opinie

Een krankzinnig idee: werknemers betalen in... geld

Professor politieke wetenschappen aan de VUB

Plots viel er een ongemakkelijke stilte in wat tot dan een gemoedelijke babbel was bij vrienden thuis. Het gesprek was aanbeland op het weekendje Parijs waar ze net van terug waren.

Door Dave Sinardet, professor politieke wetenschappen aan de VUB en de Université Saint-Louis. Zijn column verschijnt tweewekelijks op donderdag.

‘Alles goed gegaan met de Thalys?’ had ik argeloos gevraagd.

‘Euh … we zijn met de auto gegaan’ was het aarzelende antwoord. ‘Zo’n treinticket is toch vrij duur en met onze bedrijfswagen is het helemaal gratis’, klonk het wat verontschuldigend. ‘Ja, we weten dat jij daar nogal tegen bent, je hebt tenslotte een debat opgestart over de afschaffing van die bedrijfswagens’.

Waarop ik het was die de behoefte voelde mij te verantwoorden: ‘Oh, maar ik heb altijd gezegd dat er bezitters van bedrijfswagens niets te verwijten valt. Als de overheid jullie fiscaal aanmoedigt om zoveel mogelijk die auto te gebruiken, ligt dáár de verantwoordelijkheid. Misschien zou ik in jullie plaats hetzelfde doen.’

Hoe zinvol zo’n mobiliteitsbudget is, hangt af van hoe je het precies invult. Maar in essentie is het geen solide oplossing.

Dat het een slecht systeem is, daar waren ze het mee eens. Dat merken ze aan hun eigen gedrag. Mijn dedouanering van hun vervoerskeuze leidde tot verdere bekentenissen. Ook naar Londen waren ze met de wagen getrokken. ‘Achteraf bekeken was dat misschien niet het beste plan, want dat heeft ons uiteindelijk toch zo’n 6 uur gekost. Maar ja, zelfs al moesten we de boot betalen, het kwam toch nog een pak goedkoper uit’.

Indrukwekkend toch, hoe onze politici erin slagen het openbaar vervoer uit de markt prijzen, zelfs in gevallen waar het sneller en efficiënter is.

‘Ik neem aan dat het een diesel is?’, vroeg ik nog. ‘Ja, we wilden eigenlijk een benzinewagen maar dat mocht niet van het bedrijf, omdat de restwaarde van een diesel veel groter is zodat ze hem na vijf jaar duurder kunnen verkopen.’

Aan dat gesprek moest ik terug denken bij het lezen van de Planbureau-studie vorige week die aantoonde dat eigenaars van een bedrijfswagen meer kilometers afleggen. Voor privé-verplaatsingen gaat het om zo’n 3.000 km extra per jaar.

Nu heb je geen studie nodig om in te zien dat mensen meer de auto zullen gebruiken als je die voor hen gratis maakt. Men moet al strikt in de ecologische leer zijn om aan zo’n incentive te weerstaan.

©Photo News

Zowat alle politici beweren nochtans andere vervoersmodi te willen stimuleren. Het is daarom een mooi voorbeeld van de irrationaliteit die de politiek soms beheerst, dat systeem van bedrijfswagens. Of beter, salariswagens. Want dienstwagens die mensen nodig hebben voor hun werk moeten natuurlijk niet geviseerd worden. Wel het uitbetalen van salaris in auto. En in brandstof, via de vaak bijgeleverde tankkaarten met hoog tot onbegrensd gebruik.

Over de partijgrenzen heen beaamt elke politicus eveneens dat salariswagens nefast zijn voor mobiliteit en milieu. Off the record dan toch. Want het ligt zo gevoelig. Al sta je er eindeloos mee in de file, de auto blijft een statussymbool.

Toch is er, anders dan in onze mobiliteit zelf, enige beweging gekomen in het dossier. Het besef groeit dat het systeem onhoudbaar is.

Dat vertaalt zich vooral in de groeiende steun voor een mobiliteitsbudget, dat werknemers de keuze zou laten tussen een breder gamma aan vervoersopties dan enkel de auto. Dat is een stap vooruit, omdat sommigen nu de keuze krijgen tussen extra loon in auto of helemaal geen extra loon. Meestal laten ze zich dan toch maar een salariswagen in de maag splitsen, soms tegen hun zin.

Het systeem van bedrijfswagens is een mooi voorbeeld van de irrationaliteit die de politiek soms beheerst.

Hoe zinvol zo’n mobiliteitsbudget is, hangt af van hoe je het precies invult. Maar in essentie is het geen solide oplossing. Want het maakt nog steeds de auto veel goedkoper dan zijn reële kostprijs. En het blijft werknemers verplichten een deel van hun loon aan mobiliteit te besteden, wat ze niet bepaald stimuleert om dicht bij hun werk te wonen. En het maakt het loonbeleid nóg complexer.

Het is in dit land blijkbaar een van de pot gerukte gedachte, maar waarom betalen we werknemers niet in… geld? Dan kunnen ze in alle vrijheid beslissen waaraan ze dat besteden. Dat kan dan nog steeds aan auto’s of ander vervoer zijn.

Uiteraard moet dat geld dan wel minder belast worden dan vandaag, want dat is nu net één van de redenen waarom we mensen zijn beginnen betalen in auto’s.

De échte oplossing voor het salariswagen-probleem is dan ook dat fiscale voordeel om te zetten in een échte loonlastenverlaging. Daar ligt meteen een unieke kans voor een ambitieuze taxshift die lasten verschuift van arbeid naar vervuiling.

Zelf ben ik nu gezegend met ecocheques, die ik natuurlijk ga vergeten omruilen voor ze vervallen.

Vanuit dezelfde logica kunnen we ook komaf maken met alle andere loonvervangers, zoals maaltijd- en andere cheques. Ok, die staan niet in de file en hebben dus geen maatschappelijke kost maar wat is de meerwaarde en vooral de meerkost ervan? Omdat de verschillende voordelen over de bevolking gespreid zitten, viseer je dan niet één bepaalde categorie werknemers. Zelf ben ik nu gezegend met ecocheques, die ik natuurlijk ga vergeten omruilen voor ze vervallen.

Intussen creëerden al die systemen belanghebbenden en bijgevolg lobby’s. Vakbonden en werkgevers zijn er ook aan gehecht. En dus verandert er niets.

Ach, misschien krijgen we ooit eens een ambitieuze regering.

Intussen overweeg ik eens op weekend te gaan met vrienden die een salariswagen hebben.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud