Duivelspact

©Saskia Vanderstichele

Op 23 augustus 1939, 75 jaar geleden, sloten Hitler en Stalin een niet-aanvals pact, met een geheim protocol over de verdeling van Polen en de inlijving van de Baltische staten en Finland bij de Sovjet-Unie. De richtlijnen van Moskou volgend, verdedigden de Kommunistische Partij van België en de zusterpartijen in Europa het pact, zelfs na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

‘Je werd geen marxist-leninist om te twijfelen, twijfelen kan je thuis ook’. Dat schreef Karel van het Reve, die opgroeide in de schoot van de Communistische Partij van Nederland. Maar nooit werd het geloof van de kameraden meer op de proef gesteld dan op 23 augustus 1939. Toen werd bekend dat de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joachim von Ribbentrop en zijn Sovjet-collega Vyacheslav Molotov in Moskou een niet-aanvalspact hadden ondertekend, onder het goedkeurend oog van Jozef Stalin.

Het pact was geen donderslag bij heldere hemel. Die Europese hemel was al heel somber. Het nieuws sloeg veeleer in als een granaat, zou Hitler hebben gezegd, maar dan in de communistische gelederen.

Op weg naar Moskou voor de ondertekening van het pact, maakte von Ribbentrop met zijn gevolg een tussenlanding in het Oost-Pruisische Königsberg. Daar vroeg de Franse journalist Bertrand de Jouvenel aan een Duitse diplomaat of dat toch niet wat gênant was, zo’n verbroedering met de communistische aartsvijand. Waarop die repliceerde: ‘Warschau is een Internationale waard.’

En daar ging het ook om: de verdeling van Polen. Het niet-aanvalspact bevatte immers een geheim protocol waarin de opdeling van Polen was voorzien, alsook de annexatie van de Baltische staten en Finland door de Sovjets. Op 1 september 1939 viel het Duitse leger Polen binnen, goed twee weken later gaf Stalin zijn leger het bevel om de Pools-Russische grens weg te vagen.

Met dat pact in handen kon Hitler zich helemaal toeleggen op het openen van een westelijk front. Het werd bovendien nog versterkt door een handelsakkoord dat voorzag in de Duitse levering van wapens aan de Sovjet-Unie, in ruil voor grondstoffen, graan en vooral petroleum. De toegang tot de Russische oliebronnen en graanvelden was vitaal voor de Duitse oorlogsplannen.

Om de overeenkomst te bezegelen werden honderden Duitse communisten, die naar de Sovjet-Unie waren gevlucht maar daar in ongenade waren gevallen en naar Siberië gedeporteerd, door Stalin aan nazi-Duitsland cadeau gedaan. Een van hen was Margarete Buber-Neumann, de vrouw van de Duitse communist Heinz Neumann, die in 1937 op last van Stalin was vermoord. Zij werd na een jarenlang verblijf in het Siberische Karaganda opgesloten in het kamp van Ravensbrück en ervoer geen verschil tussen een goelag en een nazi-kamp.

In het door hen bezette deel van Polen begonnen de Russen meteen met een grote wegvoering van meer dan een miljoen ‘verdachten’ naar Siberië. In Katyn werden ruim 20.000 Poolse legerofficieren en intellectuelen door Stalins geheime diensten afgeslacht en in een massagraf gedumpt.

Ook Joden werden vervolgd. De Engelse historicus Roger Moorhouse vertelt in ‘The Devil’s Alliance’ over Joden die uit het door de Russen bezette Polen vluchtten naar het Duitse deel, omdat het hen daar veiliger leek. Begin 1941 schreef het Brusselse communistische blad L’Eclaireur: ‘Door de Jodenkwestie op te werpen wil men de aandacht afleiden van de echte verantwoordelijken voor de oorlog.’

Geen excuses

Zelfs na de Duitse inval in mei 1940 werden de communisten in de bezette landen door Moskou verplicht het pact te verdedigen als ‘een zege voor het proletariaat’, en hun acties te richten tegen ‘de imperialistische oorlogsstokers’ Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De commentaren in de communistische bladen werden vanuit Moskou gedicteerd door het Komintern, de communistische Internationale.

Opmerkelijk genoeg werd de Kommunistische Partij van België, die aanvankelijk niet echt gefnuikt werd door de Duitse bezetter, tijdens de naoorlogse repressie nooit om uitleg gevraagd. En als er al sprake was van een proces, dan werd dat met bekwame spoed en opvallende mildheid afgehandeld. Er viel nochtans wat te verklaren. Zoals de houding van Julien Lahaut, die in juni 1940 schepen werd in Seraing en die na overleg met de Duitse bezetters naar Zuid-Frankrijk trok om Belgische vluchtelingen terug te halen. Want de Belgische economie moest blijven draaien. Het communistisch satirisch blad Ulenspiegel verscheen maandenlang onder Duitse censuur. De uitgever kreeg na de oorlog een lichte straf en mocht nadien aan de slag in de drukkerij van Le Drapeau Rouge.

Helemaal ongestraft bleef de partijtop, secretaris-generaal Xavier Relecom, Pierre Joye die aan het hoofd stond van de gewapende partizanen, en de twee bureauleden Georges Van den Boom en Joseph Leemans. Die vier sloten in 1943 een overeenkomst met de Duitse veiligheidsdiensten. Ze verklikten de hele beweging, speelden alle partijgeheimen door en beloofden het verzet te zullen beperken, in ruil voor een gunstregime in Sachsenhausen.

Pas in 1954, aan de vooravond van hun partijcongres in Vilvoorde, werden de vier tijdelijk verwijderd uit de partijtop. Dat gebeurde heel discreet, want het communistische verzetsblazoen moest zuiver blijven.

Jaren later, na de breuk met Peking, liet de maoïst Jacques Grippa in ‘Chronique Vécue d’une époque’ iets los over die pijnlijke kwestie.

Lahaut werd na de Duitse aanval op Rusland, in augustus 1941 afgevoerd naar het kamp van Mauthausen en na de oorlog vermoord nadat hij ‘Vive la république’ riep bij de eedaflegging van koning Boudewijn. Samen met Xavier Relecom werd hij opgenomen in de ‘Biographie Nationale’. De auteurs van hun portret hadden het over ‘de moeilijke jaren 1939 en 1940’ voor Lahaut. Maar zijn werkelijke relatie met de Duitse bezetter werd niet uitgediept.

De koehandel met de Sicherheitsdienst, die nochtans de deportatie en de dood van enkele militanten zoals Grippa tot gevolg had, werd omzwachteld behandeld. Van Relecom werd wel gezegd dat hij naderhand aan het hoofd kwam van de import- en exportmaatschappij Tracosa. Maar dat Tracosa ook diende voor partijfinanciering vanuit Moskou, bleef toegedekt. Nochtans zou Jan Debrouwere, journalist van De Rode Vaan, ooit verklappen dat de Kommunistische Partij jaarlijks zo’n 100 miljoen frank toegeschoven kreeg vanuit Rusland, via Tracosa, dat alle zakelijke transacties van Belgische bedrijven met de Sovjet-Unie en Oost-Europa regelde. Later zette Relecom met Sodexim een gelijkaardige constructie op voor de handel met het China van de moorddadige roerganger Mao.

In tegenstelling tot Italiaanse en vooral Franse collega’s hebben Belgische historici dat communistische verleden nauwelijks aangeroerd. De communisten mochten hier rekenen op een begrip dat aan rechtvaardiging grenst.

Nochtans werden volgens ‘Le Livre noir du communisme’ in naam van die ideologie 100 miljoen mensen de dood in gejaagd. Stalin alleen nam 15 miljoen doden voor zijn rekening. Zelfs na 75 jaar heeft niet één Belgische communist zich ooit geëxcuseerd voor de collaboratie met Stalins moordende regime en de steun aan het antidemocratische pact dat in 1939 werd gesloten met nazi-Duitsland.

Terloops: ook over het omvangrijke resterende patrimonium van de Kommunistische Partij van België, vastgoed en beleggingen, wordt nog altijd zedig gezwegen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud