Brusselse Bidonville

‘Molenbeek is een warme gemeente waar iedereen welkom is.’ Dat antwoordde waarnemend burgemeester Amet Gjanaj (PS) op de vraag van een Bruzz-journalist of er iets gedaan zou worden aan een tentenkamp van Roma aan de Ninoofsepoort. Daar verblijven sinds een jaar of drie enkele families in erbarmelijke omstandigheden, op een braakliggend stuk bouwgrond. Er is geen lopend water, elektriciteit of enige hygiënische voorziening. Even verder, bij een sportterrein, logeren Roma in auto’s. Mensonterend.

De voorbije jaren zijn in verschillende Brusselse gemeenten spontane nederzettingen gegroeid. Onlangs heeft de politie van Anderlecht een kamp ontruimd. In geen tijd stonden er weer tenten. Net zoals aan het kanaal. Daar was de toestand volledig uit de hand gelopen. Door het afval en een totaal gebrek aan hygiëne brak een rattenplaag uit. De burgemeester van Anderlecht liet de nederzetting opruimen.

Maar in Molenbeek laat men begaan. ‘We strijden niet tegen mensen die erg verzwakt zijn’, zegt Gjanaj. ‘Het zijn geen goede omstandigheden, maar voor ons is een evacuatie geen prioriteit.’ Het gevolg is dat een kamp uitgroeit tot een bidonville.

De Roma zullen wel weggaan als de bouwwerken beginnen. ‘We hopen dat alle personen dan hun weg vinden naar een woning’, zei Gjanaj, alsof hij wou onderstrepen dat alles vanzelf in orde komt. En dat er van hem vooral geen initiatief verwacht moet worden.

Het zal er ook mee te maken hebben dat het kamp aan de grens van zijn gemeente ligt, op enkele tientallen meters van de stad Brussel. En dat is het actiegebied van de Roma. Wie vroeg over de Brusselse Grote Markt loopt, ziet hoe ze daar elke dag aankomen en zich in de buurt verspreiden om er te bedelen. Daarmee kunnen ze veel meer verdienen dan ze bij elkaar kunnen krijgen in hun bijzonder arme deel van Roemenië.

Het probleem met de Roma is dat ze geen andere huisvesting wensen en daarom soms ook vijandig staan tegenover goedbedoelde hulp van bijvoorbeeld Samusocial. Ze willen samenblijven. Als een kamp ontruimd wordt, trekken ze gewoon naar een andere plek.

De complexiteit van een probleem mag nooit een excuus zijn om het niet aan te pakken.

Dat verklaart ten dele de reactie van Gjanaj. Zijn passiviteit is waarschijnlijk ingegeven door het besef dat er geen eenvoudige oplossing is. Dat is zo, maar de complexiteit van een probleem mag nooit een excuus zijn om het niet aan te pakken. Gjanaj vindt het blijkbaar niet erg dat de hoofdstad van Europa kan uitpakken met een bidonville op nauwelijks een kilometer van de Grote Markt.

Zelfs al kiezen de Roma er zelf voor om zo te leven, dan is dat nog geen reden om dat te aanvaarden. Net zoals met de transmigranten in het Maximiliaanpark en het Noordstation komt men dan snel terecht in een mensonterende toestand. Rechts ziet er het bewijs in van een falend migratiebeleid en heeft geen aandacht voor het humanitaire probleem. Links ziet enkel het menselijke aspect en wil niet luisteren naar wie over overlast klaagt. En de burger, die kijkt met ongeloof naar het gekrakeel van de vele Brusselse bestuurders die de zwartepiet doorschuiven en applaus krijgen van hun eigen achterban.

En zo blijft alles bij het oude en groeien de bidonvilles in Brussel onder het oog van politici die wel de macht willen maar niet de verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Dat hebben die gemeen met de Roma: ze willen niet weg van de plek waar ze al jaren zitten...

Lees verder

Tijd Connect