De kloof tussen de haves en de havenots dreigt te groeien

Het Schaduwkabinet van De Tijd fileert deze week 1 jaar regering Michel. Wat is er gerealiseerd, wat zijn de pluspunten en wat de minpunten, en welk werk ligt nog op de plank voor de federale regeringsploeg? Vandaag: Bea Cantillon, Sociale Zaken

Door Bea Cantillon, directeur Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen

In tegenstelling tot de grote publieke aandacht voor de toenemende ongelijkheden en de armoede suggereren de cijfers voor België een grote mate van stabiliteit in de verdeling van de inkomens, ook aan de onderkant van de samenleving. Toch is de vraag naar de verdeling van lasten en baten een van de belangrijkste vragen voor onze welvaartsstaat.

©Dieter Telemans

De technologie en de globalisering zetten de onderkant van de samenleving sterk onder druk. In de nieuwe economie is er minder plaats voor laaggeschoolden en onze arbeidsmarkt is moeilijk toegankelijk voor nieuwkomers. Steeds meer is ‘brainpower’ de sleutel tot succes. Daardoor dreigt de kloof tussen ‘the best’ en ‘the rest’ groter te worden.

Amper 36 procent van de mensen met een lage scholing werkt. Voor gezinnen zonder werk zijn de sociale uitkeringen naar een alarmerend laag peil gezakt, terwijl de controles en de sancties door velen worden aangevoeld als administratieve pesterijen.

Het sociaal-economische beleid moet veel aandacht aan deze kwestie besteden, want we dreigen een samenleving te creëren waarin het niet langer fijn is om te leven. Niet voor de mensen die niets hebben, maar evenmin voor de mensen die meer hebben.

Talent

We dreigen ook veel talent te verliezen: ouders die van de voedselbank naar 1 euromaaltijden moeten lopen hebben tijd noch energie om mee te investeren in het onderwijs van hun kinderen. Een recente studie van de OESO waarschuwt terecht voor de negatieve impact van de ongelijkheid en de armoede op de economische groei. Regeringen moeten dus zorg dragen voor de onderkant van de samenleving, om economische én om sociale redenen.

De lasten op arbeid verlagen is een goede zaak. Maar de voorgenomen maatregel levert lager geschoolden en lagere loongroepen niets op.

Drie zaken moeten daarbij in de gaten worden gehouden. Eén: er moeten meer jobs komen voor lager geschoolde mensen, nieuwkomers en ouderen. Van alle hooggeschoolde Belgen jonger dan 55 jaar is ruim 80 procent aan de slag. Haast niemand in Europa doet het beter. Voor deze groepen hebben we wellicht een plafond bereikt. Maar voor de 55-plussers, voor laaggeschoolden en voor migranten scoren we zeer slecht.

Twee: laagbetaalde arbeid moet lonender worden. Een alleenstaande moeder met twee kinderen die voltijds werkt voor het minimumloon heeft niet veel nodig om in de armoede te belanden. Dat lage arbeidsinkomen is ook een rem op het activeringsbeleid.

Drie: voor wie zonder werk valt omdat hij werkloos of ziek is, moet er een fatsoenlijke bescherming zijn. De sociale uitkeringen schieten nu schromelijk tekort en moeten naar omhoog, vooral voor gezinnen met kinderen.

Wat leverde het beleid van de regering-Michel op deze punten op?

De mensen aan de onderkant van de samenleving dreigen op drie terreinen te verliezen

Als we enkel rekening houden met de federale maatregelen die dit jaar van kracht werden, blijken de effecten vrij beperkt. De werkenden zullen iets meer overhouden, de werklozen en de zieken zitten in het verliezende kamp. Het beeld lijkt minder flatterend als ook rekening wordt gehouden met de federale beslissingen die nog in uitvoering zijn, al moeten nog veel modaliteiten vastgelegd worden.

Jobs

De regering-Michel zet sterk in op ‘jobs, jobs, jobs’, onder meer via een forse, lineaire lastenverlaging. Om de werkgeversbijdragen van 33 procent naar 25 procent te brengen heeft ze 2 miljard euro uitgetrokken. De lasten op arbeid verlagen is een goede zaak. Maar de voorgenomen maatregel levert voor lager geschoolden en lagere loongroepen niets op: op lonen lager dan 2.000 euro bedragen de sociale bijdragen immers al 25 procent. Een recente studie in Regards Economiques (UCL) toont voor de zoveelste keer aan dat lineaire lastenverlagingen niet efficiënt zijn. Omdat het werkloosheidsrisico erg selectief is, moeten lastenverlagingen dat bij voorkeur ook zijn, zeker als de middelen beperkt zijn.

Hoewel Michels voorlopers er ook niet in slaagden de armoede terug te dringen, was de stabiliteit van toen te danken aan beleid

De mensen aan de onderkant van de samenleving dreigen zo op drie terreinen te verliezen: de lastenknip zal voor hen geen of weinig zoden aan de dijk brengen, de knip wordt mee door hen gefinancierd via hogere belastingen op de consumptie, en de sociale uitkeringen voor werklozen en zieken blijven achter op de inkomens van de werkenden.

Hoewel Michels voorlopers er ook niet in slaagden de armoede terug te dringen, was de stabiliteit van toen te danken aan beleid. Die weinig glorieuze standstill dreigt nu om te slaan in een groeiende kloof tussen de haves en de havenots. Met meer armoede als gevolg.

Lees verder

Gesponsorde inhoud