Brexit is peanuts tegenover escalerende handelsoorlog

Volatiliteit troef op de beurzen. De recessievrees slaat weer toe. In Europa denken velen spontaan aan de brexit als grote boosdoener. Maar heel vaak onderschatten we de impact van een handelsoorlog die richting Europa escaleert. De veroordeling van de Europese subsidies voor Airbus door de Wereldhandelsorganisatie (WHO) schudde iedereen wel even wakker. Plots mogen de VS voor 7,5 miljard dollar Europese producten treffen met hogere tarieven. Tegenmaatregelen van Europa staan in de sterren geschreven, zeker als de WHO Amerikaanse overheidssteun aan Boeing veroordeelt.

©Tim Dirven

Vandaag heeft iedereen een mening over de brexit. Het goede nieuws is dat de Belgische politiek en de bedrijfswereld zich daardoor heel bewust zijn van de vele gevaren en uitdagingen die de brexit - al dan niet met zekerheid - met zich meebrengt. Bedrijven hebben de tijd gehad om zich voor te bereiden op worstcasescenario’s.

Het slechte nieuws is dat de brexit alle andere debatten over economische risico’s overschaduwt. Aangevuurd door het shakespeareaans drama in de Britse politiek twijfelt niemand nog aan de economische schade van een no-dealbrexit aan de Belgische economie.

Die bezorgdheid is terecht, maar staat niet in verhouding tot andere risico’s die ons boven het hoofd hangen. We moeten vooral veel meer bevreesd zijn voor een escalatie van de Amerikaanse handelsoorlog richting Europa. De economische impact is dramatisch. In vergelijking daarmee is de brexit peanuts.

Een toenemend aantal impactstudies toont aan dat de open Belgische economie een van de grootste slachtoffers is bij een no-dealbrexit. Naargelang de vooronderstellingen verwachten analisten een negatieve economische impact van 1 à 2 procentpunten op de Belgische reële economische groei. Rekening houdend met de al verwachte groeivertraging zou België daardoor in een recessie terechtkomen.

Studies zijn veel minder duidelijk over de timing van die negatieve impact. Als het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie valt zonder akkoord over tijdelijke overgangsmaatregelen, betekent dat een kortetermijnschok voor de Europese economieën. Bedrijven worden dan van de ene dag op de andere geconfronteerd met handelsbelemmeringen en logistieke uitdagingen. De impact is dus vooral op korte termijn te voelen.

Na dergelijke schokbewegingen herstellen economieën zich veelal relatief snel, doordat bedrijven zich aanpassen. Dat lijkt ook waarschijnlijk in het geval van een brexit. Het VK en de EU zijn belangrijke handelspartners. Internationale handelsstromen tussen buurlanden of historische handelspartners laten zich heel moeilijk inperken door een protectionistisch handelsbeleid. Denk aan Napoleons continentale blokkade of aan de huidige sancties tegen Iran en Noord-Korea, en iedereen beseft onmiddellijk dat zulke maatregelen in de praktijk maar een beperkte impact hebben.

Onze bedrijven moeten buffers opbouwen en hun economische activiteiten zo flexibel mogelijk organiseren.

Als onze bedrijven zich dus goed voorbereiden op de operationele uitdagingen, en de economische schade wordt beperkt door een snel herstel van de Brits-Europese economische relaties - bij voorkeur via een formeel akkoord - moeten we ons niet te veel zorgen maken over de brexit.

Dreigementen

Dat laatste geldt niet voor een escalatie van de Amerikaanse handelsoorlog naar Europa. Die valt niet uit te sluiten. Er zijn de continue dreigementen van de Amerikaanse president Donald Trump aan het Europese, of vaak Duitse, adres, in het bijzonder om hogere invoertarieven te heffen op Europese wagens. En Europa heeft, op China na, het grootste handelsbalansoverschot met de VS. Als een Amerikaans-Europese handelsoorlog begint met hogere Amerikaanse invoertarieven op Europese auto’s, dreigt een heel snelle en verregaande escalatie. De EU heeft al aangekondigd terug te zullen slaan in een hele reeks sectoren die vaak politiek gevoelig liggen. Het tweede salvo uit Washington zal niet lang op zich laten wachten.

In tegenstelling tot een brexit zou een dergelijke escalatie zowel in omvang als in duur een veel grotere impact hebben op de Europese economieën, blijkt uit simulaties van KBC Economics. De Amerikaanse pijlen gericht op de Europese autosector kunnen het hart van de Europese economie raken. Indirect treft dat veel economische activiteiten, verspreid over de hele EU.

Bovendien zal de escalatie nog meer sectoren treffen. Uiteindelijk kan dat leiden tot een aanzienlijke economische terugval over meerdere jaren, vergelijkbaar met een diepgaande crisis. De situatie kan zelfs nog dramatischer evolueren als de handelsoorlog uitdijt tot een ruimer economisch conflict, bijvoorbeeld rond concurrentieregels, belastingsystemen of de bescherming van intellectuele eigendom. Er zijn genoeg thema’s waarover Amerikanen en Europeanen een andere mening hebben.

Onzekerheid

Het is hoopvol nieuws dat Belgische bedrijven zich intensief voorbereiden op een brexit. Maar voorbereidingen op een eventueel handelsconflict gebeuren absoluut niet. De vraag is bovendien of zo’n voorbereiding wenselijk is. Allicht niet, want onder meer investeringen en jobcreatie preventief afbouwen kunnen op zich al een economische vertraging veroorzaken. De mogelijkheden om zich voor te bereiden zijn ook beperkt, door de grote onzekerheid over hoe en waar de Europese economie precies zal worden getroffen.

Toch bestaat er een juiste bedrijfsstrategie om zich voor te bereiden. Bedrijven moeten buffers opbouwen en hun economische activiteiten zo flexibel mogelijk organiseren. Die flexibiliteit kan vele vormen aannemen, zoals variabele productievolumes, een heroriëntatie naar andere markten en andere producten, flexibelere investeringstrajecten. Zo’n flexibiliteit is helaas geen automatisme in onze bedrijfswereld. Zelfs als dergelijke voorbereidingen op korte termijn wegen op de Belgische economie, vormen ze een indekking tegen een risico dat absoluut niet onwaarschijnlijk is.

Lees verder

Tijd Connect