Advertentie
Advertentie

De kannibaal komt eraan

©rv

Elk land heeft zo zijn zomerrituelen. België heeft de Studiecommissie voor de Vergrijzing. Elk jaar, aan de vooravond van de zomervakantie, publiceert deze commissie een lijvig rapport vol ramingen over wat de babyboomers in hun oude dag gaan kosten.

Door Marc De Vos, directeur van de denktank Itinera en docent UGent. Twitter @devosmarc

Telkens nieuwe cijfers, telkens voluntarisme over ons economisch potentieel, telkens het nodige alarmcommentaar de volgende ochtend. En dan, een oorverdovende stilte. Tot de volgende zomer en een volgend rapport. Vorige week was het weer van dat.

Advertentie

Wat hebben we eigenlijk aan die carrousel? De Vergrijzingscommissie is het geesteskind van de kortstondige paarse politieke idylle aan het begin van deze eeuw. In de confrontatie met de vergrijzing zou België zijn nadeel tot voordeel maken. Het nadeel van onze grote staatsschuld kon het voordeel worden van extra middelen voor de vergrijzing. Daarvoor moesten we gewoon de schuld afbouwen. Wat we niet langer aan de schuldeisers verschuldigd zijn, kunnen we immers besteden aan gepensioneerden. Restte nog te weten hoeveel marge er wel moest vrijkomen. Daarvoor diende dan het rekenwonder genaamd Vergrijzingscommissie.

Dertien jaar en evenveel jaarverslagen later is de paarse droom slechts een vage herinnering. De jaarlijkse kostenramingen hebben nooit de budgettaire koers bepaald. Van hun oorspronkelijk doel gescheiden, hebben ze daarentegen wel een nefaste invloed gehad op het beleidsdebat over de vergrijzing. Onvrijwillig is de illusie gewekt dat vergrijzing louter een zaak van begrotingsdiscipline was. Vergrijzingsnegationisten konden volstaan met te zeggen dat België de meerkosten wel met hogere belastingen zou kunnen betalen. Dat heeft bijvoorbeeld aan vakbondszijde jarenlang de weerstand tegen langer werken gevoed.

Tegelijkertijd heeft de terugkerende cijferdans gezorgd voor een enorme bewustzijnsvernauwing over de Belgische verzorgingsstaat. In plaats van de toekomst van werk en pensioen te organiseren tegen pakweg 2030, gaat het om meeruitgaven in de bestaande wettelijke pensioenen. In plaats van de gezondheidszorg in de technologische eeuw uit te tekenen, gaat het over het groeiritme van de publieke uitgaven voor terugbetaling. In plaats van een samenleving voor alle leeftijden te ambiëren, berekenen we ijverig de toename van het aantal rusthuiskamers. Niet het moderniseren van de verzorgingsstaat maar het beheren van zijn oplopende rekeningen is het leidmotief. Daarmee is ook de sociale zekerheid van middel tot doel geworden. Het gaat niet langer om het organiseren van welvaart en welzijn, maar om het conserveren van een systeem.

De uittredende federale minister voor pensioenen heeft overschot van gelijk als hij stelt dat het jongste rapport van de Vergrijzingscommissie de noodzaak onderstreept van een pensioenhervorming. Alleen zal elke hervorming te laat komen voor de vergrijzing. De jongste babyboomer is al bijna 50 jaar, de oudste bijna 70. België zal het budgettaire gelag voor de struisvogelpolitiek van de voorbije dertien jaar nog lang betalen.

Hervormingen zullen er ook hier komen. Later en wellicht ook pijnlijker dan elders, zoals in Nederland. Maar ze zullen niet kunnen verhinderen dat een steeds groter deel van de belastingmiddelen voorbestemd zal zijn om de oude dag van de rijkste generatie uit de geschiedenis te subsidiëren. De sociale zekerheid wordt de kannibaal van de overheidsuitgaven. De uitkeringsbeloftes uit het verleden predestineren de toekomst van de jongeren, die daardoor zelf minder ruimte hebben om hun toekomst te maken. Dat is misschien wel de bitterste erfenis die we de volgende generatie kunnen nalaten.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.