De noodzakelijke strijd tegen crony capitalism

©Bloomberg

Vandaag heb ik het genoegen een panelgesprek te hebben met James Robinson, auteur van de bestseller ‘Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm’. Zijn boek kan worden gelezen als één grote waarschuwing tegen crony capitalism, wat gedefinieerd kan worden als het plunderen van de bevolking ten voordele van politiek geconnecteerde organisaties. We hebben in het Westen steeds de aangename gedachte gekoesterd dat dit enkel een probleem is waarmee arme landen worstelen en dus reeds decennia achter ons ligt.

Sinds de financiële crisis van 2007 is het echter de vraag of we zelf ook niet in de spiegel moeten kijken. In het Spaanse banksysteem werd op vraag van bevriende politici een oog dichtgeknepen bij de kredietkwaliteit van talloze bouwprojecten. En er zijn nog internationale voorbeelden.

Zelfs dan slagen we erin om te doen alsof dergelijke zaken in eigen land niet voorkomen. Nochtans… Bankiers die met miljoenen euro’s aan bonussen naar huis gingen terwijl ze hun bank de grond in boorden, bestuurders van vehikels zoals de Gemeentelijke Holding die nooit ter verantwoording werden geroepen, een ex-partijvoorzitter die in 2008 bij de ondergang van een verzekeraar als excuus inriep dat hij niets van bankieren kende en in 2013 probleemloos opnieuw voorzitter werd van een vehikel bij dezelfde groep,… In het buitenland verwijst men zelfs expliciet naar België om erop te wijzen dat in een klein land de gereguleerde sector problematisch dicht staat bij de regulator zelf.

Het probleem van te nauwe banden tussen politiek en bedrijfsleven (in het bijzonder het bankwezen) werd al lang geleden onderkend. De stichters van de Verenigde Staten probeerden voldoende checks & balances in te bouwen zodat er structureel voldoende tegenmacht ingebouwd werd. Thomas Jefferson maakte zelfs er ooit een campagnethema van.

De essentie voor een goede maatschappij is dat iedereen, hoe machtig ook, verantwoording moet afleggen. De gezondheid van een economisch systeem wordt dus ook bepaald in hoeverre bijvoorbeeld minderheidsaandeelhouders beschermd worden door degelijke regels van deugdelijk bestuur. België scoort op deze thema’s volgens internationale studies niet zo goed.

Vaak wordt er vanuit de elite neergekeken op de bevolking indien die haar ongenoegen kenbaar maakt over mistoestanden. Of het nu echter over Electrawinds gaat of een ander geval van tenietgaan van publiek geld: eerder dan te spreken over verzuurde Vlamingen kan men een geëngageerde en kritische houding vanwege de burgers als een essentieel onderdeel beschouwen van burgerzin en civiek kapitaal. Talloos onderzoek toont inderdaad aan dat landen waar burgers kunnen klagen zonder schrik voor retaliatie voorspoediger zijn. Te veel wordt een retoriek opgehangen dat als we alles wat positiever zouden inzien, alle problemen vanzelf zouden weggaan. Vertrouwen komt inderdaad als een essentiële factor voor voorspoed uit studies. Dan gaat het echter niet over het cyclische en manipuleerbare ‘confidence’ of sentimentele vlagen van optimisme of pessimisme maar het veel dieper gewortelde ‘trust’ dat gebaseerd is op principes van verantwoordelijkheid. Kleine landen zijn niet alleen extra kwetsbaar voor groepen die elkaar afschermen maar ook voor conformistisch denken waarbij kritische gedachten eerder privaat gehouden worden. Ons land zou erg gebaat zijn door een meer ‘recht voor de raap’-attitude.

Een gezond systeem is er een dat ontvankelijk is voor kritische feedback. De reden waarom destijds parlementen werden opgericht was om de macht te controleren op uitwassen allerhande. Hopelijk hebben voldoende mensen zondag ook gestemd op een parlementslid dat doordrongen is van deze taak.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud