Brits getreuzel met referendum

Politiek filosoof

Hoe zet je een referendum in? De Griekse premier Alexis Tsipras koos deze zomer voor een blitzkrieg: vrijdag 29 juni de aankondiging op televisie, zondag een week later naar de stembus. Hij won dik.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof in Brussel

©BELGAIMAGE

Het andere uiterste is David Cameron. De Britse premier beloofde zijn kiezers begin 2013 een referendum over het Britse lidmaatschap van een hervormde Europese Unie, te houden uiterlijk eind 2017. Geen negen dagen voorbereiding, maar bijna vijf jaar. Inmiddels is hij herkozen en is het najaar 2015, maar een referendumdatum blijft uit.

Vaart maken heeft voordelen, maar betekent kortere onderhandelingen over Britse wensen: het neekamp zal de regering verwijten dat het resultaat cosmetisch is, cadeaupapier om een lege doos. Maar bij wachten gaan de Franse en de Duitse verkiezingen van 2017 de speelruimte beperken. Dus houdt Cameron zijn opties liever open. Nu ja, ook inhoudelijk draait de kwestie om Britse bindingsangst. Wel moest hij op de vorige EU-top de andere regeringsleiders - geïrriteerd over de vaagheid in zo’n wezensvraag voor de Unie - beloven uiterlijk begin november concrete verlangens op papier te zetten.

In Nederland gaat het weer anders. Politici in Den Haag krijgen volksraadplegingen vooral opgedrongen, in 2005 door de Tweede Kamer over de Europese grondwet, nu door boze burgers over Oekraïne. De website geenstijl.nl verzamelde meer dan 400.000 handtekeningen voor een (niet-bindend) referendum over ratificatie van het EU-verdrag met Kiev.

Blitzkrieg of treuzelen? Moeilijke keuze voor de regering van Mark Rutte. Over de timing zei hij weken geleden: graag zo snel mogelijk, maar wij geen er niet over, dat is de Kiesraad. Als het kon zou Den Haag uit angst voor partijdigheid ook die keuze uitbesteden aan een internationaal hof.

Het debat tussen ‘blijvers’ en ‘vertrekkers’ gaat vooral over de economie.

Ook zonder datum komt er in Londen inmiddels stoom op het referendumdebat. Na het neekamp lanceerde het jakamp deze maand zijn campagne: een oud-baas van Marks & Spencer gaat ze leiden. Vorige week volgde een lang verwachte interventie. Mark Carney, gouverneur van de Bank of England, hield een vlekkeloze toespraak in Oxford over EU-lidmaatschap en de toezichttaken van zijn bank. Geen academische kwestie; het debat tussen ‘blijvers’ en ‘vertrekkers’ gaat vooral over de economie. Meer of minder Britse banen door de Europese markt? Schaadt de euro de belangen van de pond en van Londen als mondiaal financieel centrum? Bij zulke vragen heeft de onafhankelijke Bank of England gezag. Wel moet je zo’n gezag met zorg aanwenden. Liever geen misstapje in een mijnenveld.

Carney was vorige week voorzichtig maar glashelder. De Britse economie ontleent sinds twee eeuwen haar dynamiek aan openheid: deelname aan de Europese markt bevordert die dynamiek en groei. Zelfs de eurosceptische pers nam die conclusie over. Daarentegen noemde Carney de impact van EU-lidmaatschap op de Britse financiële stabiliteit ‘uitdagender’: de extra openheid versterkt de weerbaarheid maar vergroot ook het risico op schokken van buiten, vooral vanuit de eurozone. Dus graag heldere principes om de belangen van niet-eurolanden veilig te stellen en erkennen dat de EU een veelmuntenunie is. Precies wat Cameron wilde horen.

Overtuigen met economische argumenten in het Britse binnenlandse debat is één ding, de rest van Europa overtuigen jou concessies te doen een ander. Iedereen heeft het Verenigd Koninkrijk liever binnen dan buiten. Maar Berlijn, Parijs, Wenen, Brussel en Rome zijn momenteel niet bezig met Europa als supermarkt. Na het stille leedvermaak tijdens de eurostorm hebben de Britten ook ditmaal fijntjes laten weten dat vluchtelingencrisis, buitengrenzen en binnengrenzen niet hun zaak zijn. Men gaat er vast uit geraken, maar in zo’n sfeer neemt de kans op misverstanden en ongelukken toe.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud