Falende verbeelding

©Knack

In de Europese hoofdkwartieren groeit de nervositeit over de Europese verkiezingen volgend jaar. Het anti-Europese kamp lijkt in alle lidstaten de wind in de zeilen te hebben. Het wordt daarbij gediend door de eurocrisis, die sociale breuklijnen blootlegde en die de euroverdedigers blijft opjagen.

door Rik Van Cauwelaert

In Nederland ontstond eerder deze week een politieke rel nadat Europawoordvoerder Mark Verheijen van de liberale VVD verklaard had dat eurofielen als Guy Verhofstadt, de liberale fractieleider in het Europees Parlement, een groter gevaar vormen voor de EU dan rechts-populisten als PVV-kopstuk Geert Wilders en Marine Le Pen van het Franse Front National. Verheijens partijgenoot en gewezen eurocommissaris Frits Bolkestein, altijd bereid om het debat nog wat te kruiden, haastte zich met de verduidelijking dat Verhofstadt met zijn eurofederalisme ‘tegen de maan blaft’.

Verheijen haalde naderhand bakzeil. Maar zijn punt werd ook door anderen overgenomen. In een opiniestuk gaf Mark Demesmaeker, Europees Parlementslid voor N-VA, mee dat Europees president Herman Van Rompuy zich in de wandelgangen van het Europees Parlement zou hebben laten ontvallen: ‘Eurofundamentalisme is even gevaarlijk als euroscepticisme.’ Een nuance die de president wel achterwege liet in zijn toespraak eind vorige week bij de herdenking van de val van de Berlijnse Muur. In Berlijn waarschuwde Van Rompuy voor de populistische aandrift onder de bevolking en voor de stemmingmakerij rond de migratie van Roemenen en Bulgaren.

Al is de verstandhouding tussen de anti-Europapartijen, die elkaar in Wenen hebben ontmoet, soms ver te zoeken, toch brengen hun peilingsuccessen in de verschillende lidstaten en vooral in de eurolanden grote zenuwachtigheid teweeg. En dat terwijl de campagne voor de verkiezingen van 25 mei 2014 nog moet beginnen.

Vooral de samenwerking tussen de Nederlandse PVV van Geert Wilders en het FN van Marine Le Pen stemt tot nadenken in Brussel. Daar wordt gerekend met een electorale ravage, die nog versterkt dreigt te worden door een alweer lage kiezersopkomst. Want een sterk blok van anti-Europese partijen kan de werking van het Europees Parlement serieus bemoeilijken.

Volgens de peilingen stevenen zowel PVV als FN af op forse winst, uitgerekend in de twee kernlanden van de eurozone die in 2005 al in een referendum het Verdrag tot de vaststelling van een grondwet voor Europa verwierpen.

Aan die referendums gingen toen al bitsige campagnes vooraf waarbij met alle bijltjes werd gehakt. Volgens voorstander en toenmalig Duits minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer was die grondwet ‘het geboortebewijs van een enkele Europese staat’, terwijl die volgens de Britse premier Tony Blair dan weer ‘de grenzen van de Europese integratie’ bepaalde. Maar in Parijs verzekerde toenmalig president Jacques Chirac de kiezers dat die grondwet de Franse invloed in Europa nog zou vergroten. In Nederland gooide minister van Economie Jan Brinkhorst het over een andere boeg: hij voorspelde de totale instorting van de economie mochten zijn landgenoten de grondwet verwerpen.

De meest opmerkelijke reactie kwam in die dagen van de Engelse socialiste Gisela Stuart, die deel had uitgemaakt van de Europese Conventie. Zij schreef destijds dat het haar niet zou verbazen mocht de lectuur van de Europese grondwet, die ruim 200 bladzijden telde, de lezer met krankzinnigheid slaan.

Toekomstloos geruïneerd

De campagne voor de komende Europese verkiezingen dreigt nog bitterder te worden. De Nederlandse publicist René Cuperus, medewerker van de socialistische Wiardi Beckman Stichting, vreest voor een snoeiharde zwart-witpolarisatie over Europa. ‘Je bent 100 procent voor, of 100 procent tegen’, schreef hij in de Volkskrant. ‘ Exit een gematigd tussenverhaal dat aansluiting zoekt bij de meerderheid van de bevolking die noch fanatiek nationalistisch is, noch fanatiek europistisch.’

In 2005 schreef oud-Commissievoorzitter Jacques Delors de toen al tanende volkssteun voor verdere integratie nog toe ‘aan de mediocriteit en het gebrek aan visie van de nationale regeringen’. De huidige polarisering is echter vooral het gevolg van de falende verbeelding van de zelfbenoemde Europese elite die droomt van eurobonds en zich intussen verliest in haar tabellen, haar groeistatistiekjes, geharnaste begrotingen en haar gebedsmolentjes met steeds ‘meer Europa’.

Tekenend voor die houding waren een recent opiniestuk van Guy Verhofstadt in De Standaard en een interview met Jean-Luc Dehaene in De Tijd. Beiden pleiten voor een totale politieke unie, al wil de ene al wat sneller vooruit dan de andere. Maar in geen van beide stukken viel het woord ‘sociaal’. Als er in het gesprek met Dehaene al eens sprake was van solidariteit, dan ging het over ‘de solidarisering van de schuld’.

De verdedigers van de Europese integratie kijken nooit over hun schouder naar het puinspoor dat ze achterlaten. Vorig jaar werd gewezen Luxemburgs premier Jean-Claude Juncker plechtig geïnstalleerd als lid van het Institut Grand-Ducal, zeg maar de Luxemburgse academie. In zijn ‘discours de réception’ had hij het over het economische beleid in de eurozone. In het debat dat zich na zijn toespraak ontspon, legde Juncker de nadruk op de bescherming die de euro biedt. Wat bij zijn landgenoot, de bekende econoom Pierre Jaans, de bedenking ontlokte dat de Grieken bitter weinig merken van die bescherming. ‘Beschermd door de euro stevent Griekenland op een catastrofe af’, besloot Jaans de plechtigheid. ‘Zonder de euro was Griekenland nog altijd arm, zoals in het verleden, maar niet zoals vandaag toekomstloos geruïneerd.’

Hof van Mirakelen

Ook Italië, dat voor het negende kwartaal op rij kampt met een negatieve groei, voelt zoals de rest van Zuid-Europa, de weldaden van Brussel aan den lijve. De opgelegde besparingspolitiek van de afgelopen jaren heeft de binnenlandse markt doen instorten en heeft het aantal armen in het land zonder meer verdubbeld. Wie dezer dagen na het invallen van de avond het Termini-station in Rome langs de verkeerde kant verlaat, maakt veel kans terecht te komen in een 21ste-eeuwse Hof van Mirakelen, tussen een haveloze menigte, met talloze zwervers, Afrikaanse en Oost-Europese illegalen, daklozen, kreupelen, bedelaars meestal, die zich klaarmaken om de nacht door te brengen op het asfalt. De Italiaanse overheid heeft op deze mensont- erende toestanden geen antwoord meer op, want elders in het land, zo wordt verzekerd, is de situatie nog erger.

Terwijl ze bij de Europese Centrale Bank onderling bekvechten over het monetair beleid, dreigen al die perifere landen door deflatie onder hun schuldenlast te worden geplet. Intussen legt de migratie vanuit het zuiden en de Oost-Europese landen een toenemende druk op de sociale systemen van de noordelijke landen.

Wellicht is Alan Greenspan, die met zijn Federal Reserve-beleid de crisis van 2008 in de hand werkte, niet de aangewezen man om de Europeanen lessen te geven. Maar hij had het in zijn recente interview met Welt am Sonntag wel bij het rechte eind met de waarschuwing dat de euro niet kan overleven met 17 landen met elk een eigen, erg verschillend sociaal systeem. Daar zullen de six- en de twopacks, laat staan een bankenunie, weinig aan veranderen. Tot nu toe heeft de onderstutting van de euro tot weinig anders geleid dan het afbouwen van de verzorgingsstaat - wat een opstoot van de totale schuld van de eurolanden naar 90 procent bbp niet heeft kunnen beletten.

Het resultaat van dat doortastende Europese beleid is de opstoot van extreem-rechts en het rechts-populisme en rechts-nationalisme. In Brussel horen ze nochtans te weten dat de verzorgingsstaat in Europa werd opgebouwd als afweermiddel tegen de politieke consequenties van de economische depressie van de jaren 1930. Zoals ze daar hoorden te weten, wat de grote Amerikaanse rechtsgeleerde Louis D. Brandeis voorhield, dat de burger de belangrijkste politieke instelling is.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud