Advertentie
Advertentie

De dronken muis en de aasgieren

©BELGAIMAGE

Op het Vlaams Belang na hebben alle partijen in de Kamer een wetsvoorstel ingediend ‘teneinde de activiteiten van de aasgierfondsen aan te pakken’. Een prijzenswaardig wetgevend initiatief, dat jammer genoeg met haken en ogen aaneenhangt.

©Saskia Vanderstichele

Aasgieren ruimen de karkassen op die leeuwen en andere roofdieren achterlaten. Op die manier wordt de natuur weer opgeschoond. Aasgierfondsen vervullen die rol op de financiële markten. Ze kopen het schuldpapier van verpauperde landen die de aangegane leningen moeilijk of niet meer kunnen terugbetalen. De verkopers van dat schuldpapier zijn veelal banken en andere financiële roofdieren die de karkassen achterlaten. Zij hebben die zwakke landen verleid tot zware leningen tegen hoge rentes, die ze jarenlang hebben geïnd. Maar omdat ze beseffen dat ze het geleende bedrag nooit terugzien, verkopen ze uiteindelijk de schuld voor een fractie van het nominale bedrag aan gespecialiseerde hefboomfondsen.

Die zogenaamde aasgierfondsen gaan dan om het even waar in de wereld op zoek naar een rechtbank die ingaat op hun terugvordering van de schuld, en die ook toelaat dat beslag wordt gelegd op de buitenlandse tegoeden van het schuldland als dat niet in staat is terug te betalen.

In de federale Kamer van Volksvertegenwoordigers hebben alle partijen, op het Vlaams Belang na, eind april een wetsvoorstel ingediend om de praktijken van de aasgierfondsen te verhinderen, althans in België. Omdat die fondsen profiteren van de moeilijke situatie waarin die staten zich bevinden en omdat het geld dat zij die staten ontnemen noodzakelijk is voor het welzijn van hun bevolking.

Zo kocht FG Hemisphere, een van die aasgieren, voor amper 18 miljoen dollar een schuld van 37 miljoen dollar van de Congolese Société Nationale d’Electricité (SNEL), en incasseerde daarop liefst 105 miljoen dollar winst. Of tweeënhalve keer wat Congo uitgeeft aan gezondheidszorg. Het was uitgerekend een Zuid-Afrikaanse rechtbank die de claim van Hermisphere mogelijk maakte.

Kensington International, gevestigd op de Kaaimaneilanden, liet na de uitspraak van een rechtbank geld afkomstig van de officiële Belgische ontwikkelingshulp in beslag nemen om een vonnis van 118 miljoen dollar te vorderen van Congo-Brazzaville, nadat het een nominale schuld van 31 miljoen dollar van dat land had gekocht.

‘Dat is immoreel’, vinden de indieners van het wetsvoorstel. Ze geven weliswaar toe dat sommige debiteurlanden kampen met ‘een onbehoorlijk bestuur en veralgemeende corruptie, waardoor de ontwikkelingshulp via een omweg bij de leiders terechtkomt en niet bij de bevolking’.

Dat tal van die potentaten vooral zichzelf bedienen, weten de aasgierfondsen maar al te goed. Daarom liet Hemisphere destijds beslag leggen op een goedgevulde bankrekening in Singapore, waarvan ze meenden te weten dat die toebehoorde aan president Kabila.

Onder de mat

Sinds de indiening van het wetsvoorstel om de aasgierfondsen in België aan de ketting te leggen, worden sommige parlementsleden door vertegenwoordigers en lobbyisten van de internationale haute finance bestookt met brieven en dure lunch- en dinerinvitaties. Er verschenen ook vlammende opiniestukken om de Belgen de les te spellen. In het weekblad Trends trok de gewezen Europees Commissaris Frits Bolkestein van leer tegen onwetende westerse politici die de bescherming opnemen van de corrupte lokale elites, die hun land met schulden beladen. Het Belgische wetsvoorstel is volgens Bolkestein een vrijbrief voor financieel wanbestuur en zelfverrijking.

Maar niet alleen in de internationale financiële centra maken ze zich zorgen. Ook bevoegde instanties in eigen land zijn er niet gerust op. Daarom heeft minister van Financiën Johan Vanovertveldt (N-VA) de zaak in de wacht gezet om verder juridisch advies in te winnen, onder meer van de Nationale Bank van België. Hij zal dinsdag zijn standpunt en dat van de regering bepalen voor de bevoegde Kamercommissie. Waarna het wetsvoorstel wellicht definitief onder de mat verdwijnt. En dat zou een wijze beslissing zijn. Omdat dit goedbedoelde parlementaire initiatief met haken en ogen aaneenhangt.

Om te beginnen zijn de opstellers van het wetsvoorstel niet duidelijk over wat ze nu juist verstaan onder ‘een onwettig voordeel’ dat de aasgierfondsen zouden verkrijgen. Er zijn ook aasgierfondsen die van verschillende rechtbanken nul op het rekest kregen en hun geld kwijt zijn.

Bovendien is het niet duidelijk op welke manier een Belgische rechter een beslissing ongedaan kan maken die elders in de wereld werd genomen door een legitieme rechtbank, zoals die van de New Yorkse rechter Thomas P. Griesa, die Argentinië verplicht de fondsen volledig schadeloos te stellen. Kan de Belgische staat zich eenzijdig onttrekken aan internationale overeenkomsten die hij eerder heeft onderschreven en uitgevoerd? Dat zou betekenen dat België de juridisch onzekerheid in de hand werkt. Aan de gevolgen daarvan wens je niet te denken.

Die juridische onzekerheid heeft immers verstrekkende gevolgen voor de financiële instellingen. Neem nu de clearingbanken. Die hielden eind vorig jaar in België alleen al, ruw geschat, een gigantische 50.000 miljard euro aan obligaties en ander waardestukken in bewaring. Aangezien het wetsvoorstel enkel voor België geldt, is het vrijwel zeker dat beleggers, financiële instellingen, en zelfs staten die obligaties uitgeven, door die juridische onzekerheid voortaan ons land zullen mijden. Met als gevolg dat die clearingbanken de bewaring van al dat papier onverwijld zullen overbrengen naar het veiliger Luxemburg of naar Londen, en hun toch wel belangrijke activiteiten en tewerkstelling in Brussel afbouwen.

Dat laatste kan Brussel duizenden banen kosten in een bankensector die nu al onder druk staat.

Opmerkelijk is de nonchalance waarmee de indieners van het wetsvoorstel voorbijgingen aan de voorstellen van de International Capital Market Association, waarin Belgische vertegenwoordigers zetelen. De ICMA wil de aasgierfondsen wereldwijd aan de ketting leggen door het invoeren van de zogenoemde collective action clause. Dat komt erop neer dat wanneer een meerderheid van twee derde van de schuldhouders een herschikking aanvaardt, ook de overige beleggers, dus ook de aasgierfondsen, zich daarbij moeten neerleggen. Dat voorstel past overigens in het Sovereign Debt Restructuring Mechanism (SDRM) van het Internationaal Monetair Fonds en de Verenigde Naties, en wordt niet alleen gedragen door vooraanstaande economen zoals Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, maar ook door de Belgische vertegenwoordigers bij die organisaties.

Het wetsvoorstel om de aasgierfondsen uit te schakelen, doet onwillekeurig denken aan de genocidewet die paars-groen onder Verhofstadt I ineenknutselde. Die liet toe oorlogsmisdadigers voor het Belgische gerecht te slepen, ongeacht de plaats waar de misdaden werden gepleegd. Tot bleek dat sommige activisten de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld viseerden. Ambassadeur Frans Van Daele, nu kabinetschef van koning Filip, had naderhand maanden nodig om in Washington de plooien glad te strijken.

Niets is zo gevaarlijk als een parlement dat te weinig omhanden heeft.

De indieners van dit wetsvoorstel moeten zich even hebben gevoeld als de dronken muis in de sketch van ‘Ketje’ Renaat Grassin, die de lelijke kater te lijf wilde. Niets is zo gevaarlijk als een parlement dat te weinig omhanden heeft.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud