Financiële repressie

Bij het begrip repressie denken we spontaan aan matrakken en tralies, maar er zijn ook subtielere vormen van onderdrukking. Een verraderlijke vorm van repressie is de financiële. Dat is een academisch aanvaard begrip van Carmen Reinhart waarmee wordt beschreven hoe overheden met institutioneel geweld de rijkdom van de burgers naar zich toehalen. Soms verdoken en verraderlijk. Financiële repressie staat dan voor de sluipende onteigening van spaarders door de overheid.

Bill Gross van het overbekende obligatiefonds Pimco ligt er al twee jaar wakker van. Als grootste obligatiebeheerder ter wereld wordt van hem verwacht dat hij de honderden miljarden van pensioenfondsen en vermogenden zodanig belegt dat ze opbrengen. Reële opbrengsten welteverstaan en dus een aangroei van de koopkracht. Na een inflatie moet er iets overblijven. Zoals zoveel beheerders van obligatiefondsen slaagt Gross daar de jongste jaren niet meer in.

Zolang de rente daalde, zorgden de meerwaarden op de uitstaande obligaties nog voor een verdedigbaar rendement, maar de Amerikaanse korte en lange rente kan nauwelijks nog lager. Koerswinsten compenseren niet langer de lage rente. Dan maar de opkomende economieën afschuimen. Maar daar is eigenlijk genoeg geld. Ze zitten daar niet te wachten op westerse fondsen die de wisselkoers van de eigen munt opdrijven. Gelukkig kunnen de structurele zwakheden van de eurozone nog lucratief worden geëxploiteerd, maar ook dat blijft allicht niet duren. Uit Ierland kwam afgelopen week het eerste goede nieuws en misschien zorgt Portugal voor de volgende verrassing. Met speculatie tegen het kleine België kan allicht nog een snoepcent worden verdiend, maar met de Europese Centrale Bank als tegenpartij is dat niet langer vanzelfsprekend. Drijf de Belgische rente op de secundaire markt naar 5 procent en je botst op een koper met diepe zakken.

Aan financiële repressie valt dus niet meer te ontsnappen. De westerse schulden zijn zo groot dat de kredietverleners onder de knoet van de kredietnemers zitten. ‘If I owe you enough, I own you.’ Over financiële repressie en haar component inflatiebelasting bestaat veel literatuur, ook omdat overheden altijd al geneigd geweest zijn meer uit te geven dan ze inkomsten incasseren. Met het wat ideologische begrip inflatiebelasting bedoelt men dat een inflatie van pakweg 5 procent eenzelfde effect heeft op de koopkracht van de spaarder als een fiscale belasting van 5 procent.

Maar om een of andere reden zien we die inflatie vaak over het hoofd en cultiveren we de monetaire illusie dat 100 euro 100 euro blijft. Vandaar dat overheden wegkomen met een belasting op de inflatiebelasting. Volgt u even: stel dat iemand een obligatie bezit met een rente van 4 procent en de inflatie bedraagt 3 procent (vandaag in België 3,75 procent!). Dan bedraagt het reëel rendement 1 procent. De overheid heft echter een roerende voorheffing op die 4 procent. We weten intussen dat de roerende voorheffing mogelijk naar 25 procent wordt verhoogd. De financiële repressie wordt daarmee zodanig opgevoerd dat onze spaarder elke reële winst kwijtspeelt: 25 procent van 4 procent is 1 procent. De reële opbrengst is dan 0 procent. Bij stijgende inflatie en/of dalende rente, wordt sparen dus zelfverminking. De spaarder betaalt intrest aan de partijen met schulden.

Bestaan er nog ontsnappingsroutes uit die financiële repressie? In België kon je vroeger de intrestcoupons kapitaliseren, dus omzetten in meerwaarden. En die meerwaarden werden niet belast. Voor intrestinkomens is dat bij realisatie niet langer het geval terwijl andere financiële meerwaarden nog niet belast worden. Uitweidingen over artikel 90 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen zouden ons te ver leiden. Maar de overheid wil die uitweg nu helemaal afsluiten. Steeds vaker wordt een belasting op alle meerwaarden van tenminste 25 procent verdedigd, tenminste voor wie die meerwaarden binnen de acht jaar realiseert. De vaandeldragers van de financiële repressie maken geen onderscheid tussen nominale en reële meerwaarden. Ook zij willen de inflatie belasten.

Nog uitwegen? Tegen een overheid vechten, valt meestal tegen. Tegen de inflatie dan maar? In een recent artikel in de krant De Morgen gaf emeritus hoogleraar Emiel Van Broekhoven aan dat er vier manieren zijn om zich tegen de inflatie te beschermen. Aandelen stonden daar niet bij, hoewel de beurzen goed bezig zijn om dat misschien te veranderen. Wel onroerende goederen, goud, zilver en lenen tegen een vaste intrestvoet, wat de overheden doen. De leninglast daalt dan dankzij de inflatie.

Er bestaat nog een manier: arbeid leveren met zoveel toegevoegde waarde dat de afnemer de inflatie voor zijn rekening neemt. Maar door de indexkoppeling is dat in ons land al voor iedereen geïnstitutionaliseerd. Die indexkoppeling leidt nu tot een hogere inflatie dan in andere Europese landen. Het lijkt dan ook uitgesloten dat de koppeling van alle arbeids- en vervangingsinkomens aan de inflatie de komende besparingen overleeft. Wie dus geen unieke prestaties kan leveren en geen lening met een vaste rente meer wil of krijgt, bezit best wat vastgoed en goud. Tot de overheden hun financieel repressieapparaat ook daarop loslaten.

n Paul Huybrechts is publicist.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud