Europa, ma non troppo

Het migratiedossier brengt de constitutionele dysplasie die de EU teistert in het volle licht. De Europese Commissie kan dan wel beslissen de instromende asielzoekers te spreiden over de lidstaten, maar ze kan die beslissing niet afdwingen.

Mochten de asielzoekers nooddruftige bankiers zijn, ze waren allang uit hun lekkende sloepen gered, warm gehuisvest en gevoed. Als het om de munt en de banken gaat, staat er geen rem op de Europese daadkracht. Dan wordt, om de voorzitter van de Europese Centrale Bank Mario Draghi te citeren, ‘alles wat nodig is’ gedaan om de boel samen te houden. Nu het gaat om armoedzaaiers uit oorlogsgebieden of uit Afrikaanse golfplatenlanden moeten de grenzen op slot. Tenminste, als het van sommige lidstaten afhangt.

Mochten de asielzoekers nooddruftige bankiers zijn, ze waren allang uit hun lekkende sloepen gered, warm gehuisvest en gevoed.

Met het migratiedossier komt ook de constitutionele dysplasie die de Europese Unie teistert alweer in het volle licht. De Europese Commissie kan dan wel beslissen om de instromende asielzoekers te spreiden over de lidstaten, maar ze kan die lastenverdeling niet afdwingen. ‘Ja, wat doe je eraan?’, vroeg gewezen eurocommissaris Karel De Gucht (Open VLD) zich vertwijfeld af in ‘De afspraak’.

De ontwikkelingen in Italië, in Oostenrijk, in Hongarije, in Polen en zelfs in Duitsland, de migratierel tussen Italië en Frankrijk, ze vormen een bedreiging voor het Europese model van intergouvernementeel overleg. In Polen denkt president Andrzej Duda met zijn regerende partij Recht en Rechtvaardigheid aan een referendum. Dat moet zijn landgenoten toelaten hun relatie met de EU, en met de NAVO, opnieuw te bepalen. Voor de NAVO zal dat in Polen nogal meevallen. Voor de EU is zo’n volksbevraging zelden een goed voorteken, met het brexitresultaat als onzalig voorbeeld. Want de huidige stemming onder de unieburgers is er een van ‘Europa, ma non troppo’ - zoals nu in Italië.

In een aantal lidstaten begint het nu pas te dagen dat de aansluiting bij de Europese Unie een constitutionele revolutie betekende. Een vaststelling die in het Verenigd Koninkrijk finaal de brexit aanstak, omdat het overwicht van de Europese wetgeving niet spoort met de daar gekoesterde parlementaire soevereiniteit. Zelfs de Britse rechters gaven in hun uitspraken telkens voorrang aan de Europese regelgeving. Wat in België eigenlijk al snel en geruisloos het geval was met de uitspraken van het Hof van Cassatie, dat nog voor de invoering van grondwetsartikel 34 de internationale wetgeving boven de Belgische plaatste.

Verdamping van België

Het was gewezen Vlaams minister-president Luc Van den Brande (CD&V) die erop attendeerde dat het Vlaams Parlement zich destijds wel degelijk heeft gebogen over het Verdrag van Maastricht, in tegenstelling tot wat hier twee weken geleden werd beweerd. De notulen van de bevoegde commissie voor Buitenlandse en Europese Aangelegenheden tonen wel aan dat niet zozeer de overdracht van bevoegdheden de eerste zorg was, dan wel de invloed daarvan op de toegenomen Vlaamse autonomie. In die dagen was Europa, dat tot ‘de verdamping van België’ zou leiden, voor velen in de Wetstraat dé oplossing voor de communautaire problemen.

©rv

Uit een arrest van april 2016 bleek ook het Grondwettelijk Hof geen enkele moeite te hebben met die overdracht van bevoegdheden. Het Hof had van een aantal sociale verenigingen de vraag gekregen om de wet te vernietigen die het verstrekkende verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie bekrachtigt. Grondwetsartikel 34 staat zo’n overdracht van uitvoering van machten toe aan supranationale organisaties als de EU. Het Grondwettelijk Hof had daar geen enkele moeite mee, omdat hier ‘geen afbreuk wordt gedaan aan de nationale identiteit die besloten ligt in de politieke en constitutionele basisstructuren, of aan de kernwaarden van de bescherming die de Grondwet aan de rechtshorigen verleent’.

