De mosterd van de Nationale Bank

Volgende week worden de nieuwe regenten van de Nationale Bank van België gezalfd en wordt het college van censoren opgeschud. De algemene vergadering zal dinsdag de politieke herverkaveling goedkeuren.

‘De Nationale Bank is onafhankelijk van de Belgische regering. De vraag is in hoeverre de Belgische regering onafhankelijk is van de Nationale Bank.’ Het is een boutade van premier Jean-Luc Dehaene, die tijdens zijn regeerperiode voortdurend overlegde met toenmalig gouverneur van de Nationale Bank Fons Verplaetse. Samen sleutelden ze aan het Globaal Plan, de ingrijpende sanering die België naar de eurozone loodste.

Men ging in die dagen niet zomaar op de thee bij de gouverneur van de Nationale Bank van België (NBB). Men ging er ‘op audiëntie’. Gouverneurs waren bovendien grootmeesters in het praten met meel in de mond. Daarom werden ze altijd met de grootste aandacht beluisterd, om achteraf te kunnen decoderen wat ze precies bedoelden.

Na Verplaetse en de invoering van de euro en met de oprichting van de Europese Centrale Bank (ECB) werd het gouverneurschap volledig uitgehold. Wie de belangwekkende documentaire ‘De achtste dag’ gaat bekijken, zal dat vaststellen. Daarin brengen de makers, Yan Ting Yuen en Robert Kosters, het relaas van de bergingsoperatie die de Belgische en de Nederlandse regeringen tien jaar geleden ondernamen om het kapseizende Fortis en het financiële systeem boven de waterlijn te houden. Ze doen dat aan de hand van de getuigenissen van de hoofdrolspelers in die cruciale week: de Belgische premier Yves Leterme en zijn toenmalige minister van Financiën Didier Reynders, de Nederlandse minister-president Jan Peter Balkenende en minister van Financiën Wouter Bos. Hun relaas wordt omlijst met dat van Mervyn King, de gewezen gouverneur van de Bank of England, van diens evenknie bij De Nederlandsche Bank Nout Wellink en van de Fransman Jean-Claude Trichet, toenmalig voorzitter van de Europese Centrale Bank. Van Guy Quaden, de opvolger van Verplaetse als gouverneur van de NBB, valt in de documentaire geen spoor te bekennen.

Aan een grondige doorlichting van de Nationale Bank en van haar taken in die nieuwe rol van ECB-filiaal en doorgeefluik naar Frankfurt, werd nooit gedacht. Heeft die instelling nog een regentenraad nodig? En wat met het directiecomité?

Na de invoering van de euro werd de Nationale Bank een deel van de grote cluster van centrale banken rond de ECB, de nieuwe bewaker van het correcte monetaire denken. Aan een grondige doorlichting van de Nationale Bank en van haar taken in die nieuwe rol van ECB-filiaal en doorgeefluik naar Frankfurt, werd nooit gedacht. Heeft die instelling nog een regentenraad nodig? En wat met het directiecomité? De knappe koppen van de NBB leveren nog altijd boeiende studies en statistieken die de Wetstraatbewoners ongelezen laten. Zelfs het jaarverslag is niet langer het laatste woord over het economische en financiële reilen en zeilen in het land. De burger wordt nu geschoren volgens de bevindingen en richtlijnen van Eurostat, van de ECB en van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Niet de Nationale Bank maar de ECB is vandaag de geldlener van de laatste hoop. Voorzitter Mario Draghi heeft dat de afgelopen jaren aangetoond met zijn kwantitatieve versoepeling die maar blijft duren. Zelfs de controle op de Belgische systeembanken gebeurt vanuit Frankfurt. De kleine banken vallen onder het toezicht van de NBB, die zich voegt naar het instructieboekje van de ECB. De FSMA, die met de bankencrisis als toezichthouder door het ijs zakte, was beter afgeschaft. De instelling doet vandaag alleen nog aan consumentenzorg. Al is dat niet te merken aan haar personeelsbezetting, die nog altijd neigt naar morbide obesitas.

Er is de afgelopen weken nogal wat te doen geweest over de nieuwe regentenraad van de NBB. Vooral de benoeming van de 34-jarige Cédric Frère, zoon van Gérald Frère en kleinzoon van Albert Frère, die hem in het kennelijk erfelijke regentschap voorafgingen, werd op awoertgeroep onthaald. Niettemin wordt Frère volgende week samen met de andere nieuwe regenten gezalfd en wordt ook het college van censoren opgeschud door de algemene vergadering. Die zal ondanks het gemopper van de minderheidsaandeelhouders, die zoals steeds botweg worden genegeerd, de nieuwe politieke verkaveling slaafs inkleuren.

De geest van Eyskens

Wat hier wordt opgevoerd, blijft zelfs niet in de geest van de hervormingen die Gaston Eyskens in 1948 doorvoerde als minister van Financiën. Met de steun overigens van de toenmalige gouverneur Maurice Frère onttrok Eyskens de instelling aan de controle van de grote bankiers. Het statuut van de bank weerspiegelde geenszins de realiteit die na de oorlog was ontstaan, onder meer door de afspraken gemaakt in Bretton-Woods. De Nationale Bank, waarin de staat geen aandeel had, beheerste alle functies die doorslaggevend waren voor de monetaire politiek van de regering en het financiële staatshuishouden.

Zo’n instelling kon volgens Eyskens niet onder de uitsluitende controle van de privébankiers blijven. Zijn organieke wet bracht verandering in het statuut van de Nationale Bank. Het kapitaal van de bank werd bij wet verhoogd van 200 naar 400 miljoen frank. De Belgische staat nam die verhoging integraal voor haar rekening. Waardoor die op de aandeelhoudersvergadering de helft van de stemmen kreeg en voortaan ‘het algemeen belang’ verzekerde.

Er werd niet geraakt aan de benoeming en de functie van de gouverneur, maar de regering kon met de nieuwe wet wel haar keuze doordrukken bij de aanstelling van de directeuren. Die zouden door de koning worden benoemd, weliswaar op aangeven van de regering en na voordracht door de regentenraad. De hervorming had, volgens Eyskens, niet tot doel de Nationale Bank te ‘etatiseren’. Maar de controlemacht van de regering was onmiskenbaar.

©rv

Eyskens, die nauw aanleunde bij de christelijke arbeidersbeweging, zorgde er ook voor dat de minister van Financiën drie van de tien regenten kon voordragen en de openbare kredietinstellingen twee. De overige vijf moesten worden aangeduid door de grote vakbonden en de bedrijfs- en de landbouworganisaties. Dat was een manier om de sociale partners bij de economische opbouw van het land te betrekken. Een ingreep die de naoorlogse opmars naar de golden sixties bevorderde. Omdat de sociale partners elkaar geregeld vonden in de wandelgangen van het grote gebouw langs de Brusselse de Berlaimontlaan.

Intussen is het weldoende effect van die hervorming al lang uitgewerkt. Vandaag zijn de benoeming van de gouverneur en de invulling van de regentenraad, van het directiecomité en van het college van censoren, de auditeurs van de Bank, een kwestie van politieke machtsverkaveling en nu ook van de snoepverdeling die met elke regimewissel gepaard gaat. De jongste benoemingsronde is een mooi voorbeeld. Dat Cédric Frère werd genoemd als een vertegenwoordiger van het Waalse ondernemerschap, zoals minister van Financiën Johan Van Overtveldt beweerde, snijdt geen hout. Het regentenzitje voor Cédric is gewoon het toegangsticket van de politiek tot de mogols van diens machtige holding Groupe Bruxelles Lambert (GBL).

Er zitten overigens echte vertegenwoordigers van het Waalse/Franstalige bedrijfsleven in de regentenraad. Yves Prete van de Union Wallonne des Entreprises (UWE) zit er nog tot 2020. En de federale regering, of liever de MR, bombardeerde ook de Naamse mosterdproducente Fabienne Bister tot regente. De gewezen journaliste is ook de enige vrouw in het regentengezelschap. Frère en Bister zetelen voortaan naast Edwin De Boeck, hoofd van de N-VA-studiedienst. Diens partijgenoot en penningmeester Eddy Vermoesen treedt toe tot het college van censoren. Met dit precedent staat niets de partijen nog in de weg om zich als vanzelfsprekend te installeren in de bestuurskamers van de Nationale Bank.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud