Advertentie

De taak van de mutualiteit

©REPORTERS

Of het nu gaat om het al dan niet invoeren van het systeem van de derde betaler of om stempelgeld dat onterecht werd uitbetaald. Telkens opnieuw komen het nut en het optreden van de organisaties van het middenveld, ziekenfondsen en vakbonden, ter sprake.

©Saskia Vanderstichele

Herinnert u zich dit nog? ‘Het recht om uit de staat te treden zou een nieuw burgerrecht moeten worden, op tal van domeinen toepasbaar. In de gezondheidszorg zou het een einde maken aan de plundering door de ziekenfondsen, artsensyndicaten en andere partners in het medico-mutualistische systeem.’

Guy Verhofstadt (Open VLD) hakte er in 1992 flink in met zijn eerste burgermanifest. Voor wie het niet had begrepen, gingen de mutualiteiten en de vakbonden nog eens over de knie in zijn tweede burgermanifest, met de vraag of het wel nodig was dat de bonden de werkloosheidsuitkeringen uitbetalen en dat de mutualiteiten ‘geldverslindende tussenschakels blijven tussen de staat en de zorgverstrekkers’.

Over dat recht om uit de staat te stappen werd naderhand nog weinig vernomen, over de rol van de ziekenfondsen en van de vakbonden des te meer. Vlak voor de jongste verkiezingen maakte Groenpolitica in ruste Mieke Vogels nog eens ‘De rekening van de verzuiling’. In een interview met De Tijd voegde ze daaraan toe dat de zuilen ‘misschien niet letterlijk maar wel figuurlijk over lijken gaan’.

Tijdens een recente chatsessie op Knack.be stelden drie academici van de Universiteit Gent - gezondheidseconoom Lieven Annemans, ethicus Ignaas Devisch en Marc Cosyns van de vakgroep huisartsgeneeskunde - dat de mutualiteiten in hun huidige vorm mogen worden afgeschaft.

De recente discussie over het systeem van de derde betaler, waarbij de arts rechtstreeks door het ziekenfonds wordt betaald, leidde terstond tot bedenkingen bij de rol van de mutualiteiten als uitbetalers. Want met een eenvormig ICT-systeem kan dat allemaal goedkoper via één loket, zonder de dure administratiekosten die de ziekenfondsen aan de overheid aanrekenen.

De traditionele middenveldorganisaties krijgen het steeds moeilijker uitgelegd dat zij als onderaannemers van de overheid optreden voor het algemene belang. Tot voor enkele decennia was de ideologische achtergrond van de grote ziekenfondsen en van de vakbonden nog een doorslaggevend argument. Maar in een uiteenzetting voor de denkgroep Re-Bel Initiative, die regelmatig reflecteert over de Belgische instellingen, poneerden de Leuvense academici Erik Schokkaert en Carine Van de Voorde het zo: ‘Wij geloven dat de ziekenfondsen een betere garantie zijn voor het behoud van de solidariteit dan de private verzekeraars, maar we beseffen dat er weinig empirisch bewijsmateriaal voorhanden is om die hypothese te ondersteunen. In het licht van het bestaande bewijsmateriaal is ook ons geloof niet meer dan een geloof.’

In werkelijkheid zijn de ziekenfondsen, net als de aanverwante vakbonden, diensten bedrijven geworden die hun leden tevreden moeten stemmen.

In werkelijkheid zijn de ziekenfondsen, net als de aanverwante vakbonden, dienstenbedrijven geworden die hun leden tevreden moeten stemmen. ‘De kwaliteit van de dienstverlening is belangrijker dan de ideologie’, valt daar al eens te horen. Zelfs bij de Christelijke Mutualiteit (CM) omschrijven ze zich tegenwoordig liever als ‘humanistisch’. Dat 98 procent van de verzekerden vandaag niet bij de hulpkas maar bij hen is aangesloten, verleent dan weer een grote macht aan de ziekenfondsen, die hun vertegenwoordigers hebben in alle instanties die het zorgbeleid aansturen en daardoor al eens rechter en partij zijn. Zij beslissen mee over de besteding van de ruim 33 miljard euro die aan gezondheidszorg en uitkeringen wordt uitgegeven.

Social profit

In Nederland werden de ziekenfondsen in 2006 opgedoekt. De zorgmarkt werd geprivatiseerd. Semipublieke zorgverzekeraars, maar ook ziekenhuizen en zorginstellingen gaan er met elkaar in concurrentie. Dat laatste heeft al geleid tot het faillissement van een ziekenhuis. De meeste Nederlanders, al die keuzepolissen beu, willen de oude ziekenfondsen terug. Maar dat zit er voorlopig niet in. Want de afschaffing ervan heeft de zorg goedkoper gemaakt. Dat beweert tenminste de Nederlandse Zorgautoriteit, die het systeem controleert. En afgaand op de vergelijkingen gemaakt door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) liggen de administratiekosten met 3,3 procent van de uitgaven in de gezondheidszorg er lager dan in België, dat naargelang de berekening 3,9 tot 4,7 procent laat optekenen.

Het bedrag dat de vijf landsbonden jaarlijks van de overheid krijgen om hun administratiekosten te dekken, bedroeg in 2005 iets meer dan 832 miljoen euro. Vorig jaar ging het om 1,05 miljard euro. Daar komt dan nog bij: de ruim 18 miljoen euro voor de administratie van de Kas voor geneeskundige verzorging van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen.

Op die bedragen kan volgens insiders 10 tot 15 procent worden bespaard, mocht met één ICT-platform worden gewerkt. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling geeft nu al het voorbeeld door voluit gebruik te maken van de technologische vernieuwing, met uitstekende resultaten. Maar daar zijn de grote landsbonden niet op gebrand.

Al is het nu ook weer nonsens te beweren dat het opdoeken van de ziekenfondsen de administratiekosten in één klap met een miljard zou verminderen. Belangrijker besparingen zijn mogelijk in de ziekenhuizen. Die kopen, om maar een voorbeeld te geven, geneesmiddelen en medisch materiaal met prijsreducties die tot 70 en zelfs 80 procent oplopen, maar rekenen wel het volle pond door aan de patiënt en bijgevolg aan de ziekteverzekering. Bij de ziekenfondsen en de privéverzekeraars weet men dat. Maar iedereen zwijgt, want het systeem moet blijven draaien.

Ruim twintig jaar geleden, bij de opening van het academiejaar 1992-1993 dacht Roger Dillemans, toenmalig rector van de KU Leuven hardop na over de toekomst van de sociale zekerheid. Hij deed dat naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van het rapport van de Britse politicus William Beveridge dat de aanzet gaf voor de uitbouw van de sociale zekerheid in heel West-Europa. Dillemans had het toen over de staat die overal aanwezig is en overal zwak is. Precies die zwakte is de oorzaak van twintig jaar immobilisme.

‘Echte solidariteit heeft een tijdsdimensie, en echte sociale verzekering neemt ook de toekomst in rekening’, zei Dillemans toen. ‘Zonder ingreep in het stelsel is het bij een vergelijkbare economische toestand niet heel lang nog betaalbaar. De prognoses voorzien het zwaarste gewicht van de uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg vanaf de jaren 2010-2015.’

De academicus merkte op dat de sociale zekerheid nogal wat bekrompen en zelfs verdachte verdedigers heeft. Volgens hem moeten de ziekenfondsen zich niet richten op het aanbod in de zorg, maar op de echte behoeften, op preventie ook en begeleiding. Als ze geen social profit meer genereren vallen de mutualiteiten, die vandaag ook zorginstellingen en apotheken exploiteren, uit hun rol.

Deze regering heeft aangekondigd dat ze de werking van de ziekenhuizen zal doorlichten en eist dat de ziekenfondsen hun cijfers aan de Nationale Bank voorleggen. Dat kan het begin zijn van een transparanter zorgsysteem dat almaar duurder wordt voor de patiënt. Want die betaalt vandaag 25 procent van zijn gezondheidsfactuur uit eigen zak.

De voorbije decennia werden de Belgische cijfers van de sociale zekerheid, veelal uit communautaire overwegingen, geregeld bijgekleurd, om niet zeggen bijeengelogen. Met als gevolg dat de staat op de duur zichzelf niet meer vertrouwde. Daarom blijven de eigen verplichtingen uitbesteed en werd een bijzonder ingewikkeld zorgsysteem opgetuigd. Zo is niemand meer verantwoordelijk. Intussen houden de zorgverstrekkers dagelijks de vingers in de dijk.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud