Een niet te vergeten conflict

Onderzoeksjournaliste

Het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten (SOHR) maakte dinsdag bekend dat in het noordwesten van Syrië minstens 45 doden waren gevallen tijdens hevige gevechten tussen Syrische regeringstroepen en jihadisten, die gesteund worden door rebellen. Het is een van de vele zulke berichtjes die haast dagelijks opduiken vanuit het oorlogsgebied dat Syrië nog altijd is. Doorgaans halen ze amper de kranten en ook op de nieuwssites is het nieuws van de burgeroorlog niet meer zo actueel.

Veel heeft te maken met onze perceptie van de Syrische burgeroorlog, een conflict dat al acht jaar aansleept, aan meer dan 370.000 mensen het leven heeft gekost en miljoenen burgers op de vlucht heeft gejaagd. In westerse ogen viel de strijd tegen de gevallen Islamitische Staat (IS) grotendeels samen met het grotere conflict in Syrië.

Voor een groot stuk valt die perceptie te begrijpen. De Syrische burgeroorlog is, zoals de meeste conflicten van die soort, een kluwen van elkaar bestrijdende fracties die elk nog eens steun krijgen van regionale of internationale grootmachten. Die laatste proberen hun positie te verstevigen in een van de meest cruciale en potentieel instabiele regio’s ter wereld. Het is geen conflict dat zich makkelijk laat opdelen in termen van ‘goed’, ‘kwaad’, ‘rechtvaardig’ of ‘onrechtmatig’.

Alleen de terugkeer van de kalifaatkinderen lijkt ons nog te beroeren.

Een andere verklaring voor die eenzijdige westerse visie ligt in de betrokkenheid. Grote groepen strijders van het zelfverklaarde kalifaat waren uit Europa afkomstig. Bovendien werden de voorbije jaren in het Westen een resem kleine en grote aanslagen gepleegd in naam van IS. Wat het conflict in een verafgelegen land ook voor ons onwezenlijk tastbaar en nabij maakte.

Nu is het zelfverklaarde kalifaat verslagen en zijn de meeste resterende IS-strijders dood of gevangen, al geldt dat niet voor hun leider Abu Bakr al-Baghdadi. Of ze zijn tijdelijk van de radar verdwenen en onderweg naar een nieuwe potentiële brandhaard in de Maghreb, de Sahel of Azië. De grootste dreiging voor Europa lijkt (voorlopig) afgewend. Vanuit dat vermeende gevoel van veiligheid en opluchting neemt onze aandacht voor de burgeroorlog zienderogen af. We weten toch hoe het is afgelopen?

Roots

Niets is minder waar. De Syrische burgeroorlog woedt volop en maakt haast dagelijks nieuwe slachtoffers. Bovendien heeft de focus op het zelfverklaarde kalifaat ons blind gemaakt voor de kwalijke roots van andere groeperingen die strijden in het conflict. Bij de gevechten van eerder deze week waren jihadisten betrokken van Hayat Tahrir al-Sham, een salafistische militie gelinkt aan al Qaeda. De groep heeft tal van (zelfmoord)aanslagen op onder meer burgerdoelen op haar conto en opereert vanuit een aantal bolwerken in de provincie Idlib.

De afnemende westerse interesse voor het conflict zet de poorten open voor een verdere escalatie. En de al veelgeplaagde Syrische burgerbevolking zal daar de prijs voor betalen.

De Syrische burgeroorlog dreigt ten onrechte een ‘vergeten conflict’ te worden. Dat is ook de conclusie van Diakonie en Caritas, twee van Duitslands grootste hulporganisaties. Volgens hen zet de afnemende westerse interesse voor het conflict de poorten open voor een verdere escalatie. En de al veelgeplaagde Syrische burgerbevolking zal daar de prijs voor betalen.

Europa mag de ogen niet sluiten. Het lijkt alsof we pas betrokkenheid tonen als de gevolgen van een buitenlands conflict zich uitstrekken tot op Europese bodem. Anders blijft oorlog een ver-van-mijn-bedshow.

Alleen de terugkeer van de kalifaatkinderen lijkt ons nog te beroeren. De veelbesproken kinderen lijken wel vergeten groenten. Ze zijn niet nieuw, maar ‘nieuws’ op de politieke agenda. We weten ook niet hoe ze klaar te maken voor de toekomst. Misschien door toch maar niet te vergeten dat er nog altijd een oorlog woedt. Want vergeten is verwerpen, tot het conflict onmiskenbaar erg dichtbij komt.

Lees verder

Gesponsorde inhoud