Blauwe Brusselse verf

Freelancejournalist en regisseur

De komende gemeenteraadsverkiezingen doen de partijen hun programma’s op scherp stellen. Zeker in Brussel-stad, waar na oktober 2018 niets nog zal zijn als vroeger. Dat zou men toch hopen na het historische impeachment van burgemeester Yvan Mayeur (PS).

Paradoxaal genoeg zouden de liberalen wel eens het kind van de electo­rale rekening kunnen worden.

De socialisten rekenen er echter op dat veel kiezers tegen de komende herfst al vergeten zijn wat er vorige zomer is gebeurd en hoe totaal de medeplichtigheid was van het hele PS-apparaat in het Samusocial-schandaal. Niet weinig kiezers zijn hen bovendien schatplichtig door het goed uitgebouwde systeem van cliëntelisme. Wie daarvan profiteert, gelooft graag de nieuwe PS-burgemeester Philippe Close, die blijft herhalen dat hij schoon schip wil maken met een systeem dat hijzelf jarenlang mee heeft uitgebouwd.

Het zijn paradoxaal genoeg de liberalen die wel eens het kind van de electorale rekening zouden kunnen worden. Zij hebben jaren geen problemen gehad met de heel eigen kijk van hun socialistische partner op openbaar bestuur. Schepen Alain Courtois (MR) kreeg daarbij nog de uppercut te verwerken van het Eurostadion-debacle en trok daaruit de enige juiste conclusie, door in een videoboodschap zijn eigen stad een rode kaart te geven.

©Photo News

Ga daarmee maar eens naar de verkiezingen, moet zijn collega-schepen Els Ampe (Open VLD) gedacht hebben. Zij kreeg de tweede plaats op de tweetalige liberale lijst. Voor een Vlaming misschien wel een heel goede positie in Brussel, maar Ampe heeft redenen om zich zorgen te maken. Volgens de laatste peilingen is het haast zeker dat de Open VLD niet langer de grootste Vlaamse partij in Brussel zal zijn. Die plaats lijkt verzekerd voor de N-VA. Vandaar dat de Ampe nu dringend moet proberen het verlies minstens te beperken.

De liberalen hebben er alle belang bij snel hun eigen identiteit in de blauwe verf te zetten, als ze niet willen ten onder gaan als onmachtige handlangers van de socialisten. Daarom pakte Ampe uit met een directe aanval op de PS, op een domein dat een essentieel onderdeel is van de klantenbinding van die partij: de politiek inzake sociale woningen.

Huisvesting

De stad Brussel is een belangrijke speler op de immobiliënmarkt. In de vijfhoek bezit ze maar liefst een derde van de woningen. Op die manier wordt huisvesting gegarandeerd voor wie leeft van een uitkering of een klein inkomen. Die groep heeft het in het hele Brusselse Gewest bijzonder moeilijk om een huis of appartement te vinden. Er staan momenteel 43.000 mensen op de wachtlijst, terwijl er maar iets maar dan 100 woningen per jaar bijkomen.

Ampe heeft een punt als ze stelt dat de slinger in Brussel-stad wel heel erg is doorgeslagen in het nadeel van de middenklasse, en dat er enkel nog plaats is voor heel rijke en heel arme mensen. De Stad domineert het onderste deel van de huurmarkt, met als gevolg dat privépromotoren zich vooral richten op het hoogste segment. Dat is vaak onbetaalbaar, zelfs voor een behoorlijk verdienend jong koppel met kinderen.

Ampe heeft een punt als ze stelt dat de slinger in Brussel-stad wel heel erg is doorgeslagen in het nadeel van de middenklasse.

De PS vindt de vaststelling van Ampe ‘bizar’. Verrassend is dat niet, omdat de PS haar electorale macht voor een groot deel heeft verkregen met een goed uitgebouwde dienstverlening aan sociaal zwakkeren. Dat dit in bepaalde gemeenten zoals Molenbeek tot een ongezonde getthovorming heeft geleid is de PS’ers nooit een zorg geweest. Dat delen van Brussel zo een steeds marginalere aanblik bieden al evenmin. Gentrificatie is in de rigide PS-ideologie nog altijd een synoniem van sociale uitsluiting.

Ampe stelt een voor de hand liggende oplossing voor, die helaas in de huidige Brusselse context niet haalbaar is: de spreiding van goedkopere woningen over het hele gewest, ook in die gemeenten die dat liever niet zien gebeuren. Een verdeling over het hele grondgebied is de enige manier om een antwoord te geven op de sociale noden die verbonden zijn aan de spectaculaire demografische groei van de jongste jaren. Maar dan moeten alle 19 baronnen bereid zijn hun eigen gemeentelijke belang ondergeschikt te maken aan het welzijn van de hele Brusselse bevolking.

Lees verder

Gesponsorde inhoud