‘Een existentiële crisis.’ Zo omschreef de Europese Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker in zijn State of the Union eufemistisch het politieke moeras waarin de Europese Unie steeds dieper wegzinkt.

Jean Monnets (foto, rechts) methode werkt niet meer. Volgens de architect van de Europese eenmaking was integratie een discrete, stapsgewijze overdracht van bevoegdheden van de lidstaten naar het Europese niveau.

In Der Spiegel beschreef Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker die aanpak ooit als volgt: ‘We beslissen iets en we wachten enige tijd om te zien wat er gebeurt. Volgt er geen misbaar, breekt er geen opstand uit, dan gaan we weer verder. De meesten begrijpen toch niet wat er werd beslist. We doen dat stap voor stap, tot er geen terugkeer meer mogelijk is.’

Advertentie
©EUROPEES PARLEMENT - PARLEMENT EUROPEEN

In die fuik zitten de Europese voortrekkers nu zelf verstrikt. Dat was eerder deze week te merken in het Europees Parlement, waar commissievoorzitter Jean-Claude Juncker zijn State of The Union declameerde - het invloedrijke magazine The Economist had het over een ‘State of Disunion’. Als hij geen argumenten meer heeft, wordt Juncker emotioneel en begint hij over zijn vader. Ook nu haalde hij die sleetse truc uit de kast.

‘Mijn vader geloofde in Europa, want hij geloofde in de stabiliteit, de rechten van de arbeiders en de sociale vooruitgang. Omdat hij begreep hoe kostbaar en hoe fragiel de vrede in Europa is. Ik geloof in Europa omdat mijn vader me dezelfde waarden meegaf.’ Of zijn vader hem ook inspireerde om als minister van Financiën en premier het Groothertogdom Luxemburg tot een zwartgeldkluis te verbouwen, verneemt de toehoorder nooit.

Als Juncker al iets duidelijk maakte, dan is het dat hij met zijn Commissie niet langer in staat is het Europese project te sturen.

Juncker begon zijn toespraak deemoedig met de toegeving dat de Europese Unie in een existentiële crisis zit. Dat gebeurde in het verleden wel meer. Nu is het een eufemisme voor het politieke moeras waarin de Unie is verzeild. In zijn toespraak bleef Juncker vaag over hoe hij wou voorkomen dat het Europese project nog dieper wegzinkt. Daar zal meer voor nodig zijn dan gratis wifi in alle grootsteden en de oprichting van een simili-peace corps.

Aan het zwaarwichtigste probleem van de Europese Unie, de euro, ging Juncker snel voorbij, met enkele opmerkelijke bedenkingen. Dankzij de monetaire politiek van de Europese Centrale Bank (ECB) hebben de eurolanden het afgelopen jaar 50 miljard euro bespaard, hield hij voor.

Die 50 miljard euro konden de ministers van Financiën investeren in de economie. Jammer genoeg valt daar weinig van te merken in de begrotingen. Zeker niet in de Belgische, die op een tekort van 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) afstevent.

Door te waken over de stabiliteit van de euro draagt ECB-voorzitter Mario Draghi volgens Juncker meer bij tot de tewerkstelling en de groei dan veel lidstaten. Dat die groei al jaren onder de verwachtingen blijft, bleef onvermeld. De aanpak van Draghi zou de voorbije drie jaar 8 miljoen jobs hebben opgeleverd. Gewezen voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy hield het een dag eerder in De Tijd op 5 miljoen.

Hoe dan ook, zelfs 8 miljoen banen in drie jaar betekent per jaar iets meer dan 0,9 percent van de bevolking in de eurozone. Bovendien is niet duidelijk in welke mate die banen in de overheidsdiensten werden gecreëerd.

Juncker gaf trouwens toe dat de werkloosheid hoog en de sociale kloof diep blijft. ‘Maar’, sprak hij plechtig, ‘de euro is een uitdrukking van de Europese solidariteit.’ Hij ging daar niet verder op in, wellicht om niet te moeten uitleggen dat die solidariteit vooral de banken stijft. Want de sociale systemen worden overal afgebouwd.

Interne devaluatie

Voor de Commissie eist Juncker een politieke rol op. Die moet toelaten het stabiliteits- en groeipact met gezond verstand uit te voeren. ‘Het pact werd gecreëerd op basis van een theorie en uitgevoerd als een doctrine. Sommigen hebben er een dogma van gemaakt’, zei hij. Voortaan zal het pact minder dogmatisch en met een grotere flexibiliteit worden gehanteerd.

Bij Eurostat maken ze zich nog niet ongerust, want Juncker moest nog aan zijn toespraak beginnen toen hij al werd tegengesproken door de voorzitter van het Europees Parlement, de Duitse socialist Martin Schulz. Die zei in een gesprek met een aantal kranten dat er geen eensgezindheid bestaat over een herevaluatie van het stabiliteitspact.

De euro is niet de uitdrukking van solidariteit, dat weet EU-veteraan Juncker als geen ander. De euro is een politieke munt die de integratie zou versnellen. Dat pakte verkeerd uit. Zelfs toen de eenheidsmunt ogenschijnlijk zonder sputteren functioneerde, bleef de kloof tussen de verschillende euro-economieën vrijwel ongewijzigd.

De financiële crisis van 2008 zette een spotlicht op die ongelijkheid. Omdat devaluaties niet meer mogelijk waren, begon men in de eurozone dan maar aan een interne devaluatie. Volgens econoom Joseph Stiglitz het doeltreffendste recept voor een stagnatie.

Terwijl Juncker het Europees Parlement toesprak, werd in de kringen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) vernomen dat de EU-groei voor 2017 opnieuw naar beneden wordt herzien. De brexit weegt kennelijk op de groei van de lidstaten. Met een blijvende stagnatie van de lonen van de middenklasse, en dus ook van de koopkracht, tot gevolg.

Dat de euro alleen kan overleven met een beperkt aantal noordelijke landen, sociaal-economisch geïntegreerd rond Duitsland, blijven ze in Brussel voorlopig ontkennen. Tot zo lang blijft de Europese Unie een unie van wantrouwen.

De Europese instellingen, hun beslissingen en hun handelsakkoorden, zoals dat met de Verenigde Staten en Canada, verdragen vaak het licht niet. De grote politieke partijen, de leveranciers van commissarissen en andere Europese kopstukken, hebben hun ideologische veren afgeschud in naam van hogere economische belangen die door de ronde tafel van de Europese industrie en in de Europese geldburchten worden bepaald.

Kneusje

Sinds de bankencrisis wantrouwen de noordelijke lidstaten die in Zuid-Europa. De asielcrisis leidt tot irritatie tussen West- en Oost-Europa. Tijdens de Europese top van 2003 in Kopenhagen kon de Franse president Jacques Chirac de Polen, die een jaar later lid werden, toesnauwen dat ze moesten leren zwijgen. De kaarten liggen vandaag anders. Frankrijk is nu een kneusje in de eurozone. De as Parijs-Berlijn werkt niet meer. Tot ergernis van sommigen weegt Polen stevig op alle Europese beslissingen.

Als Juncker al iets duidelijk maakte dan is het wel dat hij met zijn Commissie niet langer in staat is het Europese project te sturen. Met zijn brief die hij aan de vooravond van de top in Bratislava rondstuurde, illustreerde de voorzitter van de Europese Raad, de Pool Donald Tusk de kloof tussen Oost- en West-Europa. ‘De sleutel tot een gezond evenwicht tussen de prioriteiten van de lidstaten en die van Unie ligt in de hoofdsteden’, benadrukte Tusk. ‘De Europese instellingen moeten die prioriteiten niet opleggen, maar ze ondersteunen.’

Of de lidstaten tot meer solidariteit bereid zijn, moet blijken. ‘De Europese constructie behoort toe aan de elite die ze heeft bedacht, heeft gewild en heeft goedgekeurd. De rest van de bevolking vindt zich daar niet in terug en begrijpt er steeds minder van’, waarschuwde de Franse historicus en filosoof Marcel Gauchet ooit. In heel de Europese Unie sloop zowel bij links als bij rechts de ontgoocheling binnen.

De Europese gangmakers zoals Jean-Claude Juncker werden telkens verrast door de nee-stemmers in nationale referenda, door de opkomst van de anti-systeempartijen en zeker door de brexit. Omdat ze zich nooit verwaardigden tot achteromkijken om te zien of de bevolking nog volgde.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.