Op het moment van dat arrest had niet alleen het Verdrag van Maastricht tot een kolossale bevoegdheidsoverdracht naar de EU geleid, maar ook het Verdrag van Lissabon en naderhand het versterkte Groei- en Stabiliteitspact. Hier ging het onmiskenbaar niet langer om de overdracht van de uitvoering van de bevoegdheden, maar over de bevoegdheden tout court. Waardoor de oude soevereiniteitsdoctrine van het bord werd geveegd, waar sommige vooral grote Europese landen zich nog aan vastklampen.

Het Verdrag van Lissabon is een herwerkte versie van het ontwerp van Europese Grondwet dat door een aantal landen bij referendum was verworpen. De verdragstekst is een vervlechting van oude en nieuwe teksten, waardoor er volgens de Nederlandse jurist en blogger Toon Kasdorp nauwelijks nog auguren zijn die de woordenbrij in zijn geheel kunnen lezen, laat staan duiden. En dat heeft ook kwalijke gevolgen voor de manier waarop de Europese Unie wordt bestuurd, zoals blijkt in de asielcrisis.

Op het internet kan iedereen kennis nemen van ‘What form of government for the European Union and the Eurozone?’ Dat is een reeks uiteenzettingen die aan de universiteit van Tilburg werden gehouden. Daar stelden academici pertinente vragen, onder meer bij de zogenaamde participatiedemocratie in Europa. ‘Eigenlijk is het niet meer dan een retorische truc die moet aangeven dat het Europese politieke proces opener is dan het in werkelijkheid is’, stelde Christian Marxsen van het Max Planck Institute. Volgens de Ierse juriste Deirdre Curtin van de European University Institute in Firenze speelt het Europees Parlement dan weer al te gemakkelijk mee in de geheimdoenerij rond de interne discussies in de Europese Raad, in de Commissie en rond overleg als dat met de Europese Centrale Bank.

Belangrijke instellingen als het Europees Financieel Stabiliteitsfonds vallen grotendeels buiten de bevoegdheden van de Europese Commissie en al helemaal buiten die van het Europees Parlement. Het EU-Parlement heeft overigens geen greep op het intergouvernementalisme, waarbij de staatshoofden en regeringsleiders de gang van de Europese integratie bepalen, en soms willen forceren, zeker als het om de eenheidsmunt gaat. En dat in weerwil van de aanzwellende euroscepsis.

Kwakend achtergrondkoor

Die aanpak stoot nu op zijn grenzen. Dat is te merken aan het moeizame optreden van de Europese Commissie in het migratiedossier, maar ook van het Europees Parlement, de motiemachine die zich anders graag als een kwakend achtergrondkoor aanstelt. Waarmee wordt bevestigd wat de fractieleider van de Duitse CSU Alexander Dobrindt tijdens de bankencrisis al stelde: ‘Het zou een blunder zijn de natiestaten te destabiliseren en de pogingen om de crisis op te lossen over te laten aan de weinig succesvolle eurocraten in Brussel.’ Dobrindt is lang niet de enige in Berlijn die daar zo over denkt.

Zolang de EU niet functioneert als een volwaardige parlementaire democratie kan er geen sprake zijn van een overdracht van nieuwe bevoegdheden naar de EU.

Nog een geluk dat het Duits Grondwettelijk Hof in Karlsruhe na het Verdrag van Lissabon duidelijke grenzen stelde aan de machtsoverdracht naar de EU als het gaat om strafrecht, het staatsmonopolie voor politie en defensie, fiscale bevoegdheid, sociale uitgaven en welvaartsvoorzieningen.

Zolang de EU niet functioneert als een volwaardige parlementaire democratie kan er geen sprake zijn van een overdracht van nieuwe bevoegdheden naar de EU. Bovendien moet het Duitse volk daar via een bevraging onomwonden mee instemmen. Aan de Belgen zal die vraag wellicht nooit worden gesteld. Naar verluidt is dat niet nodig omdat er, zoals Jean-Luc Dehaene beweerde, weinigen zijn die iets begrijpen van Europese kwesties.

Het eerste voordeel van een parlementaire democratie is dat de burgers ervoor kunnen kiezen ‘to throw the bastards out’, zoals de Amerikaanse satiricus P.J. O’Rourke schreef. In Europa blijven die gewoon zitten.

Lees verder

Tijd Connect