Geen revolutie zonder evolutie

Decaan van Vlerick Business School

Goede leiders zijn altijd bezig met de toekomst. De resultaten van het volgende kwartaal. Het plan voor volgend jaar. De strategie om ook de volgende jaren overeind te blijven in een wereld van digitalisering, big data en disruptie. Een CEO is bezig het heden te managen, maar zit met zijn hoofd al bij morgen. Met die fundamentele vragen ben ik zelf ook bezig. Hoe moet de Vlerick-school van de toekomst er uitzien? Hoe moeten we digitaliseren? Hoe versterken we onze lokale impact in een geglobaliseerde wereld? Zijn nieuwe spelers als YouTube, LinkedIn, Kahn, Udacity geloofwaardige kapers op de kust of randfenomenen?

Alleen als we de connectie tussen gisteren en morgen vinden, geraken we vooruit.

Maar hoezeer ik ook de toekomst najaag, ik betrap me erop het antwoord vaak in het verleden te zoeken. Op het schilderij aan de muur staart mijn illustere voorganger André Vlerick me aan. Hoe zou hij erover gedacht hebben? Hoe bewaak ik zijn erfenis door ze toekomstklaar te maken? Hoe kunnen we onze originele missie bewaren in nieuwe tijden? Hoe sterker de impuls om naar de toekomst te kijken, hoe vaker ik met het verleden geconfronteerd wordt. Een van de inspirerendste momenten dit jaar was mijn ontmoeting met de vijf overblijvende Vlerick-alumni die in 1960 afstudeerden.

Kaplan

Zoals wel vaker komt het antwoord uit de academische literatuur (ja, die kan nuttige inzichten brengen). Ik zoek niet als enige de antwoorden voor de toekomst in het verleden. Meer nog, het blijkt een noodzakelijke stap om vooruit te kunnen. Dat schrijft Sarah Kaplan in ‘Organization Science’. Ze vroeg zich af waarom sommigen erin slagen hun organisatie mee te krijgen in innovatie en anderen hun tanden stukbijten op de natuurlijke weerstand voor verandering die mensen eigen is. Wie succes wil hebben met innovatieve strategieën moet een verhaal hebben dat die nieuwe strategie met het verleden verbindt. Ergens moet je een rode draad vinden die toont dat er continuïteit zit in het verhaal. Dat zelfs iets wat radicaal nieuw is, aansluit bij hoe het vroeger was.

Wie zijn organisatie wil meekrijgen in een nieuw verhaal denkt vaak de zaak te doen bewegen door voor het schokeffect te gaan

Kaplans inzichten staan haaks op hoe we denken het te moeten aanpakken. Want wie zijn organisatie wil meekrijgen in een nieuw verhaal denkt vaak de zaak te doen bewegen door voor het schokeffect te gaan. We laten futurologen vertellen welke grote veranderingen op til zijn. We halen er cijfers bij die tonen dat de verandering steeds sneller gaat. We confronteren medewerkers met een toekomstbeeld van robots, artificiële intelligentie, vliegende auto’s, virtuele realiteit. Tabula rasa. Alles moet weg. De toekomst gluurt om het hoekje.

Identiteitscrisis

Maar een existentiële crisis uitlokken heeft net het omgekeerde effect. In plaats van de mentale inertie te doorbreken, belanden we in een bevriezingsstand. De nood aan een connectie met het verleden is te verklaren doordat grote veranderingen vaak een identiteitscrisis inluiden. Is een krant die enkel online bestaat wel een krant? Is een chirurg die vanop afstand wat knopjes bedient nog een chirurg? Is een professor die voor een scherm vragen beantwoordt aan het doceren?

Een existentiële crisis uitlokken heeft net het omgekeerde effect. In plaats van de mentale inertie te doorbreken, belanden we in een bevriezingsstand

Om die identiteitscrisis het hoofd te bieden moeten organisaties diep in hun ziel kijken. Als we terug naar de essentie gaan, blijkt er vaak wel continuïteit te zijn, zelfs in grote verandering. Want is de essentie van een krant niet informeren, via welk kanaal ook? En is de essentie van een chirurg niet het lichaam repareren, met welk toestel ook?

Wie de toekomst wil tegemoetzien, moet eerst het verleden omarmen. Kaplans onderzoek bevat een belangrijke les voor revolutionairen die hun organisatie willen opschudden en mee willen krijgen in radicale innovatie. Prediken ze enkel de revolutie, dan schieten ze zichzelf in de voet. Wie verandering wil teweegbrengen, mag het verleden niet afzweren, maar moet het omarmen. Niet door zijn ideeën af te zwakken, het gaat niet om het vinden van een lauw compromis. Het gaat om het vinden van een verhaal dat toont dat er continuïteit is, zelfs in grote verandering. Gedaan dus met roepen dat er in de economie van vandaag andere wetmatigheden gelden en niets meer hetzelfde is. Alleen als we de connectie tussen gisteren en morgen vinden, geraken we vooruit. Geen revolutie zonder evolutie.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud