start-ups

De parabel van de digitale talenten

Peter Hinssen

De Tijd stort zich terecht op het Europese technologielandschap. Waarom is er in Europa geen Silicon Valley? En waarom komen zo weinig globale techspelers uit Europa?

We kennen het verhaal: er zijn de Apples, Googles, Facebooks en Amazons in de VS, de Baidu’s, Alibaba’s en Tencents in China, en in Europa is er bijna niets. We hebben wel Booking.com en Spotify, maar in de 21ste eeuw redden we het niet door ons te richten op vakanties en muziek.

In Station F, Hangar K, de Boerentoren en Corda Campus zit potentieel zat om de volgende Google in Europa te bouwen. Maar als wij als een triestige kruidenier blijven nadenken over kapitaal om op te schalen dan worden die hangars en torens straks kerkhoven vol start-ups.

Xavier Niel, de flamboyante Franse ‘disrupteur’, heeft een gigantische accelerator gebouwd in Parijs. In Station F wil hij de nieuwe generatie van (Franse) start-ups kweken. Briljant. Hij heeft er naar eigen zeggen 250 miljoen euro van zijn eigen geld in gestoken. Ian Gallienne, de schoonzoon van Albert Frère, brengt het concept naar Brussel. Ook briljant.

We lossen het probleem in Europa niet op met dit soort accelerators en incubators alleen. Niel haalt in zijn interview met De Tijd twee belangrijke zaken aan. Ten eerste: het aandeel van Europa in de totale waarde van alle 'new tech players' bedraagt slechts 3 procent. Het tweede interessante cijfer is dat 80 procent van de bedrijven op de Amerikaanse beurzen Nasdaq en NYSE jonger dan 25 jaar is. In de CAC 40, de Franse beursindex, is geen enkel bedrijf zo jong.

©Dries Luyten

Die twee indicatoren tonen aan dat het echt vijf na twaalf is in Europa. Maar gaat het bouwen van accelerators dit oplossen? Ook in ons land hebben we er, meer dan ooit. De Boerentoren van de KBC in Antwerpen zit vol start-ups. Vincent Van Quickenborne (Open VLD) lanceerde onlangs Hangar K in Kortrijk voor onder andere gamestart-ups. LRM doet fantastische dingen in Limburg met de Corda Campus en C-Mine. En ga zo maar door. In elke stad van enige omvang zie je jonge start-ups creatief zijn, briljante concepten uitwerken en zich engageren om de nieuwe Google van Europa te worden.

Chouchous

Maar hoe gaan we die bedrijfjes opschalen? Ik hou mijn hart vast als ik al dat jong geweld zie. Onlangs hadden we het schrijnende verhaal van Flavr, een van de chouchous van het project Start it@kbc. Een schitterend idee. Amateurkoks bereiden maaltijden voor mensen die geen tijd hebben om te koken maar hun gezin wel een huisgemaakte maaltijd willen voorzetten. Flavr was een rijzende ster, werd doodgeknuffeld, werd naar God en klein pierke in het buitenland gestuurd om te tonen dat wij in Vlaanderen ook coole start-ups hadden, maar geraakte gewoon niet aan het nodige kapitaal om op te schalen.

Ons starterslandschap is een tikkende tijdbom als we er niet in slagen om geld liquide te maken, om hen te helpen opschalen.

En daar wringt het schoentje. Ons starterslandschap is een tikkende tijdbom als we er niet in slagen geld liquide te maken om start-ups te helpen opschalen. We hebben accelerators, incubators en co-workingspaces genoeg. We hebben het halleluja van de start-upentrepreneur genoeg gezongen. Het is tijd om het geld uit onze bevaks en tak23’s te halen om de start-ups te helpen groot te worden.

Het is een boutade, maar het is waar. Als je hier in Vlaanderen naar een investeerder stapt om 5 miljoen op te halen voor een Series A - de eerste grotere kapitaalverhoging - dan kom je van een koude kermis thuis. ‘Oei, 5 miljoen, dat is wel heel veel geld, hè.’ Dat is het inderdaad. Maar we stellen te veel European questions. Als ik met een groep Europeanen een week in Silicon Valley rondrijd, melden de start-ups die we bezochten na de eerste dag altijd dat er veel European questions waren. In de trant van: ‘Hoe kun je er zeker van zijn dat...’ En: ‘Maar wat als dit gebeurt?’

Risicoaversie

Die risicoaversie zit in onze cultuur. Ze is ook de reden waarom onze voorvaderen niet op die boot durfden te stappen om naar het nieuwe continent te varen. Wij zijn de afstammelingen van de mensen die niet durfden. In Silicon Valley of in Sjanghai zou datzelfde idee, met hetzelfde team, als het 5 miljoen vraagt, de repliek krijgen: ‘En als we je 10 miljoen geven, hoe snel kun je dan een unicorn (een bedrijf met een beurswaarde van meer dan 1 miljard dollar) worden?’ Ik heb mijn bedrijf Porthus in Europa gebouwd en hier naar de beurs gebracht. Onze Noord-Amerikaanse concurrent heeft ons overgenomen. Hadden we met Porthus de stap naar de VS gezet voor kapitaal, dan hadden wij de concurrentie overgenomen en waren wij de dominante speler geworden.

Laat ons twee keer nadenken voor we 3 miljard steken in een nieuw overheidsbedrijf dat weer gaat graven om kabels in de grond te steken. Ik laat dat geld liever renderen om het briljante potentieel aan start-ups de kans te geven om Europa weer digitaal op de kaart te zetten.

In Station F, Hangar K, de Boerentoren en Corda Campus zit potentieel zat om de volgende Google in Europa te bouwen. Maar als wij als een triestige kruidenier blijven nadenken over kapitaal om op te schalen, dan worden die hangars en torens straks kerkhoven vol start-ups. Zoals bij Flavr gebeurde: doodknuffelen als start-up maar als een baksteen laten vallen als het echt geld nodig heeft.

Laat ons twee keer nadenken voor we 3 miljard steken in een nieuw overheidsbedrijf dat weer gaat graven om kabels in de grond te steken. Ik laat dat geld liever renderen om het briljante potentieel aan start-ups de kans te geven Europa weer digitaal op de kaart te zetten. Net als in de parabel van de talenten is ons geld nog maar eens in de grond steken niet de beste strategie om Europa digitaal te doen bloeien.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content