Onderzoeksjournaliste

Morgen komt de goede sint. Samen met hem maakt ook het zwartepietendebat zijn jaarlijkse rentree. Voor tegenstanders van Zwarte Piet staat de figuur voor racisme, met wortels in het koloniaal verleden. Voorstanders willen dan weer niets weten van roetvegen op Piets gelaat. Handen af van onze tradities, klinkt het. Het debat overstemt het kinderfeest, zeker bij onze noorderburen.

Dat ik als kind mijn schoen niet klaarzette, stuit op ongeloof bij mijn kinderen, voor wie wel ieder jaar pakjes door de schoorsteen worden geloodst. In Sinterklaas heb ik nooit geloofd. Simpelweg omdat die nooit een bezoek bracht in mijn vroege kinderjaren. Marokkanen geloven niet in de sint. Ook geld speelde een rol. Voor een keer had armoede dan toch een gemak. Mij werd de lastige leugen bespaard die het kinderfeest is.

We houden kinderen wel vaker voor de gek. Hoe vaak zeggen ouders het niet, goedbedoeld? ‘We zijn allemaal gelijk.’ We zijn niet gelijk. De mantra van gelijkheid herhalen draagt niet bij aan de bestrijding van racisme en armoede. Erop hameren dat we gelijk zijn, remt het inzicht in de ander en de ontwikkeling van gezonde empathie.

Voorgelogen kinderen zouden durven te denken dat iedereen, los van afkomst, ras, geslacht en materiële achtergrond, het leven start aan dezelfde meet. Wie struikelt, heeft het aan zichzelf te danken. Of hoe een losse hang naar gelijkheid een meritocratisch denken voedt. Ongelijkheidsmechanismen hebben een structuur: een planning, financiën en verkoop, en om dat te zien moet je ongelijkheid juist wel zien. En laten zien aan kinderen.

Tegenover de zonde van racisme staat de verlammende deugd van holle gelijkheidskreten.

Dat jouw huidskleur niet de mijne is bijvoorbeeld. Dat het feit dat ik mediterraan getint ben, in de bruine volksmond ‘nen bruine’, mij met stereotyperingen opzadelt. Negatieve beeldvorming is de kern van de verkoopafdeling van ongelijkheid. Dat ik als vrouw van Marokkaanse afkomst te maken krijg met racistische vrouwvijandigheid. Dat is historisch verankerde patriarchale planning. En op mijn bingokaart stond ook armoede, die zeker kansen heeft gefnuikt. Dat beschouw ik als de financiële afdeling van de ongelijkheidsorganisatie.

Door die optelsom moest ik met enkele meters achterstand aan de marathon van het leven beginnen. Die race loop ik niettemin met trots, en zonder anderen een schuldcomplex te willen aanpraten. Want schuld is een rem, inzicht kan een dynamo zijn om de ongelijkheidsstructuren te bestrijden.

Kinderen kleurenblind opvoeden maakt Zwarte Piet niet minder zwart. ‘Als dit een kinderfeest is, voor welke kinderen is het dan een feest? Ook voor zwarte kinderen die misschien nare ervaringen met Zwarte Piet hebben?’, vraagt de Nederlandse politicoloog Heleen Schols. Of zoals schrijfster Dalila Hermans stelt: ‘Het gaat erom dat zwarte mensen en kinderen aangeven dat deze tijd voor hen er een van extra pesterijen is. Dat na ‘vuile neger’ ‘zwarte piet’ het scheldwoord is dat ze het vaakst horen. Dat er kinderen zijn die daardoor het zwart van hun huid willen schrobben.’

Een kleur wegschrobben, om toch maar gelijk te zijn. Tegenover de zonde van racisme staat dus de verlammende deugd van holle gelijkheidskreten. Die mantra’s zijn pas georganiseerde leugens, groter dan de fictie van de sint.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud