Digitale jobcreatie

Hoe groot is de invloed van het beleid op de jobcreatie, en valt die met de huidige evoluties op de arbeidsmarkt nog te berekenen? De vraag stelt zich na het opmerkelijke verschil in de studieresultaten van de Nationale Bank van België en van het Planbureau.

Rik Van Cauwelaert ©rv

De Nationale Bank van België antwoordde enkele weken geleden op vier vragen van Kris Peeters (CD&V). De vicepremier en minister van Werk en Economie wilde het effect op de tewerkstelling kennen van een indexsprong, een werkbonus, de verlaging van de werkgeversbijdrage en een verhoging van de aftrek van beroepskosten. De NBB-specialisten kwamen uit bij 59.000 nieuwe banen tegen 2019, het einde van de regeerperiode.

Eerder deze week pakte het Planbureau uit met een simulatie aan de hand van alle beleidsmaatregelen die de centrumrechtse regering van premier Charles Michel (MR) op stapel heeft staan. De uitkomst was minder enthousiasmerend dan die van de NBB: slechts 16.300 banen tegen 2020. Het Planbureau hield ook rekening met de jobs die ongetwijfeld zullen sneuvelen door de besparingen van de federale en de regionale regeringen en van de lokale overheden.

Toch is een correctie naar beneden met ruim 70 procent vrij spectaculair te noemen. Daarbij dringt zich meteen de vraag op of met de huidige evoluties de invloed van beleidsmaatregelen op de arbeidsmarkt nog nauwkeurig te berekenen valt, en of de oude stimulerende middelen enig effect hebben op de jobcreatie.

Na elke economische inzinking duurt het steeds langer voor de arbeidsmarkt zich herstelt tot het niveau van voor de crisis. Met als bijzonderheid dat het herstel telkens gepaard gaat met een nieuwe uitzifting van de zwakste werknemers, die worden weggedrukt door beter opgeleiden. Het N-VA-Kamerlid Zuhal Demir kan dus maar beter uitkijken met haar voorstel om langdurig werklozen onverbiddelijk uit te sluiten. Tenzij ze echt vastbesloten is de bodem weg te slaan onder de gemeentelijke OCMW’s, en vooral die van de grote Vlaamse steden.

Een jobloze groei is geen fictie. Traditionele bedrijven moeten meer doen met minder volk. De distributiegiganten, in een nabij verleden de toevlucht voor een grote groep laaggeschoolden, zetten toenemend in op automatisering. Grote merken stappen in de onlineverkoop, zelfs al gaat dat ten nadele van de eigen franchisehouders en hun werknemers.

Nieuwe spitstechnologie vernietigt in een snel tempo oude productiemethoden en bijgevolg tewerkstelling. Sommige Amerikaanse bedrijven halen vandaag al hun productie uit China en andere Aziatische landen terug naar de Verenigde Staten, omdat de robotisering de productiekosten fel heeft gereduceerd.

Bedrijven met relatief weinig werknemers maken vandaag gigantisch veel winsten. De Amerikaanse elektronicamogol Apple zit op een cashberg van 178 miljard dollar (155,5 miljard euro). Het bedrijf telt wereldwijd 92.000 werknemers, voltijds en deeltijds, en boekt daarmee 15 miljard dollar winst. Bij wijze van vergelijking: de autoproducent VW moet wereldwijd 570.000 werknemers inzetten voor een winst die nagenoeg 5 miljard dollar lager uitkomt. Het wijst op een indrukwekkend verschil in productiviteit tussen de werknemers in de industriële sector en de digitale werknemers.

De traditionele relatie tussen werkgever en werknemer komt eveneens onder druk. Want een app op een tablet is vandaag een werkverschaffer, zoals Uber dat in nagenoeg alle landen de gevestigde taxidiensten in de loopgrachten jaagt. Vergelijkbare apps zijn al actief in de zorgsector en in het onderwijs. Nieuwe betaalapps dwingen de klassieke retailbanken tot aanpassingen.

Gaandeweg zal het nieuwe freelancen - waarbij de werknemer zijn talenten en zijn vakbekwaamheid tijdelijk verhuurt - niet alleen de sociale partners maar vooral de overheid, die de sociale zekerheid organiseert, voor nieuwe problemen plaatsen.

Palasthy-model

De meeste pogingen van de overheid om rechtstreeks in te grijpen in de arbeidsmarkt, via het Derde Arbeidscircuit of dienstencheques, bleken al te prijzig of ze schoten hun doel voorbij. Toen in 2004 de dienstencheques werden geïntroduceerd, rekende de regering met 25.000 nieuwe jobs. Het systeem barstte prompt uit zijn voegen. Ruim 100.000 werknemers gingen met dienstencheques aan de slag. De kostprijs voor de overheid steeg in zeven jaar van 3,3 miljard naar 9,7 miljard in 2011. Wat neerkomt op een stijging met haast 300 procent. Op geen enkele moment werd het systeem bijgestuurd, laat staan herbekeken.

Wie herinnert zich nog het decreet ‘houdende invoering van een nieuwe arbeidsorganisatie’, in 1983 ingediend bij de Vlaamse Raad door CVP-parlementslid en gewezen minister Luc Dhoore? Het aantal werklozen in België bedroeg in die dagen meer dan 500.000. Zonder overheidsprogramma’s zoals tewerkgestelde werklozen en het Derde Arbeidscircuit, waren het er minstens 100.000 meer geweest. Er moest dus iets gebeuren. Dhoore dacht aan een stelsel waarbij gehuwden, man en vrouw, konden kiezen voor anderhalf ‘normaal’ inkomen. Want dat was toch beter dan één inkomen en één werkloosheidsuitkering.

Een naam die toen op ieders lippen lag, was die van de UCL-econoom Tamas Palasthy. Tenoren van het sociaal overleg stortten zich op diens studie ‘Six heures de travail par jour. Pourquoi et comment’, met een enthousiasme dat vandaag alleen nog Thomas Piketty kan opwekken. Toenmalig minister van Tewerkstelling en Arbeid Michel Hansenne (PSC) en CVP’ers als Luc Dhoore waren zo gecharmeerd door de denkoefeningen van Palasthy dat er een wettelijk en fiscaal kader werd gecreëerd voor experimenten met diens model van arbeidsduurvermindering. Tot het model als een soufflé in elkaar zakte.

Als vandaag in politieke kringen aan het Palasthy-model wordt herinnerd, is een gegeneerd lachje het antwoord.

Sommige Amerikaanse bedrijven halen vandaag al hun productie van Azia tische landen terug naar de VS, omdat de robotisering de productiekosten fel heeft gereduceerd.

Een van de zeldzame visionaire maatregelen werd veel later genomen door de regering van Jean-Luc Dehaene. Het was de snelle gelijkschakeling van de pensioenleeftijd voor vrouwen met die van de mannen, die het pensioenstelsel van een forse zuurstofwolk voorzag.

De Belgische kwalen die vandaag in de rapporten van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) telkens weer aan bod komen, waren toen al bekend, zoals blijkt uit de inleiding bij Dhoores voorstel van decreet: een aanzwellende overheidstewerkstelling en een snel tanende privésector.

De afgelopen weken hebben de sociale partners zich suf vergaderd om nog eens wat tafelrestjes te verdelen. Van het opkrikken van de concurrentiekracht en de tewerkstelling was geen sprake. Binnenkort worden de pijnlijke gevolgen voelbaar van de nieuwe bijzondere financieringswet die de zesde staatshervorming omkadert en die grotendeels steunt op foute groeiprognoses. Tegen de volgende regeerperiode zadelt die Wallonië al meteen op met een tekort van ruim 53 miljoen euro in de kinderbijslag. Onder druk van die financieringswet moeten de deelregeringen, ook Vlaanderen, besparingen forceren die de federale regeringen niet wilden doorvoeren. Dat zal duizenden banen kosten.

Het eerste woord over dit alles moet op het sociaal overleg nog worden gezegd, laat staan dat men zich daar al zou hebben beraden over de digitale revolutie op de arbeidsmarkt. De bijeenkomst van de Tien is geen sociaal overleg meer, maar een bijeenkomst van huisjesmelkers die een uitgeteerd systeem beheren.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud