Een Zwitsers zakmes

Amper een jaar na de val van de Berlijnse Muur voorspelde de Amerikaanse politicoloog John J. Mearsheimer: ‘Binnenkort missen we die Koude Oorlog.’ Hij kreeg gelijk. Zelfs België wil vandaag jachtbommenwerpers kopen die nucleaire NAVO-opdrachten kunnen uitvoeren.

‘De voorspellingen van Washington over toekomstige oorlogvoering waren altijd 100 procent juist in 0 procent van de gevallen.’ Het is een bekend bon mot van Robert Gates, Amerikaans defensieminister onder zowel president George W. Bush als diens opvolger Barack Obama. Onlangs werd Gates’ bedenking nog eens aangehaald door het blad Foreign Affairs in een bespreking van ‘The Future of War’ van de Engelse academicus Lawrence Freedman. Hoe die toekomst er zal uitzien, lijkt Freedman ook niet te weten. Hij haalt vooral het verleden aan om aan te tonen wat in de komende tijd allemaal verkeerd kan lopen.

Rik Van Cauwelaert. ©rv

Vooral bij de aanschaf van legermaterieel is het nuttig om minstens een voorstelling te hebben van hoe het er op de toekomstige slagvelden aan zal toegaan. Wat dat betreft, hebben de Belgen een bedenkelijke staat van dienst. Strategische en tactische overwegingen speelden zelden een rol bij grote legeraankopen. Zonder uitzondering beschouwden de opeenvolgende regeringen het leger als een tewerkstellingsvehikel en een aandrijver van de plaatselijke industrie. En zelfs dat speelde niet altijd mee. Veelal hing er een schandaalgeur rond de legeraankopen, of het nu ging om obussen, gevechtshelikopters of F-16’s.

Precies door die precedenten moest de miljardenaankoop van een vloot van 34 nieuwe jachtbommenwerpers ter vervanging van de haast uitgediende F-16’s transparant en vlekkeloos worden afgehandeld. Dat was althans het voornemen van de regering van premier Charles Michel (MR) en van defensieminister Steven Vandeput (N-VA), de eerste Vlaams-nationalist op dat bij uitstek belgicistische departement. Toch liep het fout. Enkele weken geleden ontstond politieke heibel omdat een studie - eigenlijk een synthesenota - van Lockheed Martin over de levensverlenging van de F-16, opgevraagd door de materiaalbeheerders van de luchtmacht, niet werd overgemaakt aan de minister. Gebeurde dat onder druk van hogerhand?

Vier topofficieren zetten heel voorkomend een stap opzij. De boze minister, die het had over een grove inschattingsfout van de betrokken officieren, bestelde meteen twee audits, een interne en een externe. Normaal is één audit al genoeg om tijd te winnen en olie op de golven te gooien.

De minister, allerminst gerust, legde op het partijbestuur van de N-VA uit: ‘Het grote probleem is wie er nog te vertrouwen is bij Defensie. Zeker de luchtmacht is een old boys network.’ Waarop Eddy Vermoesen, de penningmeester van de partij en ooit als militair actief in het militair ziekenhuis in Neder-Over-Heembeek, een vreemde opmerking maakte: ‘Het grootste gevaar is de voormalige kabinetschef en wat hij nog naar buiten zal brengen.’ Die voormalige kabinetschef van Vandeput is luitenant-generaal Claude Van de Voorde, die nu aan het hoofd staat van de militaire inlichtingendienst.

Door de truc met de twee audits kan de vervanging van de F-16’s worden doorgezet. Want een levensverlenging van de F-16’s naar 12.000 uren vraagt een doorwrochte en bijgevolg prijzige studie die maanden kan aanslepen. Dat hiermee wat langer kan worden nagedacht over waar het met die luchtmacht naartoe moet en of het niet zinvoller is om in te zetten op onbemande toestellen en cyberveiligheid snijdt geen hout in kringen die met de aankoop van de nieuwe toestellen werden belast. Dat doet de voorstanders van zo’n levensverlenging weer vermoeden dat de aanbesteding een schijnoperatie is om uiteindelijk te komen tot de aankoop van de F-35. Het Request for Government Proposal (RfGP), zeg maar het lastenboek, met daarin prominent de dual capacity (de uitrusting die toelaat om atoombommen te dragen en af te werpen), wijst richting F-35.

Zachte Nederlandse druk

De vervanging van de F-16’s is een vergiftigd dossier dat van de ene regering naar de andere werd doorgeschoven. In 2001 kwam het Amerikaanse Lockheed Martin voor de pinnen met de plannen voor een Joint Strike Fighter, de F-35. De Amerikaanse defensie hoopte dat de Europese NAVO-partners zouden participeren in de ontwikkeling van de dure jachtbommenwerper die de luchtoorlog naar een ongekende hoogte moest tillen.

Nederland stapte in het programma, België deed dat niet. Defensieminister André Flahaut (PS) liet openlijk zijn voorkeur blijken voor de Eurofighter Typhoon van het Franse Airbus. Zijn opvolger Pieter De Crem (CD&V) was dan weer de F-35 welgevallig, volgens sommigen omdat de CD&V’er NAVO-ambities koesterde.

De huidige minister zette zich aan de aanbesteding voor de vervanging van de F-16’s, maar ook van hem werd beweerd dat hij wat voelde voor de F-35. Alleen viel de ontwikkeling van dat toestel nogal tegen. De initiële kostprijs steeg tegen 2015 met maar liefst 70 procent. Om nog niet te spreken van de problemen met de motor en de schietstoel, en andere manco’s. Bovendien dreigt die vliegende computer al verouderd te zijn nog voor hij goed en wel in gebruik is, schreef The Economist.

De VS ontvouwden eerder dit jaar een nieuwe nucleaire strategie. Het was een passende gelegenheid om het parlement de vraag voor te leggen of België daaraan moet deelnemen.

Vanuit Nederland werd dan weer zachte druk gezet op de Belgen om toch die F-35 aan te kopen. De Nederlandse luchtmachtgeneraal Alexander Schnitger vergeleek hier ooit de veelzijdigheid van de F-35 met die van een Zwitsers zakmes. Hij pleitte zelfs voor de versmelting van de Belgische en de Nederlandse luchtmacht. Dat zou de integratie vergemakkelijken en wellicht ook de prijzen drukken.

Die Nederlandse druk mag je niet onderschatten, maar de grootste wortel die de Belgen voor de neus wordt gehouden is een zitje in de selecte NAVO-kring van landen met toestellen die over die dual capacity beschikken. In dit geval om de kernwapens die in Kleine-Brogel opgeslagen liggen te transporteren en uit te gooien. Dat onze luchtmacht beschikt over toestellen met die nucleaire capaciteit geeft België een wit voetje bij de Amerikaanse beschermheer, ondanks de voor het overige ondermaatse NAVO-bijdrage. Maar meer dan instemmend knikken bij het aanhoren van het nucleaire dictee van de Amerikaanse generaals is er ook niet bij. Dat, en wat hand- en spandiensten leveren met die duur betaalde Zwitserse zakmessen.

Nauwelijks een jaar na de val van de Berlijnse Muur voorspelde de Amerikaanse politicoloog John J. Mearsheimer: ‘Binnenkort missen we die Koude Oorlog.’ Hij kreeg gelijk. Want de blokken rond de VS en rond Rusland staan weer als vanouds tegenover elkaar.

Terwijl Europa zwijgend toekeek, ontvouwden de Verenigde Staten eerder dit jaar een nieuwe nucleaire strategie. Daarbij werd aangekondigd dat ze een agressievere houding zouden aannemen. Het was een passende gelegenheid om het parlement de vraag voor te leggen of België daaraan moet deelnemen en of het land nood heeft aan aanvalswapens als de F-35 om nucleaire tuigen af te gooien. Maar het parlement reageerde afwezig.

Nochtans, niet eens zo lang geleden, in 2010, pleitten twee oud-premiers, Jean-Luc Dehaene (CD&V) en Guy Verhofstadt (Open VLD), en twee voormalige ministers van Buitenlandse Zaken, Willy Claes (sp.a) en Louis Michel (MR), voor een kernwapenvrij Europa en het weghalen van de atoombommen in Kleine-Brogel. Ze werden voluit gesteund door hun partijen en door de toenmalige premier Yves Leterme (CD&V). Drie van de toen betrokken partijen zetelen vandaag in de regering die straks over de aankoop van de 34 jachttoestellen moet beslissen. Maar ook hier blijkt het geheugen niet verder te reiken dan de vorige verkiezing.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content