1

Brussel, de roman

Europese Commissie, Convent Garden-gebouw aan de Place Charles Rogier ©Kristof Vadino

Zou het niet geweldig zijn als er een serie als ‘The West Wing’ over de Europese Unie bestond? Een politieke fictie die de kijker het verhaal in trekt en het spel achter de schermen toont, de verhouding tussen de pers en de politiek zoals in het Deense ‘Borgen’, de machtsintriges à la het Amerikaanse ‘House of Cards’. Zend het uit in meerdere landen tegelijk en je bereikt wellicht meer voor het besef dat we van België tot Zweden en Polen of Malta een politieke sfeer delen, dan institutionele communicatie ooit kan doen.

Zelf heb ik de afgelopen jaren driemaal enthousiaste, serieuze mensen met zo’n plan op bezoek gehad: scenaristen, producers, literaire journalisten, sommigen in een ver stadium. Toch zijn al die projecten gestrand, meestal door financierings- en scenarioproblemen. Hoe breng je de non-stop mengelmoes van talen in en tussen Brusselse bureaus en hoofdsteden in beeld? Frappant is dat al die initiatieven Frans waren. De Fransen hechten veel belang aan verbeelding, symboliek, verhaal. Hun geschiedenis wordt graag verteld als de ‘roman de la nation’ met als hoofdpersoon la France. Ook veel ideeën voor de Europese symboliek - van vlag en volkslied tot het nadenken over gezamenlijke identiteit - werden vanuit Parijs aangewakkerd. Geen staatsraison zonder een roman van de natie.

Toch komt de eerste grote roman over de EU uit het Duitse taalgebied. Vorig jaar scoorde de Oostenrijkse schrijver Robert Menasse in Duitsland met ‘Die Hauptstad’, deze maand in het Nederlands verschenen bij De Arbeiderspers. ‘De hoofdstad’ is een onderhoudende vertelling, vol literair spel en geestige scènes, over verwikkelingen in de Europese Commissie en een moordzaak in de Brusselse binnenstad.

De auteur voert ontroerende hoofdpersonen op, met hun familiegeschiedenissen en eigenaardigheden, van een ambitieuze Cypriotische ambtenaar - ze wil hogerop maar zit vast op het departement Cultuur - tot een Belgische politiecommissaris, een dementerende Auschwitz-overlevende en de Oostenrijkse economieprofessor Alois Erhart. Een door de stad rennend varken verbindt de locaties en werkt als absurdistische noot, een hommage aan Brussel als hoofdstad van het surrealisme.

De lichtheid van de roman compenseert een zekere somberte van het toneel, met tal van scènes op begraafplaatsen, in zieken- en bejaardenhuizen. Versomberend werken ook de vele verwijzingen naar Auschwitz, in de roman de grondslag van de Europese integratie. Maar is het ernst of ironie als Menasses alter ego, de Oostenrijkse professor Erhart, in een Brusselse denktank oproept om op Auschwitzgrond een nieuwe EU-hoofdstad te bouwen?

In tegenstelling tot in deze tragikomedie vol ambtelijk falen, had Menasse in eerder werk alleen lof voor de Europese Commissie. In het essay ‘De Europese koerier’ (2012) weet hij alle crises in de EU aan egoïstische regeringen die zich in de Europese Raad op hun nationale kiezers beriepen om de overgang naar het postnationale Europa te blokkeren. De lezer proeft iets van die verontwaardiging als de chef-protocol van de Raad een Hongaar blijkt te zijn, met de verwoestende voornaam Attila.

De essayist Menasse wil de lidstaten afschaffen, het Europees Parlement meer macht geven en de Commissie als continentale bureaucratie haar zegenrijke werk laten doen. Maar die utopie is oppervlakkig en overtuigt niet. De romancier in hem is de betere schrijver, met oog voor menselijke zwakte en historische ironie. Juist fictie kan grote vragen openlaten en toch de verbeelding verruimen. Daarin slaagt ‘De hoofdstad’. Wie weet kunnen de Fransen er nu een tv-programma van maken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content