De omgevallen piramide

©Photo News

Voor de komende jaren wordt in Europa gerekend met een jaarlijkse groei van gemiddeld 1 procent van het bruto binnenlands product. Voor België wordt amper 0,8 procent verwacht. Om de sociale zekerheid overeind te houden is 2 procent nodig. Overheid en burgers moeten nood gedwongen hun contracten herbekijken en bijsturen.

‘Er is geen geld voor de gewone man, terwijl de bazen een vrijbrief krijgen.’ Met de herfst in aantocht en een nieuwe, dit keer centrumrechtse federale regering in de maak heeft ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw zijn wapenrok al aangesjord. In De Morgen legde hij alvast de syndicale bijl aan de funderingen van de formatie die Kris Peeters (CD&V) en Charles Michel (MR) aan het opbouwen zijn. ‘Deze regering is er voor de werkgevers, niet voor de werknemers’, voorspelde hij. ‘Er worden cadeaus uitgedeeld aan de patrons, terwijl de inspanningen vooral van de werknemers moeten komen.’

De Leeuw denkt nog graag in termen van de 19de-eeuwse socialistische strijdprenten, zoals de bekende ‘Pyramide à renverser’, met bovenaan een zelfvoldane vorst, Leopold II, opgestuwd door vrome prelaten, houwdegens van het leger en bolbuikige kapitalisten, en helemaal onderaan het verdrukte, morrende werkvolk. Alleen klopt dat beeld al lang niet meer met de werkelijkheid.

De verzorgingsstaat heeft die piramide doen kantelen. En intussen is de welvaartsstaat, die steeds minder welvaart herverdeelt, gemuteerd tot een marktstaat - de term is van de Amerikaanse academicus Philip Bobbitt.

De marktstaat creëert geen welvaart meer, maar kansen, en levert bepaalde diensten in ruil voor betaalde belastingen. Van enige loyauteit is daarbij nog weinig sprake. Van solidariteit al evenmin, want ook die heeft de burger intussen helemaal afgewenteld op de overheid.

Het gaat hier om zakelijke afspraken. Als de burger oordeelt dat de staat de aangegane engagementen niet nakomt, dan zal die niet aarzelen een rechtszaak aan te spannen. Dat gebeurde onlangs nog door een gehandicapte dame die, met succes, opvang eiste van de Vlaamse overheid. Het aantal processen van buurtbewoners tegen geplande infrastructuurwerken en van ouders tegen scholen is niet langer bij te houden.

De verzorgingsstaat werd op economische groei opgetrokken. Wat ervan rest, steunt op schulden. De gemiddelde schuld van de Europese lidstaten draait rond 97 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Indexsprong naar beneden

De Duitse kanselier Angela Merkel vatte het probleem ooit in één zin samen: ‘Met 7 procent van de wereldbevolking en 25 procent van het mondiale bbp levert Europa ruim 50 procent van de wereldwijde sociale voorzieningen.’

België kampt met een schuld die meer dan 100 procent van het bbp bedraagt. Een gevolg van de bankencrisis, maar ook van het feit dat de overheid een ontzaglijke 33 procent van de Belgische loonmassa voor haar rekening neemt.

De volgende federale regering moet volgens het monitoringcomité 17 miljard euro besparen. En uitgerekend op dit hachelijke moment lijken alle problemen samen te vallen op een hoop.

Enkele dagen geleden werd bekend dat de Belgische inflatie is gedaald tot 0,02 procent. Als die verder daalt, dreigt het Belgische indexmechanisme, bedoeld om de koopkracht van de burgers te beschermen, een indexverzakking te veroorzaken. Alsof dat nog niet volstaat, wordt voor de komende jaren in Europa gerekend met een jaarlijkse gemiddelde groei van nauwelijks 1 procent van het bbp, en dat tot 2023.

Voor België, dat nu al voortdurend naar adem moet happen om in de Duitse pas te blijven, wordt amper 0,8 procent verwacht. Om het sociaal systeem overeind te houden is minstens 2 procent nodig. Dat dwingt overheid en burgers tot het herbekijken en bijsturen van hun contracten.

Dat laatste wordt nog eens benadrukt in ‘Secular stagnation: facts, causes and cures’, een e-book dat onlangs werd uitgegeven door het Centre for Economic Policy Research en gepubliceerd door VoxEU.org. De formateurs en de onderhandelaars doen hun voordeel met de lectuur van die verzameling opstellen van vooraanstaande economen als Paul Krugman, Larry Summers, Barry Eichengreen, Nicholas Crafts, Richard C. Koo en ook van de Belg Frank Smets, adviseur bij de Europese Centrale bank.

Tijdens de voorbije jamboree van de centraal bankiers in Jackson Hole, in Wyoming in de Verenigde Staten, ging het over weinig anders dan over die langdurige stagnatie.

De lagegroeivooruitzichten gecombineerd met lage inflatie en zelfs deflatie, maakt dat de Europese Unie, en dus ook België, dreigt te verzeilen in een langdurige stagnatie, vergelijkbaar met die waarmee de Japanners de afgelopen twintig jaar werden geconfronteerd.

Bovendien tonen de vergrijzingsmodellen dat de verhouding tussen gepensioneerden en werkenden in 2025 al oploopt tot 35,4 procent, en nog hoger naderhand. Dat kan de overheid zo al niet langer aan. En precies die onzekerheid en de stijgende levensverwachting hebben dan weer als gevolg dat werkenden en gepensioneerden nog meer gaan sparen. Dat spaaroverschot is ook een blijk van het toegenomen wantrouwen in de overheid, want een verzekering tegen een falend beleid.

Belgische kramp

Al dat spaargeld overspoelt dan weer de geldmarkt, waar negatieve reële rentetarieven de vraag naar krediet stimuleren, maar ook nieuwe zeepbellen doen opbollen. Van die langdurige stagnatie hebben de Europeanen meer te vrezen dan de Amerikanen. Dat schrijft de Britse econoom Nicholas Crafts, daarin bijgetreden door Frank Smets. Zij werden in Jackson Hole niet tegengesproken door ECBvoorzitter Mario Draghi. Die gaf bovendien toe dat het nietsontziende saneringsbeleid het economisch herstel van Europa in de weg zit.

In de VS wordt de groei gestimuleerd door de lagere lonen en door de goedkope energie uit schaliegas. Wat niet belet dat in de meest actieve leeftijdsgroep een op de vijf Amerikaanse mannen nog steeds werkloos blijft. Bovendien haalt ook daar, net als in Europa, de tewerkstelling lang niet het peil van voor de crisis.

De nieuwe federale regering moet dat allemaal op één lijn zien te krijgen, en tegelijk miljarden besparen om uit de Belgische kramp te raken. De roep van vakbonden en oppositie om een vermogensbelasting is vooral bedoeld voor de achterban. Momenteel weet niemand welke vorm zo’n vermogensbelasting precies moet krijgen. Ook vorige regeringen met de socialisten kwamen daar nooit uit. De kans dat die vermogensbelasting vooral de middenklasse treft, is bijzonder groot, terwijl de echt grote vermogens buiten schot blijven, omdat die over gesofisticeerde ontwijkingsmechanismen beschikken.

De overheveling van bevoegdheden naar de regio’s en de gemeenschappen en een strakke economische tegenwind uit de buurlanden Duitsland en vooral Frankrijk, bemoeilijken de opdracht van de volgende federale regering. Toch kan alleen een reeks van doortastende hervormingen van de arbeidsmarkt, de belastingen en de pensioenen in samenspraak met Europa - de Belgische economie weer in beweging krijgen.

De laatste structurele hervorming in dit land werd zo’n twintig jaar geleden doorgevoerd door de regering van Jean-Luc Dehaene: het optrekken van de pensioenleeftijd voor vrouwen naar 65 jaar. Een ingreep die nog groter onheil heeft voorkomen.

De opvolgers van Dehaene hebben met hun regeringen vooral veel eieren gebroken. Die omelet mag er nu wel eens komen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud