Geen fiscale geschenken meer

©Nima Ferdowsi

De rente op een spaarrekening is vrijgesteld van roerende voorheffing tot een bedrag van 1.770 euro. Een spaarder die een staatsbon koopt, krijgt dat voordeel niet. Die fiscale discriminatie is niet nieuw. Ze had als bedoeling de ‘kleine spaarder’ die het spaarboekje een warm hart toedraagt, te bevoordelen. Daarbij werd graag vergeten dat ook de banken - misschien zelfs in de eerste plaats - daar voordeel uit halen, omdat zij zich goedkoop kunnen financieren. Nu wordt die fiscale vertekening tussen de spaarrekening en andere spaarvormen ter discussie gesteld. Terecht. Maar spijtig genoeg worden de verkeerde oplossingen naar voren geschoven.

Door Etienne de Callataÿ, hoofdeconoom bij Bank Degroof.

Volgens een eerste voorstel zou de spaarder voorheffing betalen op de rente van een spaarrekening en die later, bij zijn belastingaangifte, tot een zeker bedrag kunnen recupereren. Dat zou gunstig zijn voor de belastingontvangsten van het jaar dat het voorstel wordt ingevoerd, en het zou voorkomen dat iemand vals speelt door bij verschillende instellingen een spaarrekening te openen. Bovendien zou de schatkist een gratis lening krijgen in de periode tussen de inning en de terugbetaling van de voorheffing. Maar aan de ongelijke behandeling tussen spaarrekeningen en andere niet-vrijgestelde beleggingen wordt niet getornd.

Een tweede voorstel wil de scheeftrekking corrigeren door het belastingvoordeel tot andere spaarvormen uit te breiden. Vooreerst de staatsbons. Het lijkt niet normaal dat de staat via de fiscaliteit beleggingen bevoordeelt bij de banken, die haar tenslotte beconcurreren bij het aantrekken van spaargeld. Die banken geven trouwens weinig blijk van dankbaarheid. Terwijl ze door de Belgische overheid gered werden, eisen ze nu een zeer hoge risicopremie, in de vorm van een hogere rente, om het van de cliënten ontvangen geld weer aan de overheid uit te lenen. Wegens de directe concurrentie met de staatsbons zou de vrijstelling ook moeten worden uitgebreid tot de kasbons van de financiële instellingen. De spaarders, die momenteel een rente krijgen (na belasting) die lager is dan de inflatie, zouden zo het verlies aan koopkracht enigszins kunnen goedmaken.

De vrijstelling van voorheffing uitbreiden tot de staatsbons of tot andere spaarproducten staat haaks op wat zou moeten gebeuren. Vooreerst moeten we het begrip ‘kleine spaarder’ kritisch bekijken en toegeven dat de vrijstelling van de spaarrekeningen helemaal geen herverdelende maatregel is. Bij de huidige rente van 1,5 procent is een vermogen van 118.000 euro vrijgesteld van voorheffing. Bij een rente van 4 procent was een vermogen van 44.250 euro vrijgesteld. Die spaarders lijken niet echt op de armoedegrens te zitten. Zeker niet als we zien hoe gemakkelijk het is om bij verschillende instellingen tegelijk een spaarrekening te openen, want de banken geven de ontvangen rente niet door aan de fiscus.

Waarom trouwens stoppen bij een uitbreiding van de vrijstelling tot staatsbons en kasbons? Waarom ook niet bedrijfsobligaties of risicokapitaal vrijstellen? Ook al blijven veel banken nog altijd kwetsbaar, het is geen duurzame oplossing om ze te subsidiëren met belastingvoordelen die voor hun spaarders bedoeld zijn.

Op een moment dat de overheid voor de dubbele uitdaging staat de begroting te saneren en de economische groei aan te wakkeren, moet ze de bevolking een andere boodschap sturen dan hen nieuwe fiscale geschenken te geven. Die zijn immers tegenstrijdig met de geringe vergoeding die het risicovrije sparen krijgt als gevolg van het monetair beleid van de overheid. Als de belastingdruk kan worden verminderd, dan moet dat in de eerste plaats ten goede komen aan de werkgelegenheid en de economie.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud