Geduldig kapitaal

In ‘Uitblinken als familiebedrijf. Over de inrichting en werking van goed bestuur’ analyseren twee auteurs 13 succesvolle Nederlandse familiebedrijven die tussen 75 en 350 jaar oud zijn en 50 tot 10.000 werknemers hebben.

Deze gezonde en vitale bedrijven rusten op drie pijlers: een functionele ondernemende familie, een professioneel bestuur en een stabiel en betrokken aandeelhouderschap.

Goed bestuur - het thema van het boek - is cruciaal: het kan zwaktes voorkomen die kenmerkend zijn voor familiebedrijven (zoals starheid; het steeds verder uiteenlopen van de doelen, waarden en behoeften; onvoldoende kapitaal voor de behoeften van het bedrijf en de familie) en het kan sterktes benutten en bevorderen (zoals langetermijnperspectief; geduldig kapitaal; het opbouwen van duurzame relaties; ondernemend rentmeesterschap versus verantwoord eigenaarschap).

Hoewel het nergens rechtstreeks gaat over fiscaliteit en overheidsbeleid zijn de vermelde zwaktes en sterktes wel gevoelig aan dat beleid.

De economische crisis waarmee Europa al jaren worstelt, maakte een aantal zaken duidelijk.

In al die onzekerheid toch één zekerheid: zodra de meerwaardetaks is beslist, volgt het debat ‘verankering 2.0’.

Ten eerste het belang van ‘geduldig kapitaal’. Een stevige kapitaalstructuur en eigen vermogen scheppen vertrouwen bij werknemers, leveranciers, klanten en risicoaverse banken. Schulden wegen, ook financieel. ‘Geduldig kapitaal’ groeit door het herinvesteren van de winst. Het zijn de aandeelhouders die beslissen of en hoe ze de winst herinvesteren om het bedrijf te versterken. In tijden van crisis is die versterking een belangrijke waarde, los van de (fiscale) meerwaarde.

Een tweede vaststelling is dat een stabiel en betrokken aandeelhouderschap zekerheid kan bieden. Stabiel wil niet zeggen dat er geen wijzigingen mogen zijn. Aandeelhouderschap is nooit gegarandeerd ‘forever’. Voor de Nederlandse familiebedrijven uit het boek, en ook voor veel (al dan niet industriële) Belgische bedrijven, gaat het om aandeelhouders over vele jaren en groeiperikelen heen, met een eigen familiedynamiek en met een aanmerkelijk emotioneel belang in het bedrijf.

‘Een aanmerkelijk belang’ is een concept dat opduikt bij de regeringsvorming waar, ter sluiting van de deficitaire begroting, de meerwaardebelasting op tafel ligt. ‘We zijn een van de weinige landen die ze nog niet hebben. Kijk onder meer naar Nederland’, luidt het argument.

België is onvoorspelbaar. Het stimuleert én ontmoedigt het herinvesteren van winst en de creatie van meerwaarde. Denk maar aan de notionele intrestaftrek als recent triest voorbeeld

Inderdaad. Maar Nederland weet verantwoordelijk om te gaan met ‘aanmerkelijk belang’: het biedt een kader voor goed bestuur en continuïteit waaraan niet wordt geraakt (Stichting Administratiekantoor). Het biedt een fiscaliteit die gerealiseerde meer- én minwaarden in rekening brengt. Duidelijkheid, lange termijn, stabiliteit, ook in crisistijd.

België is onvoorspelbaar. Het stimuleert én ontmoedigt het herinvesteren van winst en de creatie van meerwaarde. Denk maar aan de notionele intrestaftrek als recent triest voorbeeld. De meerwaardetaks viseert misschien niet de duurzame familiale aandeelhouder, maar, behoudens complexe uitzonderingen, wordt die wel getroffen.

Ik heb veel vragen, maar ik beperk me tot twee. Hoe overhaal ik mijn aandeelhouders om in deze context nog mee ‘geduldig kapitaal’ op te bouwen en de winst in het bedrijf (met zijn risico) te laten? Een dure dividenduitkering (want 25% roerende voorheffing) is een cash-out voor het bedrijf, maar ze is zeker geld voor de aandeelhouder. Zeker als die het nadien op een gewaarborgd spaarboekje zet.

En wat als na enkele generaties een uitgebreide familie in het belang van de continuïteit een versplintering wil voorkomen door het aandeelhouderschap te vereenvoudigen tot een nieuwe maar even stabiele en betrokken groep? De mogelijk te betalen meerwaardetaks (hoe ook berekend) zal de complexiteit én de prijs voor wie ‘inkoopt’ verhogen. En weinig familiale aandeelhouders zitten op een berg cash.

Bij al die onzekerheid toch één zekerheid: zodra de meerwaardetaks is beslist, volgt het debat ‘verankering 2.0’.

Lees verder

Gesponsorde inhoud