Bert Kruismans | Waterloo zien en sterven

De Aigle Blessé op een parking naast een groezelig baanbordeel deed jarenlang dienst als de IJzertoren van de Waalse beweging.

Als u eind volgende week toevallig via de steenweg van Waterloo naar Charleroi rijdt, wilt u mij dan een plezier doen? Kunt u in Plancenoit even halt houden aan het monument van L’Aigle Blessé? Het is gemakkelijk te vinden. Vanaf Waterloo altijd rechtdoor. Links ziet u de schoorsteen van een verbrandingsoven, maar officieel is dat een monument, echt. Victor Hugo heeft die pijp verdiend omdat hij daar in 1860 twee maanden op hotel zat. Zijn gedicht over de morne plaine van Waterloo was toen al lang geschreven, jaren voor de schrijver één voet in Waterloo had gezet. Een stuk van België een troosteloze vlakte noemen zonder dat stuk ooit te hebben gezien, een Fransman kan dat. 

N’importe, na de pijp ziet u aan de rechterkant het bordeel, excuseer, de champagnebar Victor Hugo. Waar de schrijver die aan heeft verdiend, geen idee, maar geef toe, voor een uitzuipkroeg klinkt Victor Hugo toch nog beter dan In de Gekwetste Adelaar, bij Jos en Nicole. En weet dat u er hartelijk welkom bent bij Ruby en Elisa. Dat zijn twee charmante dames, denk ik. 

Achter de Victor Hugo kunt u discreet parkeren, naast L'Aigle Blessé. Die ligt daar te creperen als herdenking aan de Dernier Carré, de laatste Franse troepen die op 18 juni 1815 aan het einde van de Slag bij Waterloo door de Pruis en de Ier vakkundig tot carré confituur werden herleid. Wilt u daar, als het niet te veel moeite is, even aan het monument het aantal kransen tellen? Weet me zeker te zeggen of u ook rood-gele linten heeft ontwaard. Zo kan ik een beetje inschatten hoe het nu zit met de rattachisten, de Walen die ijveren voor de aanhechting bij Frankrijk. Zouden ze nog leven?

Kapoenen

Want in 2008 zagen ze er al niet meer zo fris uit. Toen stonden die kapoenen verwoed te zwaaien met Franse en Waalse vlaggen op de citadel van Dinant, uit protest tegen de Vlaamse feestdag die daar werd gevierd met een tweetalig optreden van een Vlaamse comedian. Ik vond ze best aandoenlijk, die rattachisten. Ze waren met zo’n vijftien en haalden vlot de gemiddelde leeftijd van 74 jaar. Sommigen hadden duidelijk moeite met hun vlaggenstok en moesten tijdens het demonstreren af en toe naar het toilet.

Vanaf 1928 pakten de rattachisten uit met een jaarlijkse bedevaart vol bloemen, gloedvolle toespraken, pastoors en, belangrijk, vooral vlaggen.

Dan was het aan L'Aigle Blessé ooit wel even anders. Die stervende vogel op een parking naast een groezelig baanbordeel deed jaren dienst als de IJzertoren van de Waalse Beweging. Volgens de mythe werd de inauguratie in 1904 bijgewoond door 100.000 mensen. Het was mooi weer. Vanaf 1928 pakten ze uit met een jaarlijkse bedevaart vol bloemen, gloedvolle toespraken, pastoors en - belangrijk - vooral vlaggen. 1928 was ook het jaar dat ze in Kaaskerke met de bouw van de IJzertoren begonnen. Wie zei ook weer dat Vlamingen en Walen niets gemeenschappelijk hebben? In 1938 bereikte de francofolie haar hoogtepunt met ruim 15.000 bedevaarders. Ruby en Elisa moeten daar toen nogal een omzet hebben gedraaid! Na de oorlog werd de traditie voortgezet, maar in de jaren zeventig zat de klad er wel in. Dan hielden hun Vlaamse collega’s van de IJzerbedevaart het toch iets langer vol.

O ja, als u daar dan toch bent aan L'Aigle Blessé. Aan de overkant van de straat bemerkt u een compleet verloederd kot. Dat was ooit Le Cabaret du Dernier Carré. Dat is geen grap. Waarschijnlijk draaiden daar in betere tijden dames rond een paal, enkel getooid met een kek Napoleonhoedje. De barak is nu eigendom van de provincie Waals-Brabant, die al tien jaar wanhopig op zoek is naar een uitbater. Dus, wie zin heeft om een café open te doen recht tegenover L'Aigle Blessé... In de Leeuw van Vlaanderen of In de IJzertoren, bij Jos en Nicole, dat zou toch geestig zijn?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud