Fluitend in het donker

©Knack

Tijdens het jongste kopstukken debat in Leuven was het duidelijk dat de Vlaamse partijen nog altijd niet weten op welke poot te dansen. Geen van hen spreekt zich uit over de implementatie van de zesde staatshervorming. En met de uitwerking van het vuist dikke groen boek moet na de verkiezingen worden begonnen. Alleen lijkt niemand te weten hoe dat precies moet.

Zoals de blinden op het schilderij van Pieter Bruegel strompelen de partijen naar de verkiezingen. Voor de meesten komen die erg ongelegen. Dat de verkiezingsprogramma’s nog lang niet ingelopen zijn, blijkt uit interviews en debatten. Op partijcongressen werden ambitieuze voorstellen gelanceerd die luttele tijd later weer werden bijgestuurd of afgezwakt.

Tijdens het jongste kopstukkendebat in Leuven, door de commerciële omroep VTM integraal uitgezonden via livestream, werd duidelijk dat de Vlaamse partijkopstukken nog altijd niet weten op welke poot te dansen. Veel verder dan wat persoonlijk geschoffeer kwam men niet. Voorlopig fluiten ze wat in het donker, ongerust als ze zijn over wat hen wacht na 25 mei.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft intussen nog maar eens de krijtlijnen getrokken waarbinnen de volgende regering zal moeten opereren. Als het van het IMF afhangt, krijgt België tot 2019 de tijd om zijn begroting in evenwicht te brengen. Europa is strenger en wil dat evenwicht al in 2016 bereikt zien. Maar zelfs al zou de Europese Commissie instemmen met het tijdspad van het IMF, dan nog staat de volgende federale regering voor een sanering van minstens 13 miljard euro. En dat is een vrij voorzichtige schatting. De inspanning is er niet minder om. De volgende sanering, die vooral in de uitgaven dient te gebeuren, mag gerust worden vergeleken met die van het Globaal Plan van Jean-Luc Dehaene waartegen de vakbonden zich destijds te pletter liepen.

Een sanering van die omvang past uiteraard niet bij de verkiezingsbeloften die de meeste partijen de jongste tijd rondstrooien. Tot nog toe heeft alleen CD&V een voorzichtig afgelijnd economisch programma in het licht gegeven, er meteen bij vertellend dat de eerstvolgende jaren de knip op de beurs blijft.

Aanvankelijk zwaaiden ze bij de N-VA enthousiast met de Moesen-norm, genoemd naar de Leuvense professor Wim Moesen, waarbij de uitgaven nominaal zouden worden bevroren. Maar dat voornemen heeft N-VA-voorzitter Bart De Wever intussen al wat ‘genuanceerd’ tot ‘het verder afslanken van de overheid’.

Tering naar de nering

Met zijn Belgische rapport heeft het IMF in elk geval het discussieterrein drastisch beperkt voor de partijen die beleidsambities koesteren, zowel federaal als regionaal. Want die besparing zal ook voelbaar zijn in Vlaanderen dat de jongste jaren de Belgische begroting mee op het Europese spoor hield. Ook Vlaanderen zal de tering naar de nering moeten zetten. Al was het maar om de implementatie van de zesde staatshervorming, waar een besparingsoperatie achter schuilt, te kunnen opvangen.

De Vlaamse regering liet intussen door haar topambtenaren een groenboek uitwerken waarin de overdracht van bevoegdheden en de bijbehorende miljarden staan opgelijst, en de overkomst van een paar duizend federale ambtenaren wordt voorbereid. De volgende Vlaamse regering zal aan de hand van dat groenboek keuzes moeten maken en de onderhandelingen met de federale ambtenaren over hun eventuele transfer aanvatten.

Maar dergelijke besprekingen met het federale niveau kunnen jaren aanslepen. Zo heeft het ruim twaalf jaar geduurd voor de Plantentuin van Meise een Vlaamse instelling werd, zoals voorzien in het Lambermontakkoord van 2001. De eerste gesprekken tussen de federale overheid en de gemeenschappen over de interfederalisering van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding dateren al van 2007, maar het blijft wachten op een vergelijk.

Maar het kan altijd erger. Pas begin dit jaar werden de eerste besprekingen aangeknoopt over de herziening van het samenwerkingsakkoord van 8 maart 1994 over de vertegenwoordiging van België in de Europese ministerraad, en over het kaderakkoord van 30 juni 1994 over de samenwerking tussen de federale staat en de gemeenschappen en gewesten voor de vertegenwoordiging van België in internationale organisaties. Maar nog voor het overleg goed en wel begonnen was, ging het kabinet van premier Elio Di Rupo (PS) remmen op vier wielen tegelijk. Vandaag weet niemand hoe het verder moet.

Zelfs de verdeling van de veilingopbrengsten van emissierechten en de uitvoering van het klimaat- en energiepakket zijn nog lang niet geregeld, valt te vernemen.

Ideologische verschansingen

De volgende Vlaamse regering staat voor een aantal dwingende opdrachten. Een daarvan is de grondige hervorming van haar verkalkte ambtenarij, waarbij in één beweging ook het onnoemelijke aantal adviesraden en het overbodig geworden niveau van de provincies wordt opgedoekt. Tegelijk zal die regering zich ook moeten buigen over een nieuwe fusie van armlastige gemeenten. De steden en gemeenten kunnen niet langer terecht bij hun Dexia-suikertante. Sommige staan letterlijk voor een financieel ravijn.

Het zal er bovendien op aankomen snel een stevige Vlaamse meerderheid op de been te brengen om de boel draaiende te houden. Want als de Parti Socialiste in Wallonië incontournable blijft en ze legt haar verkiezingsprogramma onverkort op de onderhandelingstafel, dan dreigt de federale formatie een eind langer aan te slepen dan 541 dagen.

Volgens Wetstraatveteranen is het in dat geval zelfs niet zeker dat een federale regering kan worden gevormd. En dit keer zal de oorzaak van de impasse niet eens een institutionele kwestie zijn, maar de verschillende economische en fiscale keuzes van Vlamingen en Franstaligen. Gaston Eyskens waarschuwde daar al voor in zijn memoires. Dat dreigt nu ook werkelijkheid te worden als de PS van voorzitter Paul Magnette vasthoudt aan de fiscale plannen waar hij deze week mee uitpakte.

Daarmee lijkt de PS zich, naar het voorbeeld van de Franse kameraden, terug te trekken achter haar aftandse ideologische verschansingen. Jarenlang was de PS de reddingsboei waar zowat heel Wallonië zich aan vast kon klampen. Maar de resultaten zijn verwoestend. Leeft minder dan 10 procent van de Vlamingen onder de armoedegrens, dan nadert Wallonië stilaan de grens van 20 procent. In Henegouwen, de thuisbasis van Di Rupo, leeft meer dan 33 procent van de bevolking op en vooral onder die armoedegrens.

Het aantal werklozen in Wallonië blijft al twintig jaar schommelen rond de 200.000. Waarbij niet eens rekening gehouden wordt met de oudere werklozen en de leefloners die buiten de statistieken blijven. Ondanks de miljardensteun, grotendeels vanuit Europa, blijft het bruto binnenlands product van Henegouwen nog steeds 23 procent onder het Europese gemiddelde.

Het zal dan ook niet verwonderen dat ze bij de PS bloednerveus worden van de extreemlinkse PTB die duidelijk invreet op haar electoraat. In een regering stappen die, volgens het IMF, nog eens 13 miljard euro moet besparen, ligt voor de PS echt niet voor de hand. Voor de N-VA zijn die PS-plannen een electoraal cadeau van formaat. Bart De Wever hoeft de komende weken niet eens de eigen plannen op te diepen. De Vlaamse middenklasse en de ondernemers krijgen het nu al op de zenuwen van de PS-intenties.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud