitspraak niet naar hun studiekamer maar naar ‘De afspraak’ spoeden

Moet de toegang tot hoger beroep zo gemakkelijk blijven? Is het echt ondenkbaar dat wie in hoger beroep wil gaan zijn vraag moet stellen aan een kamer van hoger beroep van drie raadsheren, gelijkaardig aan een kamer van inbeschuldigingstelling, die kan onderzoeken of de eerste rechter zorgvuldig is te werk gegaan, en die enkel toestemming tot hoger beroep geeft wanneer ze fouten vaststelt?

De voordelen zijn velerlei. De partijen hebben een tweede visie gekregen en moeten geen jaren op een eindbeslissing wachten. Justitie kan miljoenen besparen aan nodeloze procesvoering. De overmacht van de financieel sterksten wordt verminderd. Maar vooral: met een kamer van hoger beroep zouden de rechters in eerste aanleg zich meer gevaloriseerd voelen. Hoewel, sommigen zouden dat als een soort verkapte evaluatie van hun werk kunnen beschouwen. En we weten dat de voor het leven benoemde rechters als de dood zijn voor evaluaties.

Lees verder

Tijd Connect