Duitsland en Frankrijk groeien uit elkaar

Hoofdeconoom Voka en auteur van 'Terug naar de feiten'

De economische verschillen tussen Frankrijk en Duitsland worden groter. Die divergentie dreigt de Europese besluitvorming te bemoeilijken.

De coronacrisis was een ideaal moment voor Europa om het verschil te maken, met een gecoördineerde aanpak van de crisis. Dat is op zijn zachtst gezegd niet echt gelukt. Dat komt op zijn minst gedeeltelijk omdat gezondheid een bevoegdheid van de lidstaten blijft. Daarnaast speelden ook de jarenlange discussies over het Europese budget een rol. Meer dan waarschijnlijk lagen die mee aan de basis van de ongelukkige beslissing om de vaccinonderhandelingen vooral over de prijs te voeren.

Belangrijker dan die gemiste kans is evenwel de vraag welk beleid Europa de komende jaren wil voeren. Cruciaal voor de toekomstige Europese koers zijn natuurlijk de ontwikkelingen in Duitsland en Frankrijk. Beide landen staan in de komende twaalf maanden voor verkiezingen die mee de toekomst van Europa bepalen.

Verontrustend is alvast dat de twee Europese kernlanden al enige tijd uit elkaar groeien. Sinds de financiële crisis (2008-2009) groeit het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd in Duitsland duidelijk sneller dan in Frankrijk. Het verschil in welvaartsgroei loopt over die periode op tot bijna 10 procentpunten. Ook op de arbeidsmarkt komt die divergentie tot uiting. De werkzaamheidsgraad evolueerde tot 15 jaar geleden in beide landen vrij gelijkaardig. Vandaag is 80 procent van de Duitse 20- tot 64-jarigen aan het werk, en maar 71 procent van de Fransen. De werkloosheidsgraad bedroeg in 2008 in beide landen 7,4 procent. In 2019 was de Duitse werkloosheid teruggezakt tot amper 3,2 procent, terwijl die in Frankrijk toegenomen was tot 8,5 procent.

Overheidsfinanciën

Europa kan nog altijd sterker uit deze crisis komen, maar dan moet wel stevig worden bijgeschakeld.

Die economische verschillen vertalen zich in de overheidsfinanciën. Tot 2007 was de overheidsschuld in beide landen nagenoeg gelijk. Het IMF ziet die schuld tegen 2026 evenwel evolueren naar 57 procent van het bbp in Duitsland en 117 procent in Frankrijk. Die divergentie dreigt de Europese besluitvorming te bemoeilijken.

Europa kan nog altijd sterker uit deze crisis komen, maar dan moet wel stevig worden bijgeschakeld. Het Europese investeringsplan is een stap in de goede richting, maar het mag daar niet bij blijven. Verdere investeringsinspanningen zullen nodig zijn, onder meer op het vlak van de duurzaamheid. Nog belangrijker is de nood aan structurele hervormingen. 15 jaar geleden toonde Duitsland met de Hartz-hervormingen wat mogelijk is op dat vlak. Zuid-Europa (inclusief België) moet dringend met dat voorbeeld aan de bak.

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom bij Voka en auteur van het boek 'Terug naar de feiten'

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud