De wet van 3 procent

©Frank Toussaint

Soms moeten we onze mening grondig herzien. Na een intense persoonlijke ervaring, een opzienbarende gebeurtenis, een beklijvend boek, een indrukwekkende ontmoeting, een onvergetelijke reis. Wat was uw kantelmoment, vroegen we onze opiniemakers.

Door Koen Schoors

In 1992 was ik op vakantie in Georgië. We zouden met een gezelschap Vlamingen naar Moskou vliegen en dan per trein vanuit Moskou naar Sukhumi, een badstad in Georgië, reizen. Alleen al de luchthaven, het straatbeeld en het treinstation waren een fenomenale cultuurschok van boze gezichten, stank, geschreeuw, drukte, uiteenvallende infrastructuur en vooral een onwerkelijke en totale chaos. Iets dergelijks heb ik sedertdien niet meer ervaren.

De treinreis zou verschillende dagen duren. De wagons bleken tot de nok vol gestouwd met Georgiërs en Russen en hun gigantische plastic tassen vol spullen. Hier en daar stopte de trein en kon je naast de rails allerhande waren kopen van horden verkopers, sjacheraars, schreeuwende jongens en zwijgende baboesjka’s. ’s Nachts werd de trein Lucky Luke-gewijs overvallen door boomstammen op de rails te leggen. Iedereen die niet op tijd zijn coupé van binnenuit op slot draaide, keek in de loop van een geweer, kreeg wat klappen en speelde waardevolle spullen kwijt. Hier en daar klonk een schot. De volgende ochtend reed een trein vol depressieve en geschokte mensen door een hemels landschap, met links de bergen met eeuwige sneeuw en rechts glinsterend de Zwarte Zee met lege stranden.

Toen de trein halt hield, dook na wat dralen zo ongeveer iedereen de Zwarte Zee in, tot de trein, na even met de hoorn te hebben getoeterd, zich langzaam weer op gang trok en de school zwemmers het water liet kolken door als een razende terug te zwemmen, naar de trein rende en langs deuren en ramen alsnog weer de rijdende trein binnenklauterde.

Aangekomen in Abchazië bleek de eerste burgeroorlog net achter de rug. We hadden werkelijk het hele zalige strand van de Zwarte Zee voor ons. Dat bleek achteraf niet te verwonderen: een paar weken later vielen alweer bommen op datzelfde strand, iets waar wij op dat moment niet het minste idee van hadden. De mensen waren onwaarschijnlijk gastvrij, het eten heerlijk, de alcohol vloeide rijkelijk. Er waren de zon, de natuur, de verse groeten en het rijpe fruit, de wijn, de sjaslieks, en de prachtige overblijfselen van oude burchten, kastelen, kerkjes en abdijen met zicht op de Zwarte Zee. Hier en daar liepen kleine troepjes stoer te marcheren in groene legerpakken. We bezochten een volksmuseum waar de glorierijke geschiedenis van het Abchazische volk zonder verpinken werd verkondigd als het nieuwe evangelie. Later trokken we met de auto verder naar de hoofdstad Tbilisi. Hier en daar moesten we stoppen voor controleposten bemand door steeds andere facties bewapend met steeds dezelfde kalasjnikovs.

Tbilisi, de samenvloeiing van zoveel culturen en minderheden, was uniek. Prachtige gebouwen met verse kogelgaten, warme mensen, dobberen in de thermische baden, schoon geschrobd en uit elkaar gerukt worden door een kolos met kolenschoppen van handen. Later dokkerden we de bergen in met een gehuurde ambulance en per emmer in een dorp aangekochte benzine, een surrealistische ervaring, met onderweg totaal aan hun lot overgelaten overblijfselen van rotswoningen van weet ik veel welke eeuw voor Christus.

Bij mijn thuiskomst besefte ik voor het eerst ten volle het volgende: de rechtsorde die we in Europa onnadenkend voor lief nemen is niet de natuurlijke staat der dingen. Het is een fragiele en historisch zeldzame uitzondering. Het vergt een constante energie om die toestand te laten voortbestaan en te vermijden dat alles verglijdt naar een situatie met minder organisatie en meer entropie.

De rechtsorde bestaat bij de gratie van een centrale overheid met de capaciteit geweld te gebruiken en de bereidheid om dat in allerhoogste nood ook te doen, zonder evenwel in de val van de autocratie te trappen. Zonder de energie van een centrale overheid nemen extreem nationalisme en regionalisme of de machtsgeilheid en inhalerigheid van krijgsheren een land in een mum van tijd over. Dan volstaat 3 procent gewapende en gewelddadige idioten om een redelijk harmonische samenleving te ontwrichten tot hun verwrongen beeld van een zuivere groep, waarbij de overgrote vrede - en broederminnende meerderheid gedwongen wordt een kant te kiezen. Sedert 1992 heb ik dat patroon keer op keer herhaald gezien, met onnoemelijk veel menselijk leed tot gevolg. Sedertdien wantrouw ik elke vorm van nationalisme.

Koen Schoors is professor economie aan UGent

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud