De Brusselse baronnen

Het veiligheidsbeleid in het Brusselse Gewest is op een rampzalige manier georganiseerd.

Ondanks alle ellende heeft het coronavirus toch één positief gevolg: eindelijk kan luidop gezegd worden dat de verschillende staatshervormingen ons land niet altijd de meest efficiënte instellingen hebben opgeleverd. En dat de kostprijs ervan de laatste zorg was van de bedenkers.

Een schrijnend voorbeeld daarvan is te zien in het Brusselse Gewest, dat door de laatste staatshervorming grote bevoegdheden kreeg op het vlak van veiligheid. In de twee andere gewesten van dit land is de gouverneur daarvoor verantwoordelijk, maar die functie werd in Brussel afgeschaft. Een niet meer dan logische beslissing, omdat die niet echt nuttig is naast een minister-president. Twee topfuncties voor een gebied van 1,2 miljoen inwoners is een beetje van het goede teveel. Het leek dus een gezonde beslissing die getuigde van een zelden geziene zorgzaamheid voor publieke gelden.

Helaas was dat maar een indruk. De gouverneur ging, maar een Hoge Ambtenaar kwam in zijn plaats, met net dezelfde bevoegdheden. De Vlaamse onderhandelaars zaten erbij en keken ernaar. Een nieuwe naam voor dezelfde overbodige functie, die de burger net evenveel kost. Viviane Scholliers-Ndaya, die op het kabinet van Joëlle Milquet werkte, werd bevoegd voor 'opdrachten van burgerlijke veiligheid, het uitwerken van urgentieplannen en de coördinatie van de gemeentelijke politie'. Dat is merkwaardig, want ook de minister-president heeft die taken op zijn lijstje staan.

Voor de gouverneur die geen gouverneur genoemd mag worden, werd meteen ook een instituut opgericht, 'Brussel Preventie en Veiligheid'. Dat moet een coördinerende rol spelen tussen de verschillende betrokken partijen in het Gewest, voornamelijk de 19 gemeentes en de zes politiezones. Daarvoor werden mooie kantoren gehuurd bij de Congreskolom, aan 2,3 miljoen per jaar.

Afwezig

Tijdens de coronacrisis heeft geen Brusselaar iets gehoord van de Hoge Ambtenaar. Nochtans was het een uitgelezen moment om het belang van haar functie te bewijzen. Haar totale publieke afwezigheid is een nieuw pijnlijk bewijs dat het onze politici niet om efficiëntie te doen is.

Het verhaal is daarmee niet uit, helaas. ‘Brussel Preventie en Veiligheid’ heeft een ‘Crisis-en Communatiecentrum’ opgericht onder leiding van een directeur-generaal, Jamil Araoud. Die zou de zes politiezones tot samenwerking moeten aanzetten, maar enig drukkingsmiddel heeft Araoud niet. Een videoplatform zou de beelden van de politiecamera's van de verschillende gemeentes verzamelen. Dat zou de coördinatie tussen de zones bevorderen. Maar Brussel zou Brussel niet zijn als er geen tegenwerking zou zijn van de burgemeesters. Die willen hun beelden niet afstaan aan een gewestelijke dienst, omdat ze vrezen dat het een sluikse poging is om de zes politiezones samen te voegen. Dat zien ze als een aantasting van hun macht.

Niemand wil inzien dat een leger van 19 burgemeesters, zes zonechefs, een minister-president en een Hoge Ambtenaar misschien wat veel is om een efficiënt veiligheidsbeleid te voeren.

Eén burgemeester is tegen omdat de gemeentes elk hun eigen strategische en operationele visie hebben. Een andere zingt het riedeltje van nabijheidspolitie. En niemand van hen durft luidop te zeggen dat sommige burgemeesters niets te maken willen hebben met moeilijkere gemeentes zoals Molenbeek of Anderlecht. Geen van hen wil inzien dat een leger van 19 burgemeesters, zes zonechefs, een minister-president en een Hoge Ambtenaar misschien wat veel is om een efficiënt veiligheidsbeleid te voeren. 

De minister-president, zelf burgemeester van Evere, heeft verbazingwekkend genoeg begrip voor de afwijzing van de gemeentes. Momenteel is maar één politiezone bereid haar beelden te delen met het Gewest. 'Hoe zou je zelf zijn?', verdedigt Vervoort zijn collega's in Bruzz, 'Je bent korpschef en zou plots de tweede viool moeten spelen. Natuurlijk wil je niet in dat verhaal meestappen'. Vervoort zegt eigenlijk dat een goed beheer van het Gewest hem niet kan schelen. Over drie jaar kan hij op pensioen en weer worden wat hij eigenlijk altijd gebleven is: een van de 19 Brusselse baronnen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud