De CEO-blues

©Emy Elleboog

‘Spitten is als snijwonden aanbrengen in de grond,’ lachte René, leunend op zijn spade in de lentezon. De lapjes grond lagen netjes voor zijn neus gerangschikt op een rij. ‘Je bent een groot artiest,’ zei ik. ‘Van mijn grootvader geleerd’, antwoordde hij. ‘Je moet de grond losmaken met kleine sneetjes die niet te diep zijn, 15 centimeter is genoeg. Spitten is zoals fietsen, je verleert het niet.’

Vreemd om mijn buurman zo te horen praten. Anderhalf jaar geleden was hij nog CEO van een groot bedrijf. Een man met charisma en aanzien. ‘Heb je nog veel contact met je collega’s’, vroeg ik. ‘Nee’, zei hij. ‘Ik heb zelfs het afscheidsfeest geweigerd dat ze me aanboden. Er viel niets te vieren, vond ik.’

‘Was uw pensioen dan niet goed geregeld’, polste ik. ‘Ik wilde niet weg. Niemand kent de zaak zo goed als ik. Ik had gehoopt tot mijn 68ste te kunnen blijven, als adviseur. Nog twee dagen per week op kantoor, was mijn voorstel. Maar nee, ze hadden me niet meer nodig. Ze hebben zelfs de afdeling afgeschaft die ik net voor mijn pensioen had opgericht. 22 jaar ben ik CEO geweest. Geen seconde heb ik tijd gehad om over dat pensioen na te denken. Plots was het er.’ Hij keek me streng aan. ‘Pensioen is geen ver-van-mijn-bedshow, Hans. Het staat iedereen te wachten.’

Een vliegtuig trok hoog boven de tuin een witte streep in de lucht. ‘Maar je hebt nu toch tijd. Je kan op reis gaan, alles doen waar je vroeger van gedroomd hebt’, probeerde ik. ‘Heb ik gedaan’, zei René. ‘Maar drie citytrips en twintig keer rond een eiland zwemmen op de Malediven was voor mij genoeg. Nu ben ik liefst thuis. Mijn tuin is mijn nieuwe fulltime job.’ Hij begon weer te spitten. Lapjes aarde schoven vlot van zijn spade. René zag hoe ik bewonderend toekeek. ‘Je moet je spade met olie insmeren’, knipoogde hij. ‘Heb ik als kind van mijn grootvader geleerd.’

‘Klink ik verbitterd’, vroeg hij plots. ‘Dat valt nogal mee,’ lachte ik. ‘Loslaten is nooit gemakkelijk, hè.’ René keek me ernstig aan. ‘Ze hebben de strepen van mijn schouder getrokken. Ik heb niet kunnen loslaten!’

‘Hallo!’ Liliane, de vrouw van René. ‘Hoe gaat het’, vroeg ik. Ze is fotografe en tien jaar jonger dan René. ‘Nog nooit zo druk gehad’, zei ze. ‘Ik krijg mijn eerste eigen tentoonstelling. Mensen die door mijn lens hun favoriete plekje natuur tonen. Je komt toch naar de vernissage?’ ‘Staat in mijn agenda’, zei ik. ‘Kunst kent geen pensioen’, mompelde René. ‘Weet je wat ik veel doe? Gedichten lezen … Wacht!’

René verdween en een minuutje later stond hij naast zijn spade voor te lezen: ‘Ik was op verre zeeën tuk. Nu zoek ik bij mijn peeën het geluk. Een omheind streepke aarde volstaat, en draagt de waarde van een daad.’ ‘Richard Minne. Is wel al oud. Maar mooi, hè?’ Ik knikte. ‘Nog eentje?’ Mijn telefoon rinkelde. Ik keek op het schermpje. ‘Ik moet weg, René.’

‘Vroeger nadenken over later, is de nieuwe campagne van de Koning Boudewijnstichting’, las ik die avond in de krant. ‘Mensen moeten tijdig reflecteren over wat na hun pensioen komt.’ Mooi. Maar ook bedrijven moeten ervoor zorgen dat mensen die met pensioen gaan niet aan hun lot worden overgelaten, dacht ik.

Onrustig keek ik naar de tuin, die er verwilderd bij lag. Wacht mij ook de CEO-blues? Of zal een ‘streepke aarde’ de strepen op mijn schouder waardig vervangen? Dan keek ik naar mijn bibliotheek. Al jaren onaangeroerd. Toen schoot me te binnen dat zelfs Richard Minne er ergens tussen staat.

Hans Bourlon is CEO van Studio 100

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud