Bruggen staken niet

Peter De Keyzer

De ramp in Genua zou een waarschuwing voor België moeten zijn.

Een paar weken geleden stortte in Genua een belangrijke brug in. Tientallen doden en nog veel meer gewonden vielen te betreuren. De ingestorte brug was een pijnlijk symbool voor de lamentabele staat van de Italiaanse infrastructuur. De ramp in Genua zou een waarschuwing voor België moeten zijn. De politieke geruststellingen dat het in België ‘niet zo’n vaart loopt als in Italië’ klinken niet echt geruststellend.

Net als in Italië is de openbare infrastructuur in België ontoereikend en in heel slechte staat. Dat is het gevolg van onderinvesteringen de afgelopen decennia. Dat was niet zozeer een bewuste keuze, dan wel de weg van de minste weerstand. Toen België vanaf de jaren 80 moest besparen, deed het dat vooral op overheidsinvesteringen en infrastructuur. Dat lijkt tegelijk pijnloos en sociaal. Door een brug of weg niet te bouwen of niet te onderhouden moet minder bespaard worden in de sociale zekerheid, het overheidsapparaat of de pensioenen. Dat garandeert dat de sociale rust vandaag bewaard blijft. De gevolgen van de onderinvesteringen zijn voor de volgende generatie. Stel dat een politicus de keuze heeft tussen het niet onderhouden van een brug of het niet verhogen van uitkeringen of ambtenarenlonen. De keuze is bijzonder snel gemaakt. Een brug staakt niet. En bovendien zijn de gevolgen pas zichtbaar als de politicus al lang geen politicus meer is.

Ondanks een overheidsbeslag van 50 procent van het bruto binnenlands product gaat er nauwelijks geld naar investeringen. Van elke 100 euro die de overheid in België uitgeeft, gaat maar 4 euro naar investeringen. In de Scandinavische landen is dat bijna het dubbele. Daarmee bengelt België achteraan in het Europese peloton. Het aandeel van de sociale zekerheid in de economie is de afgelopen decennia steeds verder gestegen, terwijl het aandeel van de overheidsinvesteringen steeds verder is gedaald. Eenvoudig samengevat: om werknemers 15 jaar vroeger met werken te kunnen laten stoppen, moeten bruggen en wegen 30 jaar langer meegaan.

Het is frappant dat zowel België als Italië een hoge overheidsschuld, een hoog overheidsbeslag en lage overheidsinvesteringen combineert. Een hoge overheidsschuld en lage infrastructuurinvesteringen zijn symptomen van dezelfde kwaal: een gebrek aan toekomstvisie. Landen die vooruitkijken, investeren. Landen die dat niet doen, consumeren. Vergelijk even België met Zweden. Een land dat consumeert versus een land dat investeert. Tot in het hoge noorden zijn de stations in Zweden perfect in orde. Digitale informatieborden, wifi in stations en moderne treinen. Tegelijk zijn er in die stations soms maar vier treinen per dag en tellen de Zweedse spoorwegen maar 4.000 werknemers. In België telt de NMBS meer dan 30.000 werknemers, levert ze een ondermaatse service en bezit ze een infrastructuur die op instorten staat. Dat is het verschil tussen een land waar de overheid investeert en een land waar ze consumeert.

Overheidsinvesteringen zijn geen weggegooid geld. Betere wegen, een beter elektriciteitsnetwerk, data-infrastructuur of een performante overheid verhogen de productiviteit en het groeipotentieel van de hele economie. Door te besparen op investeringen verzeilen we in een vicieuze cirkel. Te lage overheidsinvesteringen verkleinen het groeipotentieel van de economie. Een lager groeipotentieel betekent minder mensen aan de slag. Dat maakt het moeilijker de sociale zekerheid en de pensioenen te financieren en tegelijk de overheidsschuld af te bouwen. Dat kan dan alleen gebeuren door de belastingen te verhogen, wat opnieuw weegt op het groeipotentieel.

Overheidsinvesteringen verhogen de groei en de productiviteit van de hele economie.

Hogere overheidsinvesteringen hebben het omgekeerde effect. Ze verhogen de groei en de productiviteit van de hele economie. Dat leidt tot meer overheidsinkomsten en maakt het makkelijker om de schuld af te bouwen. Dat maakt de economie weerbaarder en trekt meer private investeringen aan. Die verhogen op hun beurt de productiviteit en het groeipotentieel.

Als het toch zo duidelijk is, waarom begint België dan niet onmiddellijk veel meer te investeren? Er zijn twee obstakels. In de eerste plaats moeten we kiezen voor meer investeringen ten koste van overheidsconsumptie. Dat betekent dat de huidige generatie minder geld zal krijgen van de overheid en dat de baten vooral voor de volgende generatie zijn. Al decennia hebben we het omgekeerde gedaan. Meer investeren vereist dan ook een breuk met het beleid van de afgelopen decennia.

Het tweede probleem is typisch Belgisch. Een groot deel van de dringende overheidsinvesteringen is voor rekening van de regio’s. De grootste consumptiepost van de overheid is de federale sociale zekerheid. Meer investeren en minder consumeren vereist dus meer geld voor de regio’s ten koste van de federale overheid. In België is dat niet makkelijk te realiseren.

Toch moeten we dringend de overheidsinvesteringen in België opdrijven. Moeilijk of niet. Alleen zo bouwen we een stevige brug naar de toekomst.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content