Emancipatie à la carte

Onderzoeksjournaliste

Woensdag vierden moslimvrouwen wereldwijd World Hijab Day. De New Yorkse Nazma Khans riep de dag in 2013 in het leven om moslims en niet-moslims te sensibiliseren over de hoofddoek. Op 1 februari kunnen vrouwen wereldwijd, los van hun geloofsovertuiging, ook eens een hoofddoek uitproberen. Een try-out dus, of liever een try-on.

Hind Fraihi is onderzoeksjournaliste

©Kristof Vadino

Er zijn nog zulke campagnes - zoals Walk a Mile in Her Hijab en The Hijab Project - die tegen islamofobie en discriminatie strijden, maar net in hun focus de vrijheid van vrouwen reduceren tot een kledingstuk. In naam van het feminisme nog wel. ‘Over de hele wereld en in de hele geschiedenis worden vrouwen gezien als seksobject. Door een hoofddoek te dragen geef ik aan dat ik niet langer wil worden vereenzelvigd met mijn uiterlijk. Ik wil worden beoordeeld op mijn intelligentie en mijn persoonlijkheid. Mijn keuze voor de hoofddoek is een verwerping van de maatschappelijke obsessie met vrouwenlijven, die hen reduceert tot voorwerpen’, zegt Amara Majeed, campagneleidster van The Hijab Project.

De kern van die visie kan ik zeker onderschrijven, de dualiteit ervan niet. Terwijl die moslima’s campagne voeren voor hun - terechte - keuze om een hoofddoek te dragen, beleven ze bewust een vrouwonvriendelijke religie naar eigen samenstelling.

Voor de vestimentaire egalitaire strijd gaan ze voluit, tegen de religieuze discriminatie verkiezen ze een selectieve aanpak.

Voor de vestimentaire egalitaire strijd gaan ze voluit, tegen de religieuze discriminatie verkiezen ze een selectieve aanpak. Ze dragen de hoofddoek, maar zwijgen over het feit dat de man de vrouw verstoot zonder dat zij hem mag verstoten. Ze baden in boerkini, maar zwijgen over de getuigenis van een vrouw die maar half zoveel waard is als die van de man.

Het is net niet sexy genoeg om een flamboyante campagne voor te voeren. Dit wel, dat niet. De koran is een menukaart, de emancipatiestrijd is à la carte met eens per jaar koketterie van de hoofddoek op het suggestiebord. En doorgaans plakt immer een sticker op de muren: islamkritiek verboden.

Een gespleten emancipatiestrijd is helaas geen stap richting ontvoogding. Een eenzijdige strijd biedt amper een egalitaire uitkomst. Voor alle duidelijkheid: ik ben niet voor of tegen de hoofddoek. Wel ben ik ervan overtuigd dat we waakzaam moeten zijn voor de onderliggende discriminatoire tendensen ervan.

Een man hoeft vooralsnog geen hoofddoek te dragen. Een vrouw zonder hoofddoek mag niet bidden in een moskee, mag Mekka niet in. Ik weet nog goed hoe ik me 13 jaar geleden in de heilige islamitische stad van kop tot teen moest bedekken, simpelweg omdat ik een vrouw was. Ondertussen liepen sommige mannen er rond in bloot bovenlijf. Ze speelden Tarzan rond de Zwarte steen. Halfnaakt, dat mocht omdat het mannen zijn.

Zo gaat het ook tussen de lakens. Volgens de Koran moet zowel de vrouw als de man als maagd het huwelijk ingaan. Maar in de realiteit blijven weinig moslimmannen maagd tot de huwelijksnacht, terwijl ze wel een maagd eisen. De maagdencultus is voor moslima’s een sluier tussen de benen. En dat is niet voor iedereen een keuzevrijheid. De grote Marokkaanse denker Fatima Mernissi wist dit al.

Dat je in sensibiliseringsacties ergens moet beginnen, spreekt voor zich. Er zijn veel brandende huizen te blussen. Maar we moeten de brandhaard aanpakken, en dat is ongelijkheid. Liberté kan niet zonder égalité. Zoals in elke strijd is ongelijkheid geenszins te dulden. Anders verwordt het sensibiliseren voor het dragen van een hoofddoek tot cosmetische franje, tot een vaandel van het machismo. Iets wat ware feministen niet willen nastreven.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud