Creatief met artikel 195

©rv

Heel even leek het erop dat de federale meerderheid rond premier Di Rupo zou eindigen waar ze begonnen was, namelijk in het institutionele moeras waarin de Belgische politiek na de vorige verkiezingen wegzakte.

Door Dave Sinardet, hoogleraar politieke wetenschappen aan de VUB en aan de Université Saint-Louis. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Het bleek immers lastig om een akkoord te vinden over de herzieningsverklaring van de grondwet. En dan vooral over de vraag of daarin het fameuze artikel 195 moest prijken, dat die herzieningsprocedure zelf regelt.

Daar ligt namelijk de sleutel om alle andere grondwetsartikels binnen dezelfde legislatuur ook te wijzigen. Enfin, dat was natuurlijk nooit de bedoeling want 'de 195' bepaalt nu precies dat enkel die artikels kunnen worden herzien die aan het einde van de vorige legislatuur zijn aangeduid.

Maar er is intussen kennelijk een politieke consensus dat je artikel 195 ook gewoon tijdelijk eventjes kan opschorten waardoor het een passe-partout wordt om meteen heel de grondwet aan te passen. Tijdens de honderden dagen onderhandelingen maakte geen van de tien partijen die rond de tafel hebben gezeten (de zes federale regeringspartijen, de groenen, N-VA en FDF) daar een probleem van.

Zuiver juridisch is het dat ook niet. Maar naar de geest getuigt het van weinig respect voor het document dat de grondslag vormt van onze rechtsstaat.

Pas op, zij die stellen dat de huidige omslachtige procedure niet meer van deze tijd is hebben zeker een punt. Ze is internationaal ook vrij uniek.

Maar als de hele politieke klasse dat effectief vindt, dan moet artikel 195 gewoon definitief gewijzigd worden. Zolang dat niet gebeurt, moet het nageleefd worden zoals alle andere artikels. Dat niemand die opmerking de voorbije dagen nog maakte is verontrustend.

Bijgevolg verlegde het debat zich naar de vraag of artikel 195 al dan niet voor herziening vatbaar zou worden verklaard, wat de mogelijkheid openhoudt voor een 'nieuwe staatshervorming' of zoals sommige partijen dit dezer dagen noemen: 'een confederaal model'.

In realiteit kan de overgrote meerderheid van bevoegdheden via bijzondere wetgeving overgedragen worden. Maar een ingrijpend communautair akkoord vergt natuurlijk een globaal evenwicht en daarom meestal een grondwetsherziening.

Niettemin is dit een rare discussie. Alle huidige regeringspartijen hebben verklaard dat ze de volgende legislatuur geen nieuwe staatshervorming willen. Waarom haast CD&V zich dan nu om te zeggen dat het nog steeds mogelijk blijft de hele sociale zekerheid te splitsen?

Ook de houding van N-VA blijft hier dubbelzinnig: de partij heeft al verschillende keren de indruk gewekt aan een rechtse regering zonder PS te willen deelnemen. Zo'n regering zal naar alle waarschijnlijkheid sowieso niet de nodige meerderheid hebben om een staatshervorming uit te voeren. In het discours en de voorstellen verdween confederalisme op de achtergrond. Maar de verbolgenheid bij N-VA vandaag lijkt erop te wijzen dat voor de partij staatshervorming nog steeds de prioriteit is. Dat kan men haar niet eens kwalijk nemen, want het nastreven van Vlaamse autonomie is de ontstaansreden van de partij.

Intussen kwamen, samen met de herinnering aan die 485 dagen institutioneel getouwtrek, ook de bijbehorende clichématige interpretatieschema's weer bovendrijven.

Zoals Vlamingen en Franstaligen die met getrokken messen tegenover elkaar staan. En vervolgens Vlamingen die inbinden.

Ook dit keer was de realiteit echter complexer. De PS, nochtans de grote vijand van N-VA, steunde CD&V in haar vraag naar het opnemen van artikel 195, terwijl de MR, nochtans de zogenaamde bondgenoot van N-VA, zich daar het sterkst tegen verzette.

Beide deels vanuit eenzelfde redenering maar een tegengesteld belang. Had het opnemen van artikel 195 de deur opengezet voor een staatshervorming, werd het voor Bart De Wever moeilijker om aan zijn Vlaams-nationalistische achterban te verkopen dat hij in een rechtse federale regering stapt zonder communautair akkoord. En zo'n regering zonder PS is logischerwijze een doemscenario voor die PS en een droomscenario voor de MR. Nu ja, toch voor Didier Reynders die zo een stap dichter naar de 16 zet.

Als het niet opnemen van artikel 195 het de komende legislatuur moeilijker maakt om dit soort strategische spelletjes nog achter communautaire rookgordijnen te verschuilen, lijkt het alvast geen slechte beslissing.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud