De armoede in België is onaanvaardbaar

Bart Van Craeynest

België heeft een armoedeprobleem. En dat is in zekere zin een beleidskeuze, zegt Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka.

De tweewekelijkse grafiek van Bart Van Craeynest

Vandaag wordt 4,9 procent van de Belgen, zo’n 560.000 mensen, geconfronteerd met ernstige materiële deprivatie. Dat betekent dat ze een aantal uitgaven zoals een week vakantie, onverwachte kosten, een wagen of een maaltijd met vis of vlees om de twee dagen, financieel niet aankunnen. België blijft daarmee ver achter landen als Nederland (2,4%) en Zweden (1,1%).

Dat armoedeprobleem is in zekere zin een beleidskeuze. Vooral in de sociale zekerheid en op de arbeidsmarkt houden eerdere beleidskeuzes het armoedeprobleem in stand. België heeft, op Frankrijk na, de hoogste socialeoverheidsuitgaven van Europa, maar hangt voor de meeste armoede-indicatoren in de Europese middenmoot. Dat suggereert dat die overheidsuitgaven niet voldoende (of toch niet effectief) ingezet worden om de armoederisico’s in te perken.

©Mediafin

Daarnaast is de arbeidsmarkt een cruciale factor in de armoedeproblematiek. Van de werknemers krijgt maar 1,5 procent te maken met ernstige materiële deprivatie. Onder de werkzoekenden is dat 16,9 procent. Een job is misschien geen absolute garantie tegen armoede, maar verkleint het risico erop aanzienlijk. Dat illustreren ook de regionale verschillen in de armoedecijfers. In Vlaanderen, waar de arbeidsmarkt duidelijk beter werkt, wordt maar 2 procent van de bevolking geconfronteerd met ernstige materiële deprivatie. In Wallonië en Brussel is dat 8,6 en 9,8 procent.

Elk ernstig armoedebeleid moet vertrekken vanuit beter gerichte sociale uitgaven en een betere werking van de arbeidsmarkt. Zwakkere groepen krijgen in ons land opmerkelijk weinig kansen op de arbeidsmarkt. Amper 45 procent van de laaggeschoolden is aan het werk, een van de laagste cijfers in Europa. Dat heeft te maken met beleidskeuzes zoals de zware lasten op arbeid en een beperkte flexibiliteit. Een concreet gevolg is dat België de trein van grote distributiecentra voor de e-commerce mist, waardoor we heel wat jobs voor laaggeschoolden mislopen. Denk aan de recente beslissing van Zalando om zijn nieuwe distributiecentrum in Nederland te bouwen.

Meer flexibiliteit is dan ook niet asociaal, maar een wezenlijk onderdeel van de armoedeaanpak. Daarin passen ook inspanningen om via een jobstimulans te verzekeren dat lage lonen netto meer overhouden. Ironisch genoeg is het voorstel van fors hogere minimumlonen op dat vlak wel asociaal. Dat zou de toegangsdrempel voor zwakkeren op de arbeidsmarkt nog verhogen en zo eerder tot meer armoede leiden.

Lees verder

Tijd Connect