Echte overheidsbesparingen moeten nog gebeuren

De tweewekelijkse grafiek van Bart Van Craeynest

©Mediafin

Zowel het Planbureau als de Nationale Bank maakte vorige week nog maar eens duidelijk dat de volgende regering voor een zware budgettaire opgave staat. Het begrotingstekort loopt op korte termijn op tot 10 à 11 miljard euro. Daarmee bevestigen ze de pijnlijke begrotingscijfers die voor de verkiezingen al bekend waren, maar waarop geen enkele partij tijdens de campagne een ernstig antwoord formuleerde.

Zonder inspanningen neemt dat tekort de volgende jaren trouwens alleen maar toe. De vergrijzing heeft een impact op de overheidsuitgaven voor de pensioenen en zorg. De voor de hand liggende vraag is dan natuurlijk hoe de volgende regering dat tekort kan aanpakken. Sommige partijen kijken naar extra belastinginkomsten. De totale overheidsontvangsten in België worden voor 2019 evenwel op 51 procent van het bruto binnenlands product (bbp) geraamd. Dat blijft na Denemarken, Frankrijk en Finland het hoogste cijfer van Europa.

Andere partijen denken eerder aan besparingen. Daar liggen allicht meer mogelijkheden. Een vergelijking van de overheidsuitgaven en de kwaliteit van de overheidsdiensten in brede zin geeft steevast hetzelfde beeld: de Belgische overheidsuitgaven zijn hoog, terwijl de kwaliteit die ertegenover staat middelmatig is. Dat patroon komt terug voor meerdere indicatoren van de kwaliteit van de overheid. En ook voor verschillende takken van de overheid. Denk aan zorg, onderwijs, justitie, veiligheid of openbaar vervoer.

Telkens zijn er meerdere andere landen waar de overheid een hogere kwaliteit aflevert voor lagere uitgaven. Door de belangrijke budgettaire uitdagingen moet de volgende regering ook die richting uit. In plaats van bijna continu te roepen om meer middelen moeten de takken van de overheid efficiënter omgaan met de huidige middelen, en zelfs de kwaliteit van de diensten op peil houden met minder geld. Dat botst met de retoriek van de voorbije jaren over de ‘keiharde’ besparingen.

Die retoriek gaat voorbij aan het feit dat de totale overheidsuitgaven nog altijd meer dan 52 procent van het bbp bedragen, de derde hoogste van Europa. De structurele besparingen tijdens de voorbije legislatuur bedroegen net iets meer dan 1 procent van het bbp. Besparingsinspanningen zijn nooit makkelijk, maar er is zeker geen sprake van ‘kapotbespaard’ of ‘bespaard tot op het bot’. De echte besparingsinspanningen moeten de komende jaren nog gebeuren. De vergelijking met andere landen geeft aan dat dat mogelijk is.

Lees verder

Tijd Connect