Doordacht nationalisme

Het verzet van het Waals Gewest tegen het Europese handelsakkoord met Canada is niet alleen voor België een interessant constitutioneel vraagstuk. Het confronteert ook de EU met wat Harvard-econoom Larry Summers ‘doordacht nationalisme’ noemt.

©Saskia Vanderstichele

In Franstalig België is het drukst bekeken zondagse politieke praatprogramma dat van de commerciële omroep RTL-TVI. In ‘C’est pas tous les jours dimanche’ leidt Christophe Deborsu, ook in Vlaanderen bekend, de discussies. Maar vorige zondag dreigde het gesprek even te ontsporen. Onderwerp waren de Waalse parlementsleden die de confrontatie met Europa aangaan door het Europese handelsakkoord met Canada - het intussen beruchte Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) - te verwerpen.

Waals Parlementsvoorzitter André Antoine (cdH) en PS-politica Olga Zrihen uit La Louvière kwamen het Waalse standpunt toelichten. Ze werden geconfronteerd met gewezen Europees commissaris Karel De Gucht (Open VLD). Die raakt dezer dagen meteen op het kookpunt als iemand durft te twijfelen aan de goede zin van CETA en TTIP, de door hem onderhandelde handelsakkoorden. TTIP is het nog beruchtere en voor progressieve middens verwerpelijke Transatlantic Trade and Investment Partnership met de VS.

Doorgaans is Antoine een minzaam man. Ook al noemde hij Mariann Fischer Boel, de toenmalige Deense eurocommissaris bevoegd voor Landbouw, ooit een autiste omdat ze de melkquota wilde afschaffen. Antoine en Zrihen benadrukten dat de stemming in het Waals Parlement was ingegeven door een zorg voor de consument, wat weinig indruk maakte op De Gucht. De discussie werd steeds kruimiger en eindigde met de uitsmijter van De Gucht dat hij de Waalse houding weerzinwekkend vond. Een woedend geworden Antoine klampte zich aan de tafel vast en siste: ‘Ik ben niet naar hier gekomen om me te laten beledigen.’ Waarna De Gucht er prompt een schep bovenop deed door de Waalse houding idioot te noemen.

De afgelopen dagen en weken hebben voor- en tegenstanders van de handelsverdragen elkaar wel vaker lik op stuk gegeven. Kennis van zaken was daarbij niet altijd doorslaggevend. Wat nog het meest verbaast, is dat de discussie zo laat op de Belgische politieke agenda kwam.

De CETA-tekst werd in september 2014 gepubliceerd. Elio Di Rupo was toen nog premier in lopende zaken. Delen van de eerste kladversie lekten al in 2009. Zelfs de inhoud van het TTIP-verdrag verscheen eerder dit jaar, in februari al, op de website van het Duitse weekblad Die Zeit, aangeleverd door WikiLeaks. Het Waals Parlement nam dus ruim de tijd voor zijn tekstanalyse.

Maar zolang de Walen in het maquis blijven, kan de Belgische regering het handelsakkoord niet ondertekenen. En daarmee staat niet alleen België voor een interessant constitutioneel vraagstuk. Ook de Europese Unie wordt geconfronteerd met wat de Amerikaanse Harvard-econoom Larry Summers ooit als ‘doordacht nationalisme’ bestempelde.

Het CETA-verdrag is een van de ‘gemengde verdragen’, want buitenlandse handel werd geregionaliseerd. Die verdragen worden door de koning pas ondertekend na instemming van de wetgevende vergaderingen van de betrokken overheden. Zo staat het in de Grondwet sinds de Sint-Michielsakkoorden van 1992.

Toch deed Hans Maertens, de gedelegeerd bestuurder van Voka, het Waalse verzet tegen CETA af als ‘surrealistisch en kafkaiaans’. Hij maande de regering aan het verdrag toch te tekenen, zelfs als zou dat een communautaire crisis tot gevolg hebben. Wellicht geïnspireerd door Karel De Gucht vond ook Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten het CETA-verdrag een constitutionele crisis waard.

Grondwet opzij

Het probleem met een constitutionele crisis is dat die een oplossing moet krijgen. Achter de intussen al zes keer verbouwde Belgische gevel schuilt een ingewikkeld constitutioneel pact tussen twee gemeenschappen, Vlamingen en Franstaligen. Op een confrontatie tussen die twee is momenteel geen van de regeringspartijen voorbereid. En al zeker niet de liberale MR van premier Charles Michel, die in Wallonië zelfs niet in de buurt komt van een meerderheid.

Het verzet van de PS en het cdH tegen het CETA-verdrag is overigens op de eerste plaats een middel om de federale meerderheid voor het blok te zetten en in het bijzonder de MR en premier Michel, die zich na het brexitreferendum heel stoer opstelde.

Artikel 33 van de Grondwet zegt dan wel dat alle machten uitgaan van de natie en dat die worden uitgeoefend op de wijze die de Grondwet bepaalt. Maar dat wordt meteen afgezwakt door het daarop volgende artikel 34, dat stelt dat de uitoefening van sommige machten door een verdrag of door een wet kan worden opgedragen aan volkenrechtelijke instellingen.

De toenemende Europese bevoegd - heden en de voort- hollende globalisering verscherpen het democratisch deficit.

In het verleden keurden de verschillende parlementen die overdrachten van bevoegdheden aan de EU en die verdragen goed met een soms stuitende nonchalance, en veelal ongelezen. Weinig parlementsleden stonden er ooit bij stil dat zodra die overheveling van machtsuitoefening of dat verdrag werd goedgekeurd, de Belgische Grondwet zonder meer opzij werd gezet. Zelfs als een Europese richtlijn zou ingaan tegen de Grondwet. En dat laatste wordt steeds problematischer. Want de toenemende Europese bevoegdheden en de voorthollende globalisering verscherpen het democratisch deficit.

Larry Summers waarschuwde enkele maanden geleden voor verdragen als CETA en TTIP. In een opinie in Financial Times schreef de gewezen minister van Financiën onder president Bill Clinton: ‘Verdragen moeten niet worden beoordeeld op het aantal gesloopte handelsbarrières, maar op de mate waarin ze de macht van de burgers versterken.’

Volgens Summers zijn de brexit, de zege van Donald Trump in de Republikeinse voorverkiezingen en de opmars van antisysteempartijen in Europa revoltes tegen die ondoordachte globalisering van de afgelopen decennia. Sommige van die handelsakkoorden zoals het North American Free Trade Agreement (NAFTA) leverden lang niet de voorgespiegelde voordelen op. Zoals het opnemen van China in de Wereldhandelsorganisatie niet heeft geleid tot de aangekondigde liberalisering van dat land en zoals de premature invoering van de euro uiteindelijk steeds meer problemen veroorzaakte.

‘Wij zijn meer bekommerd om wat wordt gezegd op het Wereld Economisch Forum in Davos dan wat wordt gedacht in Akron, Ohio’, voegde Summers daar naderhand aan toe. ‘De eerste opdracht van een regering is het welzijn van haar burgers, niet het vage concept van een mondiale orde’, schreef hij. En dat is wat hij bedoelt met ‘doordacht nationalisme’.

Mensen willen, volgens hem, de eigen samenleving ordenen. Als burgers geen genetisch gemanipuleerd voedsel willen, is dat hun goed recht. Net zoals het hun goed recht is verdragen te verwerpen die alle macht afstaan aan internationale rechtbanken, zoals die bevoegd voor investor-state dispute settlement (ISDS), die een disproportionele macht geven aan multinationals. Doordacht nationalisme staat de internationale samenwerking niet in de weg, aldus Summers. ‘Het kan zelfs tot meer samenwerking leiden. De belastingdruk op de werknemers zou vandaag meer dan 1.000 miljard dollar lager uitvallen, mocht er een internationale samenwerking bestaan die kapitaalinkomsten controleert en de fiscale race naar de bodem stopt.’

Europees Raadsvoorzitter Donald Tusk heeft alvast begrepen dat het doordachte nationalisme van Summers het einde inluidt van de grote Europese handelsverdragen. Als het Waals Parlement met zijn poging tot verzet tot nadenken stemt in de Europese hoofdkwartieren, dan heeft het Europa zelfs een dienst bewezen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud