Bert Kruismans | Back to the future

Dankzij twistzieke Waalse liberalen verloren we ooit zelfs het Groothertogdom Luxemburg.

Weet u, een Waalse liberaal kan volgens mij slecht tegen de hitte. Afgelopen week was het weer van dattum. Dit keer vroeg Waals minister Jean-Luc Crucke via een paar interviews aan zijn eigen partijvoorzitter Georges-Louis Bouchez of het alstublieft wat minder kon met die torpedo’s richting de Wetstraat 16. De tactiek van Bouchez is bekend: ik val de regering aan waar mijn partij zelf in zit om zo straks stemmen te winnen, maar - oeps - achteraf gaat vooral de oppositie met de buit lopen. Politicologen noemen dat met een geleerde uitdrukking Theo’s Marrakesh-theorie.

Crucke lanceerde zijn beenveeg in de week dat de Belgische liberalen hun 175ste verjaardag vierden. Kwestie van de feestvreugde wat te drukken. De liberale partij werd in 1846 door Charles Rogier boven de doopvont (nu ja) gehouden. En nu begrijp ik het helemaal. Wie zich wat in die geschiedenis verdiept, kan er niet omheen: Bouchez is eigenlijk gewoon de reïncarnatie van Rogier. Dat verklaart alles.

Ga maar na. Rogier was zo pro België dat hij het land in 1830 dan maar mee heeft opgericht. Vervolgens zocht hij veertig jaar lang in de Wetstraat ruzie met Jan en alleman, bij voorkeur in zijn eigen partij. In 1833 vocht hij in het Zoniënwoud een duel uit met dat andere driftige baasje uit het parlement: Alexandre Gendebien. Rogier kreeg een kogel door de wang. De dokter van wacht raapte twee tanden op, schraapte de hagel uit de mond van Rogier en schreef een doktersbriefje voor de werkgever van amper twee dagen. Dat waren nog eens kerels!

De tactiek van Bouchez is bekend: ik val de regering aan waar mijn partij zelf in zit om zo straks stemmen te winnen, maar - oeps - achteraf gaat vooral de oppositie met de buit lopen.

Dankzij die twistzieke Waalse liberalen verloren we ooit zelfs het Groothertogdom Luxemburg. Ik vat het even kort samen. In 1867 was de Nederlandse koning Willem III na zijn uren ook groothertog van Luxemburg. Maar de brave man wilde zijn doening verkopen aan Frankrijk, omdat hij veel schulden had en vooral een Amerikaans lief met een dure smaak. Vastgoed was toen al een zekere belegging. Frankrijk zei ja. Maar Pruisen zei nee, want die pinhelmen hadden toevallig wel een garnizoen liggen in de citadel van Luxemburg. Hendrik, de broer van Willem, die de koning als stadhouder in Luxemburg verving, wilde dat het land onafhankelijk bleef. Oostenrijk wilde Luxemburg dan weer aan België geven dat als compensatie de steden Philippeville en Mariembourg aan Frankrijk zou schenken. En wat de Luxemburgers zelf wilden, dat interesseerde geen hond. Kortom: het was ingewikkeld. 

Rogier, Belgisch premier, speelde met alle plezier de overbodige hond in het kegelspel. Twitter zat nog in de bètaversie. Daarom kocht de Bouchez van toen wat journalisten om - dat ging indertijd ook al zeer vlot - die in binnen- en buitenlandse gazetten vuurtje stook deden ten voordele van België. Rogier had zelfs stromannen ingehuurd die vermomd als Luxemburger klaarstonden om op straat hun liefde voor België uit te schreeuwen. Probleem: collega Frère-Orban, de liberale minister van Financiën, moest van geen Luxemburgers weten. Die waren veel te katholiek en de Luxemburgse staalindustrie draaide iets te goed. Tussen haakjes: Frère-Orban was getrouwd met de dochter van een van de grootste staalbonzen van Luik. Gevolg: Luxemburg bleef Luxemburg en jarenlang moesten de Belgen dus wel met de couponnekestrein de grens over om hun zwart geld in een Luxemburgse bank te droppen. Allemaal de fout van die Waalse liberalen!

Pro memorie: de Luxemburgcrisis was meteen de zwanenzang van Rogier. Enkele maanden later maakte hij als premier plaats voor... Frère-Orban en ging vervolgens nog wat zitten mokken in de Kamer. 150 jaar later zou hij op onverklaarbare wijze opnieuw opduiken in de Wetstraat.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud