Hind Fraihi

Ik vertrek vandaag naar Marokko, voor de zoveelste keer en om de zoveelste reden. Voor het werk, om te feesten, te shoppen, familie en kennissen te bezoeken, en voor - onmisbaar! - een frisse duik aan de kaap waar twee zeeën elkaar onverschrokken ontmoeten. Daar ligt Tanger, mijn Tanger. De havenstad ligt in de smalste engte zo’n 14 kilometer van Spanje en schippert tussen Afrika en Europa, nooit volledig toebehorend aan de een of de ander.

Ik verfoei en bewonder die stad, omdat ik er mezelf iedere keer blijf tegenkomen. Die confrontatie begint al bij de eerste stappen op Marokkaanse bodem, bij de douane. Dan kan ik er donder op zeggen: ik ga treiteren en getreiterd worden.

Dat gesar lok ik niet uit. Dat doet mijn paspoort. Ik reis met mijn rood, Belgisch paspoort. Het groene met Arabisch opschrift en een stempel van het koninkrijk Marokko is al lang vervallen. Om het te vernieuwen moet ik naar het Marokkaanse consulaat in Antwerpen waar je van het kastje naar de muur wordt gestuurd en soms ook naar de maan. De Marokkaanse administratie werkt tergend kafkaiaans en bovenal heb ik mijn Marokkaans paspoort niet nodig. Al mijn reizen doe ik met mijn Belgisch paspoort, ook de reizen naar Marokko.

Ik mag het land in, vaak pas nadat ik te horen heb gekregen dat ik te bijdehand ben. Menig douanebeambte beschuldigt me ervan niet patriottisch te zijn.

Dat zint menig douanier niet. Steevast krijg ik de vraag: ‘Waar zijn jouw Marokkaanse identiteitspapieren?’ Telkens gaan mijn schouders omhoog, vergezeld van de repliek dat ik geen Marokkaanse identiteitskaart heb. Mannenhanden hebben mijn rode reispas vast, een indringende blik volgt, haast kwaad. Soms komt er wat stoom uit neus en oren. Het mantra aan de douanebalie is: ‘Vergeet niet, je bent dus wél Marokkaans.’

En Belg ben ik ook. Mijn Belgische legitimatie is geldig. Is dat niet goed genoeg? Stilte volgt na die vraag. Of een vlak nee. Of: ‘Niet te moeilijk doen, want we kunnen het je moeilijk maken.’ Niet goed genoeg zijn omwille van een nationaliteit heeft nochtans een naam: discriminatie. Of nog: racisme. En toch volgt een stempel, omdat ik eenvoudigweg wettelijk in orde ben. Ik mag het land in, vaak pas nadat ik te horen heb gekregen dat ik te bijdehands ben.

Reverse racism

Menig beambte beschuldigt me ervan niet patriottisch te zijn. Het wij-zij-discours is een veelkantig prisma. Uw Belgische nationaliteit is minderwaardig. Marokkaan zijn is superieur. Ik grijns bitter bij het staaltje ‘reverse racism’ als ik mijn bestempelde paspoort terugkrijg. Het is moeilijk de overwinningslach van mijn gezicht te krijgen.

‘Ik rel graag met die douaniers. Ik vind het hilarisch’, tweette auteur en onderneemster Yasmien Naciri onlangs na een gelijkaardige ervaring bij haar aankomst in Marokko.

De dubbele nationaliteit kwam deze week ook in Nederland ter sprake bij de benoeming van politicoloog Hassan Outaklla tot persoonlijk adviseur van koning Willem-Alexander

De dubbele nationaliteit kwam deze week ook in Nederland ter sprake bij de benoeming van politicoloog Hassan Outaklla tot persoonlijk adviseur van koning Willem-Alexander. De jonge adviseur is van Marokkaanse afkomst. ‘Dubbele nationaliteit betekent dubbele loyaliteit’, liet schrijver Joost Niemöller weten op Twitter. ‘De koning van Marokko heeft zo ogen en oren dicht bij Alexander. Gebeurt zomaar.’ Dichter bij Alexander is koningin Maxima evengoed bipatride. Dat gebeurde zomaar, en terecht want loyaliteit zit niet in staatsburgerschap. Oorlogen illustreren dat. Voor het collaboreren met de Duitse bezetter was nationaliteit van geen tel. Voor de bevrijding van de Duitse bezetting evenmin.

Nog in Nederland: de in Suriname geboren Martin Sitalsing is de eerste chef van de Nationale Politie. De eerste allochtoon, wordt gekopt. Als een primeur in anders-zijn. Aan wie behoort hij toe, aan wij of zij? Vooral (radicaal) rechts maakt van afkomst en trouw een pavloviaanse reactie. Hun obligaat rondje getreiter begint dan weer bij de benoeming van parlementsleden, ministers en topfunctionarissen die houder zijn van een dubbele nationaliteit.

Als Marokkaans onderdaan ben ik geboren en dat zal ik (wettelijk moeten) blijven. Als kind werd ik tot Belg genaturaliseerd. Geen van beide heb ik gekozen, om uiteindelijk te worden als de stad waar mijn vaders wortels liggen. Niet toebehorend aan de een of ander. Alleen aan mezelf, aan de wet. En aan de zon.

Lees verder

Tijd Connect