Een vierkante meter New York

Naar jaarlijkse gewoonte was ik afgelopen week in de Verenigde Staten voor presentaties en discussies met overheidsinstellingen en thinktanks. Mijn trip bracht me langs New York, Washington DC en Indianapolis. Telkens valt op op hoeveel vlakken Europa en de VS van mekaar verschillen. Veel nuttiger is het om te zien hoeveel we van mekaar kunnen opsteken. Daarvoor volstaat één enkele vierkante meter New York.

Door Peter De Keyzer, chief economist BNP Paribas Fortis

Elke vierkante meter New York ademt ondernemerschap, innovatie en optimisme. Op elke straathoek is er wel een kraampje, winkeltje of verkoper: met nieuwigheden, met voeding of met een stapel paraplu’s als het begint te regenen. Winkels zijn er altijd en overal open. Niemand stelt zich de vraag of de overheid die openingsuren moet reguleren. Dat zal de aan- of afwezigheid van klanten wel bepalen. Winkeliers nemen steevast afscheid van hun klanten met een ‘thank you for your business’. In krantenwinkels in stations of op straat vind je telkens een rek met boeken over het starten van een eigen zaak, succesrecepten en biografieën van geslaagde ondernemers.

Dat tomeloze optimisme en ondernemerschap zijn de pijlers van de Amerikaanse economische veerkracht. Ze verklaren waarom de VS in tegenstelling tot Europa de crisis achter zich hebben gelaten. Op dat vlak kan Europa veel leren van de VS. Om ons sociaal systeem betaalbaar te houden, hebben we groei nodig. Dat die groei komt van mensen en bedrijven die risico’s nemen, innoveren en ondernemen hebben ze in de VS goed begrepen.

©Frank Toussaint

Toch kunnen de VS ook leren van Europa. Kijken we opnieuw naar diezelfde vierkante meter New York. Je vindt er bijna nergens een vierkante meter die niet tot op de draad is versleten. Een taxirit doorheen New York lijkt dan ook meer op rallycross. Voor de ‘hogesnelheidstrein’ tussen New York en Washington DC geldt hetzelfde: van hoge snelheid is niet echt sprake, een beker koffie blijft niet staan wegens de schokken en de stations zijn donkere en verlaten spelonken.

In de voorsteden van Washington DC, op enkele kilometers van het Witte Huis, hebben mensen thuis noodgeneratoren staan omdat ’s winters de sneeuw de elektriciteitsleidingen doet knappen. In de rangschikking van de beste 100 luchthavens staat de eerste Amerikaanse pas op de 27ste plaats, Cincinnati dan nog. De ‘nationale’ luchthaven van Washington DC komt zelfs niet in het lijstje voor. Een in verhouding ‘klein’ land als Duitsland heeft vijf luchthavens in de top 50, tegenover amper 4 voor de VS.

Elke vierkante meter New York ademt ondernemerschap, innovatie en optimisme.

Jarenlang onderinvesteren in infrastructuur en een vaak grote vijandigheid jegens overheidsuitgaven verklaren de lamentabele staat van de Amerikaanse infrastructuur.

Europa kan de VS veel bijleren over het belang van moderne en goede publieke infrastructuur en hoe die tot groei kan leiden. Europa kan van de VS dan weer heel wat opsteken over ondernemerschap, innovatie en vooruitgangsoptimisme en hoe die kunnen leiden tot groei.

Voor zo’n uitwisseling valt nauwelijks een betere manier te bedenken dan een vrijhandelsakkoord tussen de VS en Europa - het Transatlantic Trade and Investment Partnership dat nu wordt onderhandeld. Dat geeft Europese bedrijven gelijke toegang tot een gigantische markt aan publieke aanbestedingen voor onder meer publieke infrastructuur. De Europese expertise terzake en de Amerikaanse noden vormen een bijna perfecte match. Tegelijk zou de Europese economie meer worden blootgesteld aan Amerikaanse producten, diensten en businessmodellen. Het verdrag kan Europese consumenten, bedrijven en economieën een broodnodige stroomstoot geven op weg naar ondernemerschap, concurrentie en innovatie.

En nog belangrijker, een akkoord zou van de Trans-Atlantische Handelszone de grootste vrijhandelszone ter wereld maken, ons trans-Atlantisch economisch model tot internationale norm verheffen en voor jaren economisch groeipotentieel kunnen garanderen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud