De globalisering is dood, leve de globalisering

Peter De Keyzer

De barsten in de globalisering zijn scheuren geworden.

Het is 29 jaar geleden dat de Berlijnse Muur viel. Daarmee eindigde de opdeling van Berlijn, die een rechtstreeks gevolg van de Tweede Wereldoorlog was. Het einde van de Muur in 1989 betekende de start van het tijdperk van de globalisering. De Amerikaanse politiek filosoof Francis Fukuyama beschreef dat moment als het ‘einde van de geschiedenis’. Na een eeuwenlange strijd tussen ideologieën had de wereld eindelijk het juiste model gevonden. Na de val van het communisme hadden de vrije markt en de liberale democratie gezegevierd. De twee decennia na 1989 leken hem gelijk te geven.

Na de val van de Berlijnse Muur vielen veel andere muren en werd de wereld zo vlak als een biljarttafel. China werd lid van de Wereldhandelsorganisatie. De voormalige communistische economieën werden plots onderdelen van een wereldeconomie zonder grenzen. De combinatie van internet, informatietechnologie, multinationale bedrijven en wereldwijde productieketens zette een turbo op de wereldhandel. Goederen, diensten en kapitaal klotsten grenzeloos door de wereld.

In Europa gebeurde hetzelfde, maar dan op miniatuurschaal. De jaren 90 en begin 2000 waren hoogdagen voor Europa, de meest optimistische twintig jaar uit de naoorlogse periode. Alles leek mogelijk. Tien jaar na de val van de Muur betaalden de voormalige erfvijanden Duitsland en Frankrijk met dezelfde munt. Nog eens vijf jaar later traden de eerste voormalige Oostbloklanden toe tot de Europese Unie. Op het aambeeld van de vrijhandel leek de euro de hamer die Europa tot een politieke unie zou smeden.

De antiglobalisten protesteerden in die periode dan wel tegen het ongebreidelde kapitalisme van staatloze multinationals, maar ze kregen weinig gehoor. Te veel partijen hadden wel baat bij de globalisering. Goedkope producten uit Azië stuwden de koopkracht in de VS en Europa. De productie van die goederen leidde dan weer tot een gigantische toename van de welvaart in de ontwikkelingslanden. Het was het tijdperk van de multinationale ondernemingen en de wereldwijde productieketens.

Vanaf 2008 kwamen serieuze barsten in het verhaal van de globalisering. Alles was geglobaliseerd, behalve het toezicht en de controle op of het bestuur van die globalisering. Er waren geen wereldwijde regels om de concentratie van risico’s tegen te gaan. Amerika kocht goedkope Chinese producten en China verstrekte daarvoor krediet. De VS en Europa genoten lage rentes en inflatie in ruil voor groei en welvaart in China. Dat was de deal. In 2008 ontplofte dat en belandden we in de grootste wereldwijde recessie sinds de Grote Depressie van de jaren 30.

Het geglobaliseerde Europa kampte met dezelfde problemen: een vrij verkeer van goederen, diensten en kapitaal zonder een echt Europees bestuur of toezicht. Wel een muntunie maar geen politieke unie. Toen de bankencrisis een eurocrisis werd, verdween de Europese droom en verschenen de eerste muren. Geen Belgisch spaargeld meer voor Italiaanse leningen. Geen Duitse euro’s voor Griekenland. Landen moesten opnieuw hun eigen boontjes doppen. Van onderlinge solidariteit was geen sprake. Het overleven van de muntunie is te danken aan de interventies van de Europese Centrale Bank (ECB).

Ondertussen zijn de barsten in de globalisering scheuren geworden. Wie wereldwijd kon beleggen, investeren of goederen verkopen, heeft aan de globalisering goed verdiend. Wie zijn werkplek naar armere landen zag verhuizen, bleef onzeker en armer achter.

Technologisch kunnen we vandaag naar Mars vliegen, maar ideologisch bouwen we opnieuw muren.

Het verzet tegen de globalisering is niet langer beperkt tot betogingen van antiglobalisten. Het verzet is omgezet in beleid. De overwinning van Donald Trump op Hillary Clinton was een overwinning van het protectionisme op de globalisering. De stem voor de brexit was een afwijzing van Europa en de globalisering. Kijk ook naar het toenemende handelsprotectionisme in Frankrijk, naar de handelsoorlog tussen de VS en China, naar het verzet van de Oost-Europese landen tegen een gemeenschappelijk migratiebeleid, naar de onenigheid over het verdrag van Marrakesh.

We evolueren van een wereld van overleg en internationale verdragen naar een van eenzijdige actie. Een wereld waarin vrijhandel plaatsmaakt voor protectionisme, en wereldwijde productieketens voor lokale productie. In die omstandigheden is het de vraag of we het klimaatakkoord ooit kunnen uitvoeren. Dat is bij uitstek een probleem waarvoor wereldwijd overleg en consensus noodzakelijk is. Er waait een kille wind van deglobalisering. Dat belooft weinig goeds voor het internationaal overleg, akkoorden en het klimaat. Of we het nu willen of niet: globalisme en voluntarisme zijn on the way out, protectionisme en cynisme zijn in opmars.

Een regimewijziging gebeurt niet van vandaag op morgen. De Europese Unie zal niet plots verdwijnen. We zullen nog handel drijven. Er zal nog altijd wereldwijd overleg blijven. Bedrijven werken nog altijd internationaal. Maar we kunnen er niet omheen: de globalisering is op de terugweg en we betreden een nieuw tijdperk. Technologisch kunnen we vandaag naar Mars vliegen, maar ideologisch bouwen we opnieuw muren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